Grootschalig genoomonderzoek legt voorstadia van kanker bloot

Grootschalig genoomonderzoek legt voorstadia van kanker bloot

Delen:

De omvang van de Pan-Cancer Analysis of Whole Genomes (PCAWG) is nauwelijks te vatten: jarenlang werkten honderden wetenschappers verbonden aan meer dan zevenhonderd kennisinstellingen verspreid over vier continenten, nauw met elkaar samen. De onderzoekers deden dat binnen 16 werkgroepen, die elk een ander aspect van de kankergenetica – of beter: kankergenomica – onder de loep namen. Van de rol die mutaties in niet-eiwitcoderende stukken van het DNA kunnen spelen over de hardnekkigheid van sommige mutaties tot de evolutie van tumorcellen.

Voor het volledige onderzoek werden meer dan 2.500 uitgelezen tumorgenomen gebruikt: volledige DNA-sequenties van tumorcellen afkomstig van kankerpatiënten. En dit voor 38 verschillende types gaande van longkanker over eierstokkanker en huidkanker tot leukemie.

Kankerellen met een voorgeschiedenis

Een van de hoofdconclusies van het onderzoek, dat breed uitgesmeerd wordt over liefst 23 artikels in vakbladen uit de Nature-stal, is dat de ontwikkeling van kankercellen vaak een lange voorgeschiedenis kent. Zo konden de vorsers per kankergenoom gemiddeld 4 à 5 zogeheten ‘driver mutations’ terugvinden. Dat zijn mutaties in het DNA van ontspoorde lichaamscellen (wat kankercellen in se zijn) die hen een voordeel geven. Dankzij dat ‘evolutionaire’ voordeel kunnen ze uiteindelijk gaan woekeren en gezonde cellen wegdrukken. Slechts bij vijf procent van de onderzochte tumors konden geen van zulke genetische afwijkingen geïdentificeerd worden (al doen mutaties zich hier wellicht in een andere vorm voor, bijvoorbeeld epigenetisch).

De driver-mutaties komen bovendien ook voor in stukken DNA die geen informatie dragen voor de eiwitaanmaak, blijkt uit de resultaten van een werkgroep die specifiek naar dit niet-coderende DNA keek. De groep vond onder andere een mutatie in een niet-coderend gedeelte van een gen dat instaat voor de productie van telomerase, waardoor de gemuteerde cel gemakkelijker kan gaan woekeren. Toch blijkt uit het onderzoek dat belangrijke mutaties in het niet-coderende deel van het genoom eerder schaars zijn.

We hebben het volledige genoom nodig om de evolutie van een kankercel te reconstrueren

Jonas Demeulemeester, kankeronderzoeker (KU Leuven en Francis Crick Institute)

Betekent dit dat het PCAWG-onderzoek, ondanks de brede insteek, weinig nieuwe informatie aan het licht heeft gebracht? In geen geval, klinkt het bij Jonas Demeulemeester, die als kankeronderzoeker verbonden is aan de KU Leuven en aan het Francis Crick Institute in Londen. ‘Om de genetica van kanker in al haar facetten te kunnen doorgronden, moeten we naar het volledige plaatje kunnen kijken. Het niet-coderende deel mag dan voorlopig weinig directe impact lijken te hebben, onrechtstreeks speelt het wel een belangrijke rol.’ Demeulemeester wijst bijvoorbeeld op de rol van mobiele stukjes DNA die belangrijke mutaties kunnen veroorzaken door zichzelf te kopiëren en elders in het genoom weer in te plakken. ‘Bovendien hebben we het volledige genoom nodig om de evolutie van een kankercel te reconstrueren.’

Dat was de opdracht van de werkgroep van Demeulemeester en zijn Londense collega’s. Voor verschillende tumortypes keken ze naar de evolutie van de cellen: van normale cel tot ‘volwassen’ tumorcel. ‘We hebben bijvoorbeeld het moment kunnen ontdekken waarop een cel begint te woekeren, waarop het dus mis begint te gaan’, zegt hij. Met een speciale techniek (een zogenaamde moleculaire klok) konden de vorsers dat keerpunt zelfs in de tijd situeren. Bij sommige kankertypes blijkt het zeer ver in het verleden te liggen, tot zelfs decennia voordat de diagnose gesteld wordt. Dat betekent dat carcinogene mutaties soms al in de kindertijd aanwezig kunnen zijn, terwijl de tumor zich pas echt ontwikkelt en wordt ontdekt op latere leeftijd.

Van goedaardige tot kwaadaardige cel

Van alle onderzochte genetische variaties (ettelijke tientallen miljoenen in totaal!) behoort liefst een op vijf tot deze groep van ‘vroege mutaties’. En de helft daarvan ligt bovendien binnen een beperkte groep van slechts negen genen. Deze ‘oncogenen’ kunnen dus als universele (want ze komen voor over de verschillende kankertypes heen) aanjagers van vroege tumorontwikkeling worden gezien.

Voor verschillende tumortypes ontwikkelden de onderzoekers een tijdslijn die de gestage transformatie van goedaardige tot kwaadaardige cel toont. Dit biedt perspectief op een vroegere detectie van kanker, of van tumorcellen in wording. ‘Het is de opstap naar een veel breder tijdsvenster om kanker op te sporen, en dus ook te behandelen’, zegt Demeulemeester. ‘Voor de zeer vroege mutaties die we bij verschillende tumortytpes hebben teruggevonden, zouden bijvoorbeeld specifieke tests ontwikkeld kunnen worden. Of bij medicijnonderzoek kan worden gezocht naar middelen specifiek gericht op de genen waar zich deze vroege mutaties voordoen.’

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven