Klein aantal besmettingen, maar toch grote waakzaamheid bij STEC-uitbraak

Klein aantal besmettingen, maar toch grote waakzaamheid bij STEC-uitbraak

Delen:

Waar komt dit nieuws vandaan?

VRT nieuws meldde op 1 september dat er 63 gevallen van besmetting met de STEC-bacterie zijn gemeld bij uitbraken in verscheidene woonzorgcentra in Vlaanderen en Wallonië (1). In totaal vielen er al 8 overlijdens te betreuren, vooral bij oudere bewoners die al in zwakke gezondheid verkeerden.

De aandacht voor STEC is niet nieuw. In 2011 haalde een grote uitbraak in Duitsland wereldwijd de krantenkoppen. Toen werden 3.816 mensen ziek en overleden er 54 (2). Uiteindelijk bleken besmette kiemgroenten de bron te zijn. Zulke grote incidenten zijn uitzonderlijk, maar ze verklaren waarom STEC bij elke nieuwe melding meteen serieus genomen wordt.

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

Wat gebeurt er bij een STEC-besmetting?

De meeste mensen die besmet raken, krijgen buikpijn en diarree. Soms zit er ook bloed in de stoelgang. In zeldzame gevallen ontwikkelt iemand een complicatie waarbij de nieren tijdelijk minder goed werken. Vooral jonge kinderen en ouderen lopen er risico op. Meestal knappen mensen na enkele dagen vanzelf weer op, maar bij ernstige klachten is ziekenhuisopname nodig (3).

Hoe vaak komt STEC voor?

Volgens Europese cijfers werden in 2023 bijna 11.000 infecties vastgesteld. Dat lijkt veel, maar verspreid over heel Europa gaat het om een zeldzame aandoening (4). In België tonen cijfers van Sciensano dat STEC minder vaak voorkomt dan andere oorzaken van voedselinfecties, zoals norovirus (een vorm van buikgriep) of salmonella (5).

Waarom krijgt STEC zoveel aandacht?

STEC krijgt meer aandacht omdat de bacterie soms leidt tot nierproblemen bij jonge kinderen en ouderen. Omdat een kleine groep ernstig ziek kan worden, neemt de overheid elk signaal ernstig.

Zodra er meerdere besmettingen opduiken, starten onderzoekers een uitbraakonderzoek. Ze zoeken dan uit of de bron in voedsel, water of direct contact ligt. Dat onderzoek kan even duren, maar het helpt om nieuwe besmettingen te voorkomen. Ook samenwerking met andere landen is belangrijk, want besmet voedsel reist vaak verder dan we denken.

Wat kan je zelf doen?

Gelukkig kan je het risico op STEC en andere voedselinfecties beperken door enkele eenvoudige gewoontes:

  • Was je handen goed na elk toiletbezoek, voordat je kookt en na contact met dieren.

  • Bak vlees voldoende, zeker gehakt en hamburgers. Geef kinderen nooit halfgaar gehaktvlees.

  • Vermijd rauwe melk en kazen op basis van rauwe melk.

  • Spoel groenten en fruit goed af onder stromend water.

  • Houd rauw en bereid voedsel gescheiden in de keuken.

  • Zorg voor snelle koeling van etensrestjes en warm ze goed op voor het eten.

Voor kwetsbare groepen zoals jonge kinderen, ouderen, zwangere personen en mensen met een verminderde afweer is extra voorzichtigheid nodig. Zij lopen meer risico op complicaties. Behoor je tot een kwetsbare groep? Dan is het raadzaam om risicoproducten zoals rauwe kazen of halfgaar vlees volledig te vermijden. Raadpleeg altijd je arts bij bloederige diarree of tekenen van uitdroging.

Conclusie

STEC is geen nieuwe bacterie, maar een bekende boosdoener die in Europa zelden voorkomt. De bacterie krijgt veel aandacht omdat ze soms tot ernstige nierproblemen kan leiden, vooral bij kinderen en ouderen. In de meeste gevallen beperkt de infectie zich tot diarree die vanzelf overgaat. Het belangrijkste blijft: goede hygiëne en een veilige omgang met voedsel in de keuken. Daarmee kan je het risico op STEC en andere voedselinfecties flink verlagen.

Referenties

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven