Kleine stap voor de mens, grote crisis voor de immuuncel

Kleine stap voor de mens, grote crisis voor de immuuncel

Delen:

Mensen dromen al eeuwen van de sterren en de kosmos. We hebben raketten gebouwd, gewandeld op de maan, robots naar Mars gestuurd en telescopen ontwikkeld die ons bijna tot aan het ontstaan van het universum laten kijken. Als soort lijken we geobsedeerd door de ruimte. En eerlijk? Terecht. Er is iets onweerstaanbaar romantisch aan het idee dat een verzameling primaten op een drijvende steen besloot om zich af te vragen wat er zich voorbij de blauwe lucht en witte wolken bevindt.

Maar terwijl ingenieurs raketten ontwerpen, natuurkundigen banen berekenen en astronauten tanden poetsen terwijl ze zweven, gebeurt er iets veel vreemder achter de schermen: ons lichaam raakt compleet in de war. Blijkbaar zijn wij evolutionair gezien nogal gehecht aan de aarde. Niet emotioneel… biologisch. Neem ons immuunsysteem bijvoorbeeld: een ingenieus netwerk van cellen, moleculen en miniatuur-oorlogen dat ons dag in dag uit beschermt tegen infecties, ontstekingen en alles wat zich niet gedraagt volgens de regels van het menselijk lichaam. Dat systeem blijkt verrassend “aards”. En zodra je de aarde verlaat, begint het te sputteren.

Een onaangename plek

De afgelopen decennia ontdekten onderzoekers iets opvallends: astronauten worden niet alleen geconfronteerd met spierverlies en botontkalking, maar hun immuunsysteem verandert ook. Tijdens ruimtevluchten zien we dat bepaalde immuuncellen trager reageren en onstekingsprocessen veranderen. Zelfs virussen die jarenlang sluimerend aanwezig waren in het lichaam kunnen opnieuw actief worden. Ja, zelfs herpesvirussen blijken soms een ruimtereisje mee te maken. Wondheling verloopt anders. Zelfs vaccinresponsen lijken beïnvloed te worden. Waarom? Omdat de ruimte een behoorlijk onaangename plek is om mens te zijn.

Een infectie op Mars is niet hetzelfde als een infectie in Brussel

Ons immuunsysteem is het resultaat van miljoenen jaren evolutie onder zeer specifieke omstandigheden. Zwaartekracht. Dag- en nachtritmes. Een atmosfeer. Een constante blootstelling aan bacteriën, virussen en andere micro-organismen. Met andere woorden: ons immuunsysteem is gebouwd voor planeet aarde en wanneer astronauten de ruimte in gaan, verandert plots alles. Door de afwezigheid van zwaartekracht verschuiven lichaamsvloeistoffen richting hoofd en borstkas, spieren en botten verliezen massa, kosmische straling veroorzaakt extra cellulaire stress, slaapritmes raken verstoord, stresshormonen stijgen en alsof dat nog niet genoeg is, verandert zelfs de microbiële gemeenschap die met ons meereist. Het immuunsysteem merkt dat.

De aarde zit in onze cellen

Misschien nog fascinerender: ruimte-immunologie leert ons niet alleen iets over astronauten. Ze leert ons iets over onszelf. Wij denken vaak over het immuunsysteem als een leger: sterk, reactief, klaar voor strijd. Maar steeds meer onderzoek toont dat het eerder een ongelooflijk gevoelig interpretatiesysteem is. Immuuncellen lezen voortdurend hun omgeving: zuurstof, mechanische krachten, metabolisme, stress, daglicht, bacteriën… Zelfs zwaartekracht blijkt dus deel van het gesprek en dat is ergens een prachtig idee. Dat elke immuuncel in je lichaam, terwijl jij dit leest, impliciet weet dat je op aarde bent en zodra die context verdwijnt, verandert ook haar gedrag. Cool, toch? Ruimte-immunologie dwingt ons daardoor om fundamentele vragen opnieuw te stellen. Wat beschouwen we eigenlijk als “normale” menselijke fysiologie? Hoeveel van wie wij zijn hangt af van onze omgeving? En als we ooit echt naar Mars willen… moeten we dan niet eerst begrijpen hoe we ons immuunsysteem meenemen?

Naar Mars met een EHBO-kit vol cytokines

Dat brengt ons bij een praktische uitdaging. Namelijk dat toekomstige astronauten niet alleen te maken krijgen met een immuunsysteem dat minder optimaal werkt, maar mogelijk ook met ziekteverwekkers die zich anders gedragen dan op aarde. Plots krijgt de vraag "hoe houden we astronauten gezond?" een heel nieuwe dimensie, want ruimtevaartagentschappen willen niet alleen mensen naar de ruimte sturen, ze willen ook dat die mensen daar gezond aankomen.

Want een infectie op Mars is niet hetzelfde als een infectie in Brussel. Er is geen spoeddienst om de hoek. Geen huisarts. Geen apotheker. Geen moeder die zegt dat je misschien wat meer groenten moet eten. Alleen jij, een ruimteschip en oneindig veel leegte. Daarom onderzoeken wetenschappers vandaag hoe we het immuunsysteem in de ruimte kunnen ondersteunen. Kunnen we voeding aanpassen? Medicijnen personaliseren? Of zelfs nanotechnologie gebruiken om immuunreacties onderweg stabiel te houden?

We sturen ontelbare immuuncellen de ruimte in en hopen maar dat ze zich daar een beetje thuis voelen

Wat ruimte immunologie zo bijzonder maakt, is dat het onderzoek veel verder reikt dan astronauten alleen. Wetenschappers gebruiken ruimtevluchten steeds vaker als een soort extreme stresstest voor het menselijk lichaam. Door te bestuderen hoe immuuncellen reageren op microzwaartekracht leren we ook meer over veroudering, ontstekingsziekten en infecties op aarde. Sommige veranderingen die astronauten ervaren lijken namelijk verrassend sterk op processen die we zien bij oudere mensen of patiënten die langdurig bedlegerig zijn.

Kortom, de les die we hieruit kunnen leren is dat we dus niet alleen astronauten de ruimte in sturen, maar ook ontelbare immuuncellen. En dan hopen we maar dat ze zich daar een beetje thuis blijven voelen.

En eerlijk? Ik vind dat ergens geruststellend.

Dat zelfs wanneer we duizenden kilometers van de aarde verwijderd zijn, een klein deel van ons lichaam nog altijd zachtjes lijkt te fluisteren: ik denk dat we naar huis moeten.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven