Leven in het groen is gezond. Maar hoe groen zijn onze zorginstellingen?

Leven in het groen is gezond. Maar hoe groen zijn onze zorginstellingen?

Delen:

Beeld: Een therapeutisch pad aangelegd in de tuin van VZW Eindelijk, omgeven door een bloemenweide. Credit: Gert Arijs.

In onze dicht bevolkte samenleving waarin veel mensen in de stad wonen, is groen niet langer een vanzelfsprekend onderdeel van je directe leefomgeving. Groen is de “vitamine G” waar onze samenleving een tekort aan heeft. Uit onderzoek blijkt dat zelfs louter het uitzicht op een groene omgeving stress doet afnemen, onze aandacht verhoogt en onze gemoedstoestand verbetert. Wanneer we toegang hebben tot groen, krijgen we ook meer zin in fysieke activiteiten wat resulteert in een betere fysische gezondheid en een kleinere kans op obesitas. Ouderen blijven langer actief en kinderen spelen op een meer creatieve en gevarieerde manier in een natuurlijke leefomgeving. Het waarnemen van groen heeft bovendien een positief effect op het genezingsproces. Tuinen rondom zorginstellingen zijn dan ook uitgelezen locaties om een groene omgeving te creëren.

Welke kansen bieden tuinen aan onze natuur?

Tegelijk toont onderzoek aan dat tuinen, en in het bijzonder tuinen waar aandacht is voor natuur, een grote meerwaarde kunnen vormen voor de biodiversiteit. Tuinen kunnen dienen als verbinding tussen natuurgebieden maar kunnen ook een thuis bieden aan heel wat soorten waaronder kikkers, egels, vlinders en vogels! Maar liefst twaalf procent van de totale oppervlakte van Vlaanderen bestaat uit privétuinen. Dit is meer dan het totale oppervlak bos (10%)! In een sterk versnipperd Vlaanderen zijn onze tuinen dus extra belangrijk.

Een bevraging bij zorginstellingen

Tuinen rondom zorginstellingen bieden dus kansen voor mens en natuur. Daarom wilden we onderzoek doen naar de ecologische waarde van groen rondom Vlaamse zorginstellingen en of er draagvlak is om de biodiversiteit in deze tuinen, indien nodig, te verhogen. Mijn masterthesis aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen (UGent) biedt ondersteunend onderzoek binnen het PWO-project Biodivers zorggroen, een multifunctioneel project waar onderzoek gedaan wordt naar ontwerp, aanleg en beheer van biodiverse restoratieve zorgtuinen.

Aan de hand van een enquête, beantwoord door 915 zorginstellingen, gingen we na of er bij hen interesse is naar de effecten van biodiverse groenelementen op zorgvragers en -gevers en of er interesse is om de biodiversiteit te verhogen in hun tuinen. Verder werd ook het actueel gebruik van de tuinen bevraagd. Tot slot werd ook specifiek gevraagd naar de aanwezigheid van 21 verschillende groenelementen om een beeld te krijgen van de actuele toestand van de zorgtuinen.

Is er draagvlak voor biodiversiteit rondom zorginstellingen?

Ja! Meer dan driekwart van de zorginstellingen geven aan interesse te hebben in het effect van biodiverse groenelementen. Maar liefst zeventig procent van de zorginstellingen is bovendien geïnteresseerd in het toevoegen van één of meerdere groenelementen in hun tuin. Hoewel er duidelijk interesse is in de effecten van groen, wordt de tuin slechts beperkt aangewend voor de zorg. De meeste zorginstellingen (87%) bieden vrije toegang tot hun tuin, maar slechts één op drie zorginstellingen maken bewust gebruik van hun tuin als onderdeel van de therapie. Bij iets meer dan de helft van deze zorginstellingen (58%) is er iemand van het zorgteam actief bezig met het aanwenden van groen als onderdeel van de zorgverlening.

Is er reeds (biodivers) groen rondom zorginstellingen?

96 procent van de bevraagde zorginstellingen hebben groen op hun terrein. Bomen, gazon en struiken bleken het meest aanwezig in zorgtuinen. Maar liefst 89 procent van de zorgtuinen bevat één of meerdere bomen! Bossen, bloemenweides, dood hout en groendaken zijn in minder dan twintig van de zorgtuinen aanwezig (zie figuur 1). Om een inschatting te maken van de biodiversiteit in de tuinen, kijken we onder andere naar de variatie in groenelementen. Hoe meer verschillende groenelementen, hoe beter! Gemiddeld zijn er negen groenelementen aanwezig in de tuinen. Slechts twee procent van de zorginstelling heeft maar één groenelement in de tuin, wat vooral gazon bleek te zijn.

Figuur 1: Overzicht van de aanwezige groenelementen en het percentage van de zorginstellingen met groenelement x in hun tuin.

Het aantal verschillende vegetatielagen (laag, middelhoog en hoog) aanwezig in de tuin is een indicatie voor de verticale structuurvariatie.  Onderzoek aan de universiteit van Sheffield toont aan dat deze verticale structuurvariatie een meerwaarde biedt voor alle soorten die vanzelf in je tuin komen (vogels, zoogdieren, etc.) via het voorzien van verschillende hulpbronnen zoals nestgelegenheid, voedsel en water. Heel wat zorginstellingen (61%) hebben alle drie de vegetatielagen in hun tuin. De lage vegetatielaag (bloemenweide, bloemenborder of grasland) komt het minst voor in de zorgtuinen (65%). Het groenelement gazon werd niet meegenomen als lage vegetatie, gezien dit element geen meerwaarde vormt voor de verticale structuur in de tuin.

Het potentieel van Biodivers Zorggroen in Vlaanderen

Uit de bevraging blijkt dat er kansen zijn voor de zorg en voor natuur rond zorginstellingen. Heel wat zorginstellingen hebben interesse in de effecten van biodiversiteit op zorgvragers en – gevers, maar gebruiken hun tuinen slechts beperkt als onderdeel van de therapie. Hiernaast is er ook interesse om de biodiversiteit in hun tuinen te verhogen en is er nog veel ruimte voor groei! Slechts één procent van de zorginstellingen heeft alle 21 groenelementen in hun tuin. Hoewel er al heel wat zorgtuinen optimaal scoren op verticale structuurvariatie, blijkt de lage vegetatie het minst aanwezig in zorgtuinen.

Een groenelement dat volgens ons veel potentieel heeft is de bloemenweide. Bloemenweides zijn op dit ogenblik slechts beperkt aanwezig in zorgtuinen maar kunnen een vrij makkelijke win-win zijn voor mens en natuur. Niet alleen zorgen ze voor geuren en kleuren in je tuin, maar ze bieden ook voedsel en schuilplaatsen aan heel wat diersoorten! De grote aanwezigheid aan gazon toont dat er voldoende ruimte is voor bloemenweides in tuinen rondom Vlaamse zorginstellingen.

Meer weten? Kijk dan op de website biodiverszorggroen.be

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven