Longkanker vroeg opsporen: schaamte mag geen drempel zijn

Longkanker vroeg opsporen: schaamte mag geen drempel zijn

Delen:

Toen ik vorige week thuiskwam van mijn werk, zat mijn buurman Jean van 74 buiten op zijn bankje zijn krant te lezen en een sigaret te roken. Zijn vrouw kreeg een jaar geleden de diagnose van longkanker. Toen hij vroeg hoe mijn dag was geweest, vertelde ik over mijn doctoraatsstudie: ‘We zijn volop bezig de studie rond de vroegopsporing van longkanker heel concreet te maken.’ Het werd even stil… Jean keek naar zijn sigaret en stopte die weg zodat ik ze niet kon zien. De schaamte was duidelijk op zijn gezicht te lezen.

We kennen allemaal wel iemand zoals Jean, die al heel zijn of haar leven rookt of gerookt heeft. Jean is van een generatie voor wie roken geen uitzondering, maar dagelijkse realiteit was. Je zag reclame op elke hoek van de straat en op familiefeesten en trouwfeesten deelden ze sigaren en sigaretten uit. Voor Vaderdag maakten de kindjes in de kleuterklas een assenbak, terwijl ze nu een mooie tekening maken. Wat vandaag moeilijk voorstelbaar is, was toen voor velen doodnormaal.

Vandaag kijken we anders naar roken. Er wordt sterk ingezet op een rookvrije generatie. Maar die maatschappelijke verandering heeft ook een keerzijde: mensen die roken of gerookt hebben, worden soms herleid tot hun gedrag. Zeker bij longkanker klinkt al snel de gedachte: “Dan had je maar niet moeten roken.” Die gedachte is schadelijker dan ze lijkt.

Vooral mensen die nooit gerookt hebben, veroordelen mensen die roken of gerookt hebben. Ze begrijpen vaak niet waarom iemand blijft roken. Maar roken is niet louter een individuele keuze: nicotine is sterk verslavend en de tabaksindustrie heeft roken decennialang actief aantrekkelijk gemaakt en genormaliseerd. Stoppen is daarom voor veel mensen moeilijk en vraagt vaak meerdere pogingen. Ook binnen de vroegopsporing van longkanker moet hiervoor voldoende aandacht zijn. Vroegopsporing en ondersteuning bij stoppen met roken moeten hand in hand gaan.

Longkanker vroeg opsporen gaat niet over schuld, maar over mensen op tijd bereiken, vóór het te laat is

Tegelijk is het belangrijk om de gevolgen van roken niet te minimaliseren. Roken verhoogt het risico op longkanker en jaarlijks sterven in België 5.716 mensen aan de ziekte. Longkanker wordt bovendien vaak pas ontdekt wanneer de ziekte al vergevorderd is. Vroegopsporing met een lage dosis CT-scan kan longkanker bij mensen met een verhoogd risico eerder aan het licht brengen. Hoe vroeger de ziekte wordt opgespoord, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling.

Doodnormaal

Net daar ontstaat een paradox. De mensen die mogelijk baat hebben bij vroegopsporing, zijn ook de mensen die het vaakst geconfronteerd worden met oordeel, schuld en schaamte. Hierdoor lopen ze de kans op het vroeg opsporen van longkanker mis. Doordat ze zich schamen en het zichzelf aanpraten dat ze het niet verdienen om geholpen te worden, gaan ze later opzoek naar medische hulp, nemen ze minder snel deel aan preventief onderzoek en voelen ze zich vaker geviseerd door zorgverleners. Mensen die roken en last hebben van een vervelende hoest, vrezen dat ze bij de dokter op hun rookgedrag gewezen worden, en dat hun verkoudheid niet serieus genomen wordt. Ze denken dat ze beter zwijgen over hun klachten. Dat is precies wat wij proberen tegen te gaan.

Het is heel belangrijk dat we niet veroordelen in onze communicatie, zowel geschreven als gesproken. Zowel bij communicatie rond vroegopsporing van longkanker, als in ons dagelijks leven. Wanneer we iemand benoemen op basis van rookgedrag, maken we van dat gedrag een identiteit. Beter is om te spreken over “mensen die roken” of “mensen die gerookt hebben” en niet over “rokers” of “ex-rokers”. Dat lijkt een detail, maar het maakt duidelijk dat iemand meer is dan zijn of haar rookgedrag.

Longkanker vroeg opsporen gaat niet over schuld, maar over mensen op tijd bereiken, vóór het te laat is. Wie opgegroeid is in een omgeving waarin roken doodnormaal was, verdient vandaag geen oordeel, maar duidelijke informatie en toegang tot zorg.

Als België ooit een georganiseerd programma voor de vroegopsporing van longkanker wil uitrollen, moeten we niet alleen weten wie in aanmerking komt. We moeten ook begrijpen welke drempels mensen ervaren. Schaamte, schuldgevoel en maatschappelijke veroordeling horen daarbij. Daarom onderzoeken de Universiteit Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen hoe stigma rond roken en longkanker leeft in Vlaanderen, en of dit een invloed kan hebben op de bereidheid om deel te nemen aan vroegopsporing. Wie wil bijdragen aan dit onderzoek, kan de vragenlijst invullen via: https://uantwerpen.eu.qualtrics.com/jfe/form/SV_ey6uphKarBW78kC

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven