Sarah Ahannach richtte het grootste burgerwetenschappelijk onderzoek naar het vrouwelijke microbioom op

Sarah Ahannach richtte het grootste burgerwetenschappelijk onderzoek naar het vrouwelijke microbioom op

Delen:

Microbioloog Sarah Ahannach (Universiteit Antwerpen) heeft naar eigen zeggen een activistische aard. Ze droomde er al jaren van om voor haar doctoraat in een veelzijdig en maatschappelijk relevant project te stappen dat vooral de gezondheid van vrouwen zou bevorderen. ‘Er is een groot gebrek aan diversiteit in de academische wereld’, vertelt ze. ‘De onderzoekers die de maatschappij bestuderen en zelfs de proefpersonen die ze analyseren zijn overwegend mannelijk en wit. En dat gebrek aan verschillende perspectieven is nefast voor wetenschappelijk onderzoek.’

Als er in een onderzoeksgroep geen vrouwen zitten, dan komen vragen die alleen vrouwen zich stellen volgens Ahannach nauwelijks aan bod. ‘Als je geen baarmoeder hebt en niet elke maand gigantisch veel last hebt van je menstruatie, dan komt het niet eens in je op om daar iets aan te doen. Hetzelfde geldt voor de vragen die onderzoekers uit verschillende culturen, met verschillende achtergronden of met verschillende toegankelijkheden in de maatschappij zich stellen. Ik wil de diversiteit en inclusie in de wetenschapswereld bevorderen, tekorten in wetenschappelijke data wegwerken en zo de gezondheidsongelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen verkleinen.’

Samen met prof. Sarah Lebeer, op dat moment al een expert in melkzuurbacteriën, startte Ahannach een grootschalig burgerwetenschappelijk onderzoeksproject op om uit te zoeken welke lactobacillen er in een vagina voorkomen. ‘Door vrouwen zelf vaginale swabs te laten nemen en uitgebreide vragenlijsten te laten invullen over hun gezondheid en levensstijl, wilden we meer inzicht krijgen in de samenstelling van het vrouwelijk microbioom, in de functie van de vaginale flora en in de factoren die er een invloed op uitoefenen’, vertelt ze. ‘Op basis daarvan wilden we de vaginale, reproductieve en algemene gezondheid van vrouwen bevorderen.’

Erkenning

Nauwelijks vier jaar na de start van Isala krijgt het project meer en meer de vorm die Ahannach voor ogen had. In België alleen al namen ruim drieduizend vrouwen van 18 tot 98 jaar deel aan het onderzoek en kwamen unieke gegevens en inzichten aan het licht over de invloed die gezondheids-, levensstijl-, omgevings- en individuele factoren hebben op de samenstelling van het vrouwelijke microbioom. ‘Die eerste resultaten vormen de basis voor jaren van vervolgonderzoek om die interacties beter te begrijpen. We zijn nog niet toe aan nieuwe diagnoses of therapieën, maar we zijn wel al goed op weg.’

Het oorspronkelijke onderzoeksteam is ondertussen fors uitgebreid. ‘Sarah Lebeer en ik zijn relatief klein gestart tijdens mijn doctoraat, vandaag telt het team verschillende onderzoekers, bio-informatici en doctoraatsstudenten en lopen er verschillende projecten’, vertelt Ahannach. ‘We hebben net de Rufaida-studie afgerond naar de invloed van de ramadan op het vrouwelijk microbioom, we voerden eerder het GeneDoe-onderzoek uit naar het microbioom als sporenbewijs in strafrechtelijk onderzoek, en we hebben net vijf nieuwe studies gelanceerd. We bouwen ermee verder op de associaties die we vonden tussen menstruele hygiëneproducten en het microbioom. En we gaan die nu verder uitspitten, onder andere om na te gaan of die verbanden oorzakelijk zijn of niet.’

Belangrijk voor het team is ook dat een paper van Isala onlangs in Nature Microbiology werd gepubliceerd. ‘We blijven nog altijd breed en open access publiceren, maar een publicatie in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift is uiteraard belangrijk, omdat het extra erkenning en geloofwaardigheid geeft en ervoor kan zorgen dat er meer deuren opengaan en we de nodige fondsen vinden om het project te blijven verderzetten’, vertelt Ahannach. ‘Met de term citizen science in de titel geeft de publicatie bovendien een belangrijk signaal aan iedereen die burgerwetenschap nog altijd niet erkent als echte wetenschap.’

Ambities

Ook de doelstellingen die Ahannach met het project wil bereiken, namen fors toe. Zo droomt ze samen met het team van een biobank met goede bacteriën die de basis vormen voor nieuwe therapieën. Niet onbelangrijk, te weten dat er in de afgelopen veertig jaar geen significante doorbraken werden geboekt in de behandeling van blaas- en vaginale infecties. ‘In de eerste stalen vonden we lactobacillen met interessante kenmerken die eventueel in een behandeling zouden passen’, vertelt ze. ‘We hebben die bacteriën geïsoleerd, doen groeien en gekarakteriseerd en testen ze nu ook op pathogenen in het lab. We willen ook fundamenteel onderzoek voeren om beter te begrijpen hoe de bacteriën die we in de vagina hebben gevonden met elkaar samenwerken. Dat kan belangrijk zijn om vaginale ziekten te voorkomen, succesvolle bevruchtingen te bevorderen en gezonde zwangerschappen te ondersteunen.’

Maar Ahannach heeft ook sociologische of maatschappelijke ambities. Zo wil ze meer visibiliteit voor vrouwelijke gezondheid, wil ze de wetenschappelijke geletterdheid in dit soort onderzoek verhogen, wil ze mensen laten kennismaken met hun microbioom en de taboes die errond hangen doorbreken. ‘Wetenschapscommunicatie loopt als een rode draad doorheen ons onderzoek’, vertelt ze. ‘We delen onze onderzoeksresultaten online op onze website, in podcasts, op onze social media en in onze nieuwsbrieven, en offline op congressen en wetenschappelijke events. Isala-participanten krijgen regelmatig updates over bijkomende resultaten van het onderzoek waaraan ze hebben meegewerkt en uitnodigingen voor vervolgonderzoek waaraan ze kunnen deelnemen.’

Bovendien wil Ahannach nationaal en internationaal samenwerken met wetenschappers uit allerhande disciplines zodat er nog meer onderzoek naar het onderwerp wordt gevoerd. Op congressen waar ze het project toelicht, deelt ze haar protocols, expertise en ervaringen met onderzoekers die in hun eigen land een gelijksoortige studie naar het vrouwelijk microbioom willen opzetten.

Bio

Sarah Ahannach (1995) behaalde haar master in Forensisch Biomedische Wetenschappen (KU Leuven) en is momenteel postdoctoraal onderzoeker in het Lab voor Toegepaste Microbiologie en Biotechnologie van prof. Sarah Lebeer (UAntwerpen), waar ze ook haar PhD behaalde. Ze werkt voornamelijk op het vrouwelijke microbioom en het potentieel ervan in de gezondheidszorg en forensisch onderzoek. Ze doet graag aan wetenschapscommunicatie over de gezondheid en veiligheid van vrouwen, en neemt ook gepassioneerd deel aan acties voor een gendergelijke en inclusieve samenleving.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven