Waarom onze spieren liever niet naar de Maan gaan

Waarom onze spieren liever niet naar de Maan gaan

Delen:

1961. Het jaar waarin Joeri Gagarin geschiedenis schrijft door als eerste mens de ruimte te bezoeken. En 565 mensen zouden zijn voorbeeld volgen. Wat men toen nog niet wist, is dat de ruimte geen optimale omgeving is voor de spier. Enkele jaren later volgden de eerste rapporten over het ‘deconditioneren van de spier’ bij astronauten.¹.

Ondanks intensieve trainingssessies in de ruimte, verliezen astronauten na enkele dagen gewichtloosheid 6% van hun spiermassa. Dit kan zelfs oplopen tot een verlies van 20% na 100 dagen in de ruimte.² In 1999 werd er inderdaad een relatief onevenwicht tussen de spieropbouw (↓) en –afbraak (↑) vastgesteld.³

Dé million dollar question is de oorzaak van dit spierverlies. Op het eerste zicht lijkt dit niet zo belangrijk. Hoe velen (of beter, weinigen) onder ons zijn uitverkoren om mee te mogen op NASA’s of Elon Musks avonturen?

Maar als de mens ooit van plan is om onze geplaagde aardbol te verlaten voor hogere sferen, blijft het een enorme uitdaging om spierverlies tegen te gaan. (En bij uitbreiding alle andere negatieve gevolgen van langdurige gewichtloosheid, zoals botontkalking, afname in bloedvolume, vermoeidheid, verminderde immuniteit, slaaptekort etc.⁴).

Een beter begrip van wat er met de spier gebeurt tijdens gewichtloosheid kan op termijn bijdragen aan strategieën om dit verlies tegen te gaan. Dus wetenschappers gingen aan de slag.

Een eerste ‘probleem’ is dat astronauten tijdens een ruimtereis ook minder bewegen. Dit draagt ook bij aan het spierverlies. Mensen bewegen nu eenmaal minder indien ze opgesloten worden op een kleiner oppervlakte (of dit nu op Mars of Aarde is maakt geen verschil). Het blijft dus de vraag of gewichtloosheid ook rechtstreeks effect heeft op spierverlies (dus niet via ↓ bewegen).

Wetenschappers zijn soms vernuftig. Ze hebben de factor ‘inactiviteit in de ruimte’ kunnen uitschakelen door muizen en ratten met de staart omhoog te hangen zodat de spieren in de achterpoten niet actief zijn. Vanaf hier verwijs ik naar deze door-staart-omhoog-gehangen-inactieve-spieren als ‘staart’-spieren.

Door de expressie van genen te vergelijken tussen ‘ruimte’-spieren (van muizen in de ruimte) en ‘staart’-spieren,⁵ ,⁶kan men dus het geïsoleerde effect van de zwaartekracht bekijken. De eerste conclusie was dat er veel genen meer of minder geactiveerd werden in de ruimte. Maar veel van deze genen waren op een gelijkaardige manier meer of minder geactiveerd in de ‘staart’-spieren.

Met andere woorden, veel effecten van ruimtereizen op de spier zijn te verklaren door inactiviteit. Maar, er zijn ook interessante verschillen tussen de genexpressie van ‘ruimte’- en ‘staart’-spieren.

Verlies aan zwaartekracht zorgt voornamelijk voor veranderingen in 2 ‘systemen’:

  1. ↓ expressie van genen die instaan voor de structuur van de spiervezels

  2. ↑ expressie van genen die zorgen voor de afbraak van de spier

Deze twee mechanismen dragen onafhankelijk bij aan spierverlies tijdens ruimtereizen. Zelfs wanneer astronauten in staat zouden zijn om normaal te bewegen in de ruimte.

Ook de spiersamenstelling verandert door een ruimteverblijf. De spier is opgebouwd uit rode vezels (uithouding) en witte vezels (snelheid en kracht). In de ruimte verandert een aandeel witte vezels in rode vezels. Deze shift naar sterkere vezels is waarschijnlijk een compensatiemechanisme zijn om een verlies in spierkracht (door weinig spieractiviteit) tegen te gaan.⁷

Spieren die voornamelijk bestaan uit rode vezels hebben ook een groter verlies aan spiermassa en spiervezelgrootte dan voornamelijk ‘witte’ spieren.⁸ Een beter begrip van hoe deze ‘witte’ spieren zich beschermen tegen gewichtloosheid kan bijdragen aan de ontwikkeling van moleculaire strategieën om spiermassaverlies (bv. bij langdurig ziekenhuisverblijf) tegen te gaan.

Rode spiervezels worden kleiner door ruimteverblijf terwijl witte vezels zich hier beter tegen kunnen beschermen.

We kunnen concluderen dat ruimtereizen drastische, negatieve effecten hebben op de spier. Fysieke training voor, tijdens en na het ruimteverblijf is noodzakelijk maar nog steeds onvoldoende om spierverlies tegen te gaan. Hopelijk begrijpen we snel hoe spieren zich kunnen beschermen tegen gewichtloosheid. Dan kunnen we Samson & Marie volgen naar de Maan of plannen maken om Mars te veroveren.

Noten

  1. I. B. Kozlovskaya, Y. V. Kreidich, V. S. Oganov, and O. P. Koserenko, “Pathophysiology of motor functions in prolonged manned space flights,” Acta Astronaut., vol. 8, no. 9–10, pp. 1059–1072, 1981.

  2. M. V. Narici and M. D. De Boer, “Disuse of the musculo-skeletal system in space and on earth,” Eur. J. Appl. Physiol., vol. 111, no. 3, pp. 403–420, 2011.

  3. T. P. Stein, M. J. Leskiw, M. D. Schluter, M. R. Donaldson, and I. Larina, “Protein kinetics during and after long-duration spaceflight on MIR,” Am. J. Physiol. - Endocrinol. Metab., vol. 276, no. 6 39-6, pp. 1014–1021, 1999.

  4. D. Williams, A. Kuipers, C. Mukai, and R. Thirsk, “Acclimation during space flight: Effects on human physiology,” Cmaj, vol. 180, no. 13, pp. 1317–1323, 2009.

  5. T. Nikawa et al., “Skeletal muscle gene expression in space-flown rats.,” FASEB J., vol. 18, no. 3, pp. 522–524, 2004.

  6. D. L. Allen et al., “Effects of spaceflight on murine skeletal muscle gene expression,” J. Appl. Physiol., vol. 106, no. 2, pp. 582–592, 2009.

  7. Y. Wang and J. E. Pessin, “Mechanisms for fiber-type specificity of skeletal muscle atrophy,” Curr. Opin. Clin. Nutr. Metab. Care, vol. 16, no. 3, pp. 243–250, 2013.

  8. D. Sandonà et al., “Adaptation of mouse skeletal muscle to long-term microgravity in the MDS mission,” PLoS One, vol. 7, no. 3, 2012.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven