Voor pasgeboren planeten zijn zonnestelsels van nature ‘kindveilig’

Voor pasgeboren planeten zijn zonnestelsels van nature ‘kindveilig’

Delen:

Computersimulaties laten zien dat fysische mechanismen ervoor zorgen dat jonge planeten in het centrale deel van hun planetenstelsel niet door hun ster worden verzwolgen. Vergelijkbare processen maken het ook mogelijk dat er planeten in de nabijheid van de ster ontstaan. Een en ander verklaart waarom er veel ‘superaardes’ op geringe afstanden van hun moederster zijn ontdekt (Astronomy & Astrophysics, 10 september).

Planeten ontstaan in de schijf van gas en stof die rond een pasgeboren ster achterblijft. In deze protoplanetaire schijf klonteren stofdeeltjes samen totdat, na enkele miljoenen jaren, brokken gesteenten met afmetingen van enkele kilometers zijn gevormd. Vanaf dat moment is de zwaartekracht sterk genoeg om deze objecten samen te voegen tot planeten.

Eenvoudige berekeningen lieten zien dat planeten die zich nabij hun ster aan het vormen zijn geleidelijk naar binnen zouden spiralen, om binnen een miljoen jaar door de ster te worden opgeslokt. Waarnemingen van diverse planetenstelsels rond zonachtige sterren tonen echter aan dat dit lang niet altijd gebeurt.

Om deze tegenspraak op te lossen hebben wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Astronomie, in samenwerking met Britse en Amerikaanse collega’s, computersimulaties gedaan van wat zich in de protoplanetaire schijf rond een ster zoal afspeelt. Daarbij hebben ze twee mogelijke verklaringen gevonden voor het bestaan van planeten die in krappe omloopbanen om hun ster cirkelen.

Superaarde

De eerste is dat deze jonge stelsels, voor rotsachtige planeten met maximaal tien keer zoveel massa als de aarde althans, ‘baby-proof’ zijn. Dat zit zo. Hoe dichter je bij de ster komt, des te intenser wordt diens straling. Voorbij het punt waar de temperatuur in de schijf boven de 900 graden Celsius komt, verdampen stofdeeltjes (silicaten) tot gas.

Het extreem hete gas in dit deel van de schijf is uiterst turbulent. Wanneer een naar binnen spiralende planeten deze ‘sublimatiegrens’ bereikt, geven de daar aanwezige gasdeeltjes hem kleine schopjes die ervoor zorgen dat hij niet verder naar binnen gaat.

Als zich zo makkelijk een superaarde in de omgeving van een jonge ster kan vormen, waarom komen we die in ons eigen zonnestelsel dan niet tegen?

Er is nog een tweede effect. Bij het samenklonteren van het stof in een protoplanetaire schijf ontstaan in eerste instantie steentjes met afmetingen van enkele millimeters tot centimeters. Uit de computersimulaties blijkt dat zulke steentjes de neiging hebben om zich bij de sublimatiegrens van silicaten op te hopen. Steentjes die zich voorbij die grens wagen, worden onder invloed van het daar aanwezige gas weer naar buiten geslingerd. Rond de sublimatiegrens heersen dus ideale omstandigheden voor de vorming van superaardes.

De resultaten roepen wel een nieuwe vraag op. Als zich zo makkelijk een superaarde in de omgeving van een jonge ster kan vormen, waarom komen we die in ons eigen zonnestelsel dan niet tegen? Is die er nooit geweest of is hij op enig moment uit het zonnestelsel ontsnapt?

Delen:

Dit is een artikel van:

Alles over Sterrenkunde

Heelal en ruimtevaart

Ongrijpbare ruimtevaartuigen die satellieten achtervolgen, zouden een ruimteoorlog kunnen ontketenen – of juist helpen de vrede in de ruimte te bewaren.

Dit is een artikel van: Scientific American

Hoe vang je een deeltje uit het universum dat vrijwel overal moeiteloos doorheen raast? Het antwoord ligt op een van de meest gure plekken op aarde: de poolkappen. Gewapend met radioantennes trok ik naar de Groenlandse ijskap om onze nieuwste ijstelescoop scherp te stellen.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

In het heelal speelt een sterrenorkest van ontelbare muzikanten kriskras door elkaar. Alleen kon nog niemand dit concert vastleggen. Als dat lukt, komen we meer te weten over waar sterren in het universum vandaan komen.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

De kleurrijke nevel in het midden van deze bijzondere fotocompositie is zo’n tienduizend jaar geleden ontstaan, toen een stervende ster zijn buitenste gaslagen de ruimte in blies.

Supernova’s laten sporen na op planeten en manen. Maar omdat de maanbodem continu wordt omgeploegd door meteorietinslagen, zijn wetenschappers dat spoor soms bijster. Een nieuw wiskundig model brengt orde in de chaos.

Bij ’s werelds grootste zoektocht naar donkere materie is een deeltje waargenomen dat niet verklaard kan worden.

Dit is een artikel van: Scientific American

Aanstaande zondag lanceert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een gloednieuwe ruimtetelescoop: de Nancy Grace Roman Space Telescope. Roman, zoals het instrument kortweg wordt genoemd, gaat de komende vijf jaar miljarden sterren en sterrenstelsels in kaart brengen en werpt hopelijk nieuw licht op donkere materie en donkere energie.

Een internationaal team heeft 31 van de oudste quasars ontdekt, een nieuw record. Twee daarvan zijn de oudste ooit waargenomen. Ze liggen op meer dan dertien miljard lichtjaar van ons af en ontstonden in de ‘kleutertijd’ van het heelal.

In de nacht van woensdag 12 op donderdag 13 augustus zijn met het blote oog tal van 'vallende sterren' te zien. Dan vindt het maximum plaats van de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven