Zesduizend exoplaneten zijn er al ontdekt, maar voor de meeste houdt het daar ook op

Zesduizend exoplaneten zijn er al ontdekt, maar voor de meeste houdt het daar ook op

Delen:

Beeld: Artistieke impressie van de Europese Plato-missie.

In 1995 werd de eerste exoplaneet (een planeet rond een andere ster dan de zon) ontdekt. Vandaag, dertig jaar later, staat de teller al boven de 6.000. Het toont aan hoe snel het exoplanetenonderzoek is gegroeid. Zowel met grond- als met ruimtetelescopen wordt er naar exoplaneten gezocht, en worden nieuw ontdekte exemplaren bestudeerd.

De hoofdmoot van de 6.000 exoplaneten is ontdekt met de zogenaamde transitmethode. Daarbij ziet een telescoop een exoplaneet voor zijn moederster schuiven, waardoor het sterrenlicht een beetje wordt gedimd. Zo’n transit verraadt niet alleen het bestaan van de exoplaneet maar geeft ook aan hoe groot hij is. Maar de massa van de exoplaneet geeft de transitmethode niet. Daarvoor moeten astronomen een beroep doen op andere detectiemethoden.

Een andere populaire methode berust op het waarnemen en meten van het ‘gewiebel’ van de moederster onder invloed van de aantrekking (via de zwaartekracht) van exoplaneten die eromheen draaien. Het is trouwens met deze zogenaamde radiale-snelheidsmethode dat in 1995 de eerste exoplaneet werd ontdekt. Doordat ze naar de gevolgen van de zwaartekracht kijkt, vertelt deze methode wél hoe zwaar exoplaneten zijn. Maar – u raadt het al – hun grootte kan er niet mee worden bepaald.

Grootte en massa geven echter samen de gemiddelde dichtheid van een exoplaneet, en dat is een heel belangrijke parameter. Hij vertelt bijvoorbeeld tot welke soort een exoplaneet behoort: van een gasreus (zoals Jupiter en Saturnus in ons zonnestelsel) over een gasdwerg of ‘mini-Neptunus’ (niet aanwezig bij ons) en een ‘superaarde’ (een vaste planeet maar groter dan de aarde, ook niet aanwezig in ons zonnestelsel) tot een ‘aardachtige’ planeet (vast en van aardeformaat). Slechts voor 1.700 van de 6.000 exoplaneten zijn zowel grootte als massa bekend, en dus de dichtheid.

Helderheidsdip

Helaas tasten astronomen ook bij deze 1.700 exoplaneten nog grotendeels in het duister. Ze bevinden zich immers doorgaans bij sterren die relatief klein zijn en zwak schijnen – veel zwakker dan de zon – en daardoor is het zeer moeilijk om ze in detail te bestuderen. Dat manco is een gevolg van de bias van de transitmethode, want enkel bij kleine, zwak schijnende sterren veroorzaakt de transit van een planeet een helderheidsdip die voldoende groot is om gedetecteerd en opgemeten te kunnen worden.

Maar in de zoektocht naar buitenaards leven – naar écht aardachtige planeten – is veel meer informatie nodig dan enkel de dichtheid van een exoplaneet. Astronomen willen bijvoorbeeld weten of er een atmosfeer aanwezig is, en zo ja, waaruit die bestaat. ‘Hiervoor moeten we ons richten op veel helderdere sterren’, zei de Duitse astronome Heike Rauer (Duits Ruimtevaart Centrum) vorige week op een exoplanetencongres in Groningen. ‘We hebben duizenden exoplaneten ontdekt, maar omdat hun sterren over het algemeen zo zwak zijn, kunnen we er daar maar heel weinig van in detail bestuderen.’

Ik schat dat we een honderdtal aardachtige planeten zullen vinden. Maar het kunnen er ook nul zijn. We weten immers niet hoe zeldzaam die zijn

Maar er is beterschap op komst. Rauer blikte in haar presentatie vooruit op toekomstige ruimtemissies rond exoplaneten. Een daarvan is de Europese Plato-missie, waarvan de lancering over een jaar zou moeten plaatsvinden. Deze ruimtetelescoop zal onder meer naar heldere, ‘zonachtige’ sterren kijken, en met een verbeterde transitmethode naar exoplaneten eromheen zoeken. Die waarnemingen zullen worden gecombineerd met observaties met grondtelescopen, onder meer radiale-snelheidsmetingen. Plato zal vier jaar lang operationeel zijn. Rauer, die trouwens meewerkt aan de missie, schat dat de ruimtetelescoop tot een honderdtal aardachtige planeten rond heldere sterren kan vinden. ‘Maar het kunnen er ook nul zijn. We weten immers niet hoe zeldzaam aardachtige planeten zijn.’

Er staan nog meer exoplanetenmissies op stapel. Een Chinese missie met de veelzeggende naam Earth 2.0 gaat vanaf 2028 eveneens naar transitplaneten rond zonachtige sterren speuren. Een andere Europese missie, Ariel genaamd en gepland voor 2029, gaat nog een stapje verder. De ruimtetelescoop zal focussen op exoplaneet-atmosferen.

Ondertussen worden ook missies verder in de toekomst voorbereid, eveneens met een focus op buitenaards leven, zoals de Europese Life-missie en het Amerikaanse Habitable World Observatory. ‘Als we willen weten hoe zeldzaam aardachtige planeten zijn – en dus hoe bijzonder onze eigen planeet is – dan hebben we al deze missies nodig’, aldus Rauer.

Delen:

Heelal en ruimtevaart

Ongrijpbare ruimtevaartuigen die satellieten achtervolgen, zouden een ruimteoorlog kunnen ontketenen – of juist helpen de vrede in de ruimte te bewaren.

Dit is een artikel van: Scientific American

Hoe vang je een deeltje uit het universum dat vrijwel overal moeiteloos doorheen raast? Het antwoord ligt op een van de meest gure plekken op aarde: de poolkappen. Gewapend met radioantennes trok ik naar de Groenlandse ijskap om onze nieuwste ijstelescoop scherp te stellen.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

In het heelal speelt een sterrenorkest van ontelbare muzikanten kriskras door elkaar. Alleen kon nog niemand dit concert vastleggen. Als dat lukt, komen we meer te weten over waar sterren in het universum vandaan komen.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

De kleurrijke nevel in het midden van deze bijzondere fotocompositie is zo’n tienduizend jaar geleden ontstaan, toen een stervende ster zijn buitenste gaslagen de ruimte in blies.

Supernova’s laten sporen na op planeten en manen. Maar omdat de maanbodem continu wordt omgeploegd door meteorietinslagen, zijn wetenschappers dat spoor soms bijster. Een nieuw wiskundig model brengt orde in de chaos.

Bij ’s werelds grootste zoektocht naar donkere materie is een deeltje waargenomen dat niet verklaard kan worden.

Dit is een artikel van: Scientific American

Aanstaande zondag lanceert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een gloednieuwe ruimtetelescoop: de Nancy Grace Roman Space Telescope. Roman, zoals het instrument kortweg wordt genoemd, gaat de komende vijf jaar miljarden sterren en sterrenstelsels in kaart brengen en werpt hopelijk nieuw licht op donkere materie en donkere energie.

Een internationaal team heeft 31 van de oudste quasars ontdekt, een nieuw record. Twee daarvan zijn de oudste ooit waargenomen. Ze liggen op meer dan dertien miljard lichtjaar van ons af en ontstonden in de ‘kleutertijd’ van het heelal.

In de nacht van woensdag 12 op donderdag 13 augustus zijn met het blote oog tal van 'vallende sterren' te zien. Dan vindt het maximum plaats van de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven