De kokkels aan onze kust zijn vaak duizenden jaren oud

De kokkels aan onze kust zijn vaak duizenden jaren oud

Delen:

De achtste Grote Schelpenteldag, een van de grootste Europese burgerwetenschapsprojecten aan zee, lokte afgelopen zaterdag een recordaantal van 3500 deelnemers. Die samenwerking over de landsgrenzen heen leverde een verzameling op van 148.343 schelpen, van 72 verschillende soorten over een strook van vierhonderd kilometer.

Kokkels onder de loep

Nieuw op Belgische stranden deze editie is de eenmalige focus op de kokkel. Die geribbelde hartvormige schelp behoort elk jaar tot de top-3 van de op het strand te treffen schelpen. Ook nu was dit niet anders, met een totaal geraapt aantal op Belgische stranden van bijna 11.000 kokkels en een derde positie (na de halfgeknotte strandschelp en het nonnetje). Een duizendtal kokkels werden in meer detail bekeken. Zo geeft de kleur van de kokkelschelpen aan dat het overgrote deel (minimum 92%) sub-fossiel is. Ze zijn dus het (harde) restant van kokkels die reeds tientallen tot soms wel duizenden jaren geleden zijn gestorven en als schelp al die tijd op het strand of op de zeebodem vertoefden.

Wanneer dit gebeurt in zuurstofarme milieus, bijvoorbeeld bedekt met klei of organisch materiaal, kleurt de schelp blauw-grijs-zwart (56% van de onderzochte schelpen). Als de schelp lange tijd rondzwerft in goed van zuurstof voorziene bodems, bijvoorbeeld in geulen of op het strand, behoudt de kokkelschelp zijn melkwitte kleur of krijgt die een rossige tint (44% van de exemplaren).

Kokkels in vijftig tinten grijs en bruin: sub-fossielen en fossielen uit het Holoceen en Pleistoceen. Credit: VLIZ | Nancy Fockedey

Als beide schelphelften van een kokkel nog aan elkaar vastzitten met behulp van het ligament, is dit een bewijs dat het om een recent gestorven exemplaar gaat en dus zeker geen sub-fossiel. Beide schelphelften vallen na het sterven van het dier immers vrij snel uit elkaar. Over de volledige lengte van de getelde kust, konden de deelnemers in totaal maar zeven doubletten vinden. Dit wijst erop dat nu nog levende populaties van kokkels aan de onderzochte Noordzeekust zeer schaars zijn. Naast doubletten komen ook losse kleppen voor die wit zijn en mogelijk afkomstig zijn van relatief recent gestorven exemplaren. Met de nodige reserve – soms herkenbaar aan bruine of purperen verkleuring van de achterzijde – gaat het hier mogelijk om 8% van de in België getelde kokkels (enkel aangetroffen aan de Westkust).

Bij de ‘recente’ kokkels ging ook aandacht naar de ouderdom. Kokkels kunnen meer dan vijf jaar oud worden, iets wat af te lezen valt aan de groeilijnen op de schelp. Van de als recent herkende exemplaren aan onze kust bleek tweederde 3-4 jaar oud.

Verschillen tussen regio’s

De top-3 van meest gevonden schelpen in elk van de drie landen verschilt dit jaar minder dan bij vorige tellingen het geval was. Soorten als de kokkel, halfgeknotte strandschelp, stevige strandschelp, het zaagje en de Amerikaanse zwaardschede komen in het hele gebied in grote aantallen voor, omdat ze er nu of in een verder verleden wijdverspreid voorkomen. Op Belgische stranden raapten de deelnemers het meest halfgeknotte strandschelpen (36%), gevolgd door het nonnetje (21%) en de kokkel (18%).

Daarnaast zijn er ook duidelijke verschillen. De ovale strandschelp blijft opvallend talrijker in Nederland dan het strand ten zuiden van het Schelde-estuarium. De Venusschelp werd vrijwel uitsluitend in Nederland gevonden, en dan vooral ten noorden van Zeeland. Daartegenover staat dat de mossel, het nonnetje, de Amerikaanse boormossel, de gewone tapijtschelp en gewone schaalhoren duidelijk talrijker zijn in de meest zuidelijke gebieden. Niet-inheemse schelpen, door de mens al dan niet doelgericht geïmporteerd, zijn goed voor 8% van de soorten, en 13% van de geraapte schelpen. Geen van deze niet-inheemse schelpen lijkt te zijn toegenomen, en er zijn ook geen nieuwe vreemde soorten gemeld.

Lees ook: Zijn kokkels opgewassen tegen een warmer klimaat?

Kokkelschelpen horen bij de top drie van de strandvondsten aan de Belgische en Nederlandse kust. Vast staat dat kokkels het lastig hebben met de klimaatopwarming. Nederlandse wetenschappers onderzoeken hoe erg het met de diertjes gesteld is.

Delen:

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

Uit een analyse van recent gedigitaliseerde historische weergegevens – die tot voor kort alleen beschikbaar waren als handgeschreven archiefstukken – blijkt dat het hele Congobekken consistent opwarmt sinds de jaren zestig.

In onze strijd tegen klimaatverandering moeten we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook actief CO₂ uit de lucht halen. Bomen doen dat, maar ook bepaalde stenen kunnen CO₂ uit de lucht halen en in de bodem vangen.

Dat vraagt Anne-Sophie (40) zich af. Professor biomedische wetenschappen Luc Bouwens (VUB) zoekt het uit.

De oorsprong van België – en van Noordwest-Europa – is een mysterieus continentje dat ‘Avalonië’ heet. Het begint een half miljard jaar geleden vanaf de zuidpool aan een onwaarschijnlijke odyssee.

Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.

Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.

Nachtvlinders hebben niet bepaald het positieve imago van hun flamboyante vrienden die overdag vliegen. Onterecht. Hoog tijd om de mot van zijn mottige imago te verlossen.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven