De rillende kleuter die jaagt als een torpedo

De rillende kleuter die jaagt als een torpedo

Delen:

Het scheelde niet veel of de aalscholver (Phalacrocorax carbo) had deze rubriek nooit gehaald. De prehistorisch ogende vogel was in de jaren 1960 bijna uitgestorven. In Vlaanderen was hij als broedvogel verdwenen en in heel Europa zat de soort zwaar in de problemen. Net op tijd kwam er bescherming en verbeterden zijn leefomstandigheden. Sindsdien klom de zwarte visdief uit het dal, en vandaag blijft de populatie op een stabiel niveau.

Veel hengelaars en viskwekers zijn niet blij met die terugkeer, maar volgens Koen Devos, watervogelexpert aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, wordt de impact van de aalscholver zwaar overschat. ‘In de jaren 1960 en 1970 was de situatie onnatuurlijk: er waren nauwelijks predatoren die op vis jaagden, waardoor visbestanden sterk konden toenemen toen de waterkwaliteit begon te verbeteren. Dat zorgde ervoor dat ook de aalscholver zich kon herstellen. Je hoort soms dat aalscholvers onze waterlopen leegvissen, maar als dat zo was, dan zouden er simpelweg ook geen aalscholvers meer zijn.’ In gezonde wateren met goede waterkwaliteit, variatie en waterplanten blijft de impact van aalscholvers meestal beperkt. ‘In kunstmatige vijvers, zoals viskweek- of hengelvijvers, ligt dat anders: daar zitten veel vissen dicht op elkaar en zijn er weinig schuilplaatsen. Dan dek je de tafel voor aalscholvers.’

Het is bovendien haalbaar om de schade die aalscholvers in visvijvers veroorzaken te beperken. ‘Je kan constructies of kooien onder water plaatsen waarin vissen kunnen schuilen. Over kleinere vijvers kan je draden of netten spannen.’ Terug jagen op aalscholvers, zoals soms wordt geopperd, is zinloos. ‘Zolang kweekvijvers aantrekkelijk zijn, zullen aalscholvers blijven komen.’

Hoe iconisch het beeld van een aalscholver die zijn vleugels gespreid laat drogen ook is, hij ziet er op zo’n moment toch ook een beetje uit als een kleuter die na de zwemles onbeholpen staat te rillen in een koud kleedhokje

De aalscholver heeft ook zijn smoeltje niet mee. Zwarte vogels zijn zelden geliefd, en door zijn tengere, ietwat hoekige lijf ziet hij er somber en onvolmaakt uit, bijna prehistorisch. Hoe iconisch het beeld van een aalscholver die zijn vleugels gespreid laat drogen ook is, hij ziet er op zo’n moment toch ook een beetje uit als een kleuter die na de zwemles onbeholpen staat te rillen in een koud kleedhokje.

En toch, zet een andere bril op en je ziet een bewonderenswaardige toppredator. Aalscholvers zijn robuuste machines. Ze vliegen met stevige vleugelslagen en zonder gedoe of fantasietjes recht op hun doel af. In de lucht hebben ze iets van een militair transportvliegtuig, en onder water veranderen ze in een torpedo. Devos: ‘Dankzij hun gestroomlijnde lichaam, met een lange slangennek en ver naar achter geplaatste poten met zwemvliezen, zijn het snelle en wendbare jagers. Bovendien kunnen ze de lucht tussen hun veren wegpersen, waardoor de veren beter aansluiten en ze nog gestroomlijnder worden. Meestal schieten ze binnen de minuut al raak.’

Aalscholvers jagen individueel, maar ook in groep. Ze drijven vissen naar het wateroppervlak, waar ze beter zichtbaar zijn tegen de achtergrond van de lucht. Dat lijken gecoördineerde jachten en ze kunnen met veel zijn. ‘In Vlaanderen zie je vaak groepjes van enkele tientallen vogels, maar in Lac du Der in Frankrijk zag ik al vijfduizend aalscholvers samen jagen. Dat is spectaculair om te zien.’

Hoe iconisch het beeld van een aalscholver die zijn vleugels gespreid laat drogen ook is, hij ziet er op zo’n moment toch ook een beetje uit als een kleuter die na de zwemles onbeholpen staat te rillen in een koud kleedhokje.

Aalscholvers broeden al vroeg in het jaar, soms al in februari, en doen dat in kolonies in bomen vlakbij het water. De kolonie biedt bescherming, en waarschijnlijk wisselen de aalscholvers ook informatie uit over voedselgebieden. ‘In Vlaanderen gaat het vaak om tientallen tot honderden broedparen, maar in grote waterrijke gebieden zoals rond het IJsselmeer in Nederland kunnen kolonies uit duizenden nesten bestaan. De beste nestplaatsen gaan naar de sterkste of vroegst aangekomen vogels. ​​In hun eerste jaar broeden ze nog niet. Toch zien we soms jonge, nog niet broedende vogels in broedkolonies. Ze lijken op verkenning. Onderzoek toont aan dat vogels die een kolonie bezoeken voordat ze broeden, later meer kans hebben op succes.’

Een kolonie is trouwens geen plek waar je gezellig je boterhammetjes gaat opeten. ‘De grond ligt vol uitwerpselen en uitgebraakte vis. Het stinkt er enorm. Wanneer we jongen in een kolonie willen ringen, verdedigen aalscholvers zich door met hun uitwerpselen te schieten. De bijtende zuren van de uitwerpselen zorgen er zelfs voor dat de bomen waarin ze broeden op den duur afsterven. Dan zit er maar één ding op: verhuizen naar een andere kolonie.’

Om toch in schoonheid af te sluiten, wil ik je vragen om de volgende keer dat je een aalscholver ziet goed naar zijn verenkleed te kijken. Want dat is eigenlijk niet zwart. In het zonlicht schittert het metaalachtig, soms groen of brons. In broedtijd krijgen volwassen vogels bovendien een witte keelvlek en sprieterige sierveren op hun kop. De naakte reptielhuid bij hun snavel verkleurt en het oog straalt smaragdgroen. De aalscholver is eigenlijk een buitengewoon prachtige vogel.

Delen:

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

Uit een analyse van recent gedigitaliseerde historische weergegevens – die tot voor kort alleen beschikbaar waren als handgeschreven archiefstukken – blijkt dat het hele Congobekken consistent opwarmt sinds de jaren zestig.

In onze strijd tegen klimaatverandering moeten we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook actief CO₂ uit de lucht halen. Bomen doen dat, maar ook bepaalde stenen kunnen CO₂ uit de lucht halen en in de bodem vangen.

Dat vraagt Anne-Sophie (40) zich af. Professor biomedische wetenschappen Luc Bouwens (VUB) zoekt het uit.

De oorsprong van België – en van Noordwest-Europa – is een mysterieus continentje dat ‘Avalonië’ heet. Het begint een half miljard jaar geleden vanaf de zuidpool aan een onwaarschijnlijke odyssee.

Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.

Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.

Nachtvlinders hebben niet bepaald het positieve imago van hun flamboyante vrienden die overdag vliegen. Onterecht. Hoog tijd om de mot van zijn mottige imago te verlossen.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven