Fruitvliegen die dode soortgenoten zien, gaan zelf sneller dood

Fruitvliegen die dode soortgenoten zien, gaan zelf sneller dood

Delen:

Een onderzoeksteam onder leiding van specialiste moleculaire en integratieve fysiologie Christi Gendron (University of Michigan, VS) deed voor zijn reeks labo-experimenten een beroep op een oude wetenschappelijke bekende: de fruitvlieg (Drosophila melanogaster). Sinds het begin van de vorige eeuw leverde die in onderzoeklabo’s overal ter wereld talloze nieuwe inzichten op rond de menselijke gezondheid en genetica.

In de jaren 1910 al stelde de Amerikaanse geneticus en embryoloog Thomas Hunt Morgan met experimenten met fruitvliegjes vast hoe bepaalde eigenschappen doorgegeven werden aan nakomelingen en welke rol chromosomen speelden bij overerving. Later kreeg hij trouwens een Nobelprijs voor zijn onderzoek. Meer dan een eeuw later is de fruitvlieg nog steeds een belangrijke parameter.

Voor de studie maakte het team gebruik van fluo-labeling. Die techniek maakt het mogelijk om te zien wanneer een bepaald gen tot expressie komt. Dat komt erop neer dat een gen uit het DNA eerst wordt omgezet naar RNA en vervolgens vertaald naar een aminozuursequentie waaruit dan een eiwit ontstaat. Dit pasten ze toe in een labo-context waarin fluitvliegjes al dan niet blootgesteld werden aan de aanwezigheid van dode soortgenoten.

Levensverwachting

Die blootstelling leidde tot een toegenomen activiteit in een bepaald deel van het fruitvliegbrein, met R2- en R4-neuronen als spil. Ook wanneer dat proces kunstmatig geïnduceerd werd, dus zonder de aanwezigheid van dode soortgenoten, bleek het gepaard te gaan met een significante daling van de levensverwachting van de proefdiertjes. Met andere woorden: ze verouderden prompt sneller en overleden bijgevolg eerder dan verwacht kon worden.

Coauteur en professor moleculaire en integratieve fysiologie Scott Pletcher (specifiek onderzoeker gerontologie, University of Michigan) trekt dit wetenschappelijk breder open: ‘We identificeerden specifieke neuronen en evolutionair geconserveerde moleculen in het fruitvliegbrein die, als reactie op de omgeving, meebepalen hoe snel het insect veroudert.’

Neem daar de ‘verwantschap’ tussen mensen en fruitvliegen weer bij, en het team concludeert dat dit onderzoek een opstap kan zijn naar een beter begrip van hoe neurale netwerken ons verouderingsproces reguleren. Bij uitbreiding zou het dan kunnen leiden tot therapieën die dat proces vertragen.

De fruitvlieg Drosophila melanogaster speelt al meer dan honderd jaar een hoofdrol in het biomedisch onderzoek. Het kleine vliegje dat in geen tijd de fruitmand koloniseert, ligt mee aan de basis van de genetica, helpt wetenschappers om de werking van ons lichaam en het ontstaan van ziektes te ontrafelen, en droeg tot op heden bij aan zes Nobelprijzen. Hoe is de fruitvlieg zo belangrijk geworden voor de wetenschap? En wat maakt het diertje zo geschikt voor experimenten? Je leest het in de Eos-insectenspecial.

Delen:

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

Uit een analyse van recent gedigitaliseerde historische weergegevens – die tot voor kort alleen beschikbaar waren als handgeschreven archiefstukken – blijkt dat het hele Congobekken consistent opwarmt sinds de jaren zestig.

In onze strijd tegen klimaatverandering moeten we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook actief CO₂ uit de lucht halen. Bomen doen dat, maar ook bepaalde stenen kunnen CO₂ uit de lucht halen en in de bodem vangen.

Dat vraagt Anne-Sophie (40) zich af. Professor biomedische wetenschappen Luc Bouwens (VUB) zoekt het uit.

De oorsprong van België – en van Noordwest-Europa – is een mysterieus continentje dat ‘Avalonië’ heet. Het begint een half miljard jaar geleden vanaf de zuidpool aan een onwaarschijnlijke odyssee.

Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.

Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.

Nachtvlinders hebben niet bepaald het positieve imago van hun flamboyante vrienden die overdag vliegen. Onterecht. Hoog tijd om de mot van zijn mottige imago te verlossen.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven