Nadat Chinese plantenbiologen hadden gemerkt dat stadsbomen minder schade vertoonden aan hun blaadjes als gevolg van vraat door insecten dan bomen op het platteland, besloten ze op onderzoek¹ te gaan. Dat deden ze in hun thuisstad Peking, en wel bij twee veel voorkomende boomsoorten in de Chinese hoofdstad: de honingboom (ook wel Japanse pagodeboom genoemd) en de groene es. Ze verzamelden duizenden blaadjes van honderden bomen, en zochten naar een verklaring waarom sommige bomen vaker bezoek kregen van bladetende insecten dan andere.
De vorsers ontdekten dat de hoeveelheid nachtverlichting waaraan de bomen werden blootgesteld een bepalende factor was. Bomen van beide soorten vertoonden minder vraatschade naarmate ze ’s nachts sterker werden verlicht. De onderzoekers merkten dat felverlichte bomen veel taaiere blaadjes hebben. Mogelijk zijn ze daardoor minder aantrekkelijk voor insecten. De verhoogde taaiheid zou juist te danken zijn aan het extra licht, waardoor de bomen langer aan fotosynthese kunnen doen en dus meer energie kunnen vergaren.
De verhoogde taaiheid van de blaadjes is evenwel niet de enige mogelijke verklaring. Het zou ook kunnen dat insecten het nachtlicht liever schuwen, daar ze dan makkelijkere prooien zijn voor hun natuurlijke vijanden. De vorsers willen deze piste nog onderzoeken.
Het onderzoek kan dan goed nieuws zijn voor stadsbomen, voor stadsinsecten is het dat niet. Het insectenbestand staat in dichtbevolkte gebieden onder druk, wat repercussies kan hebben voor het ruimere ecosysteem.
Kunnen bomen ook in de herfst en winter aan fotosynthese doen?
Noten
Chinese Academy of Sciences, Peking in Frontiers in Plant Science
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

