Schimmelsterfte wordt ernstig probleem

Schimmelsterfte wordt ernstig probleem

Delen:

Stikstof brengt meer schade toe aan bodemschimmels dan aanvankelijk werd gedacht. In Vlaanderen, waar het stikstofgehalte in de lucht één van de hoogste is in Europa, vormt dat een grote bedreiging voor planten. Veel soorten zijn voor hun voeding afhankelijk van schimmels. Biologen van de KU Leuven trekken aan de alarmbel.

Stikstof is een schadelijk gas. Het belandt via neerdalend fijnstof in de bodem, waar het de grond verzuurt. Zowel boven- als ondergrondse schimmels raken daardoor in de problemen. Dat heeft nefaste gevolgen voor veel plantsoorten en voor de biodiversiteit van het landschap in het algemeen, vooral in schimmelrijke graslanden.

Tien jaar onderzoek

Onderzoekers wisten tot voor kort niet hoe groot het effect van stikstof was op schimmels. Een team van biologen mat daarom tien jaar lang, in acht landen, de stikstofgehaltes in de lucht. Daarnaast namen ze DNA-monsters uit de grond, waarop ze de aanwezigheid van schimmels konden afleiden. In België gebeurde dat op een veertigtal locaties.

‘De resultaten liegen er niet om’, zegt hoofdonderzoeker Tobias Ceulemans (KUL): ‘Op sommige plekken in Vlaanderen vonden we nog maar 20 à 30 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid schimmels in de bodem. Die terugval is te wijten aan de hoge stikstofdepositie.’

Cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) staven die claim. Jaarlijks valt gemiddeld 23,4 kilogram stikstof per hectare op Vlaamse gronden. Uit Brits onderzoek blijkt dat schimmels al schade oplopen bij meer dan 6 kilogram stikstof per hectare.

Ceulemans: ‘Het gaat natuurlijk wel om een gemiddelde. Langs snelwegen en in de buurt van de veeteeltindustrie kunnen deze cijfers oplopen tot 60 kilogram per hectare. Hoewel de cijfers in natuurgebieden ver onder het gemiddelde kunnen liggen, blijven ze te hoog.’

Witte schimmeldraden rond de knol van een orchidee. Zonder deze voedende schimmel sterft de orchidee. | © Tobias Ceulemans

Voorbeeld aan het VK

Ceulemans hoopt dat de overheid actie onderneemt. ‘De stikstofgehaltes moeten naar beneden. Dat staat vast. Maar de depositie in industriegebieden van 60 naar 5 kilogram of minder reduceren, lijkt mij economisch onhaalbaar. In dunbevolkte en natuurgebieden kunnen overheden wel hun slag slaan. Bijvoorbeeld door bij natuurgebieden alleen fruitteelt toe te staan. Die sector stoot nauwelijks stikstof uit.’

Voordien gebruikten natuurbehoudorganisaties andere oplossingen. Ze groeven onder meer verzuurde gronden af. Een kortetermijnoplossing om de grond weer nieuw leven in te blazen. Maar dat viel tegen. ‘Op die manier graaf je grofweg alle schimmels weg’, zegt Ceulemans. ‘Voordat die terug gegroeid zijn ben je tien jaar verder. Tegen die tijd is de grond opnieuw verzuurd. Het echte probleem dat aanpak vereist, zit in de bron van de uitstoot.’

Ondanks de kritieke toestand houdt Ceulemans de moed erin: ‘Voorbeelden uit buurlanden, zoals het Verenigd Koninkrijk, tonen aan dat het mogelijk is om de stikstofuitstoot te beperken. In overleg met de landbouw- en transportsector kunnen eerlijke maatregelen genomen worden.’

Delen:

Dat geldt ook voor grote honden. Het snellere verouderingsproces valt af te lezen in hun epigenetisch profiel. De reden achter dit snellere verouderingsproces is minder duidelijk.

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

Uit een analyse van recent gedigitaliseerde historische weergegevens – die tot voor kort alleen beschikbaar waren als handgeschreven archiefstukken – blijkt dat het hele Congobekken consistent opwarmt sinds de jaren zestig.

In onze strijd tegen klimaatverandering moeten we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook actief CO₂ uit de lucht halen. Bomen doen dat, maar ook bepaalde stenen kunnen CO₂ uit de lucht halen en in de bodem vangen.

Dat vraagt Anne-Sophie (40) zich af. Professor biomedische wetenschappen Luc Bouwens (VUB) zoekt het uit.

De oorsprong van België – en van Noordwest-Europa – is een mysterieus continentje dat ‘Avalonië’ heet. Het begint een half miljard jaar geleden vanaf de zuidpool aan een onwaarschijnlijke odyssee.

Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.

Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.

Nachtvlinders hebben niet bepaald het positieve imago van hun flamboyante vrienden die overdag vliegen. Onterecht. Hoog tijd om de mot van zijn mottige imago te verlossen.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven