Opnieuw actueel
Psyche & Brein

“Ik wens iedereen klimaatangst toe”

Morgen gaat de klimaattop in Dubai van start. Veel mensen zijn sceptisch over de mogelijke uitkomst. Dat kan gepaard gaan met klimaatangst. Hoe moeten we daarmee omgaan? “Aan de rand van een afgrond hebben mensen hoogtevrees. Dat is normaal.”

Dit is een artikel van:
Eos Psyche&Brein

Beeld: In september 2022 werd China getroffen door de ergste droogte in zestig jaar. In Wuhan kwam de Yangtze droog te staan.

Dit artikel verscheen in april 2023 in Eos Psyche&Brein.

Begin 2022 las Judith (35) het nieuwe IPCC-klimaat­rapport. Op dat moment herstelde ze thuis van een burn-out en ging het vrij goed met haar. “Ik voelde me beter en beter”, blikt ze terug. Het klimaatrapport slingerde haar genadeloos terug naar af. “O jee, ons klimaat is écht om zeep, dacht ik. Moeten mijn zoontjes daarin opgroeien? Wat vertel ik hen als ze me later vragen stellen zoals ‘Mama, waarom zette je ons op een stervende planeet?’ Even later brak de oorlog in Oekraïne uit. Het was de spreekwoordelijke druppel.”

Angstremmers

“Klimaatverandering en de oorlog maakten me steeds angstiger”, vervolgt ze. “Ik volgde obsessief het nieuws. Eerst wilde ik begrijpen hoe groot het klimaat­probleem was. Daarna zocht ik naar lichtpuntjes. Waren er ook studies die het probleem relativeerden? Kregen klimaatwetenschappers nog kinderen? Het stelde me een beetje gerust dat dat zo was. Toch begreep ik niet waarom alles zomaar bleef doordraaien, alsof er niets aan de hand was. Eerst durfde ik mijn angstgevoelens niet delen met mijn partner. Wat als zij even bang wordt als ik, dacht ik. Dan zijn we nog verder van huis.”

Judith volgde psychotherapie en kreeg angstremmers voorgeschreven. Een tijdlang vermeed ze het nieuws. Dat hielp. Toen ze opnieuw een krant opende, kwamen de berichten minder hard binnen. “Misschien omdat ik het ergste al verwerkt had”, vertelt ze. “Ik wéét intussen hoe groot het probleem is. Tegelijk begrijp ik ook beter dat de wereld niet van de ene op de andere dag zal vergaan. Dat creëert een beetje afstand. Al blijf ik gevoelig voor triggers. Wat als een klimaatontkenner als Donald Trump herverkozen raakt? Mijn vroegere zorgeloosheid ben ik definitief kwijt.”

Pre-traumatische stress

Judith is niet alleen. Tussen 2018 en 2022 bevroegen onderzoekers ruim twaalfduizend mensen in 32 westerse en niet-westerse landen. 47 procent van hen gaf toe zeer tot extreem bezorgd te zijn over klimaatverandering. Die bezorgdheid bleek samen te hangen met hun mentaal welzijn. Hoe meer klimaatangst, hoe slechter mensen zich voelen. In Nederland maken vier op de tien mensen zich grote zorgen. Voor België ontbreken vergelijkbare cijfers. In de recentste klimaatenquête stellen acht op de tien Belgen wel dat klimaatverandering een dringende aanpak vergt.

Wat is klimaatangst eigenlijk? Een gedeelde definitie is er nog niet. Voorlopig is het een verzamel­term voor negatieve gevoelens zoals angst, neerslachtigheid, spijt, machteloosheid, rouw, enzovoort. De American Psychiatric Association (APA) omschrijft klimaatangst als ‘chronische angst voor de ondergang van het milieu’. Sommige gezondheidsprofessionals zien het als een pre-traumatische stressstoornis. Mensen anticiperen op traumatische gevolgen van klimaatverandering nog voor ze effectief plaatsvinden.

Jongeren lijden vaker aan k­limaatangst dan volwassenen. Caroline Hickman (University of Bath, VK) is een van de wetenschappers die uitzoeken hoe dat komt. Als psychotherapeut begeleidt ze ook jongeren en hun ouders rond klimaatangst. “Dat ze samen therapie volgen, is geen toeval”, vertelt Hickman aan de telefoon. “Klimaat verhit de gemoederen. Jongeren gaan er veel actiever mee om dan volwassenen. Dat drijft hen uit elkaar.” Ze waarschuwt voor snelle oplossingen. “Geloof geen therapeuten die dat beloven. Klimaatangst is een complex en volstrekt nieuw gegeven in onze geschiedenis. We zien nog maar een glimp van het probleem.”

Volwassenen hebben vaak schuldgevoelens over de wereld die ze achterlaten. Die gevoelens zijn zo ongemakkelijk dat ze ze wegfilteren

Blussen met een waterpistool

Angst is van alle tijden. Een halve eeuw geleden waren mensen bang voor oorlog, zure regen of de dreiging van het communisme. “Toch heeft klimaatangst een fundamenteel andere oorsprong dan, bijvoorbeeld, een kernoorlog”, zegt Hickman. “Die laatste kunnen we deels voorspellen en zeker vermijden. Tenminste: als we dat willen. Bij klimaatverandering zijn we dat punt intussen voorbij. De schade is er al, we zien ze elke dag in het nieuws. Vorig jaar stond een derde van Pakistan onder water. In Europa sterven mensen in ongeziene bosbranden en overstromingen. Er is de voortdurende dreiging van droogte, mislukte oogsten, migratie, enzovoort. De vraag is niet langer of we dit nog kunnen vermijden, maar hoe erg het precies wordt. In die zin verschilt klimaatangst van andere stressoren die we in een klassieke hulpverleningssetting kunnen oplossen.”

“Oplossen is in dit geval het verkeerde woord én de verkeerde strategie. Het is te laat om te doen alsof het allemaal wel zal meevallen. Integendeel: alles wijst erop dat we de controle verliezen. Die vaststelling jaagt mensen de stuipen op het lijf.”

In 2021 bevroeg Hickman tienduizend jongeren in tien verschillende landen. Twee op de drie voelen zich triest en angstig. Driekwart vindt de toekomst angstaanjagend. Meer dan de helft denkt dat de mensheid verdoemd is. Bijna vier op de tien jongeren twijfelen om later aan kinderen te beginnen. De cijfers verschenen in het vakblad The Lancet. Tijdens haar veldwerk merkte Hickman iets opvallends. “Meer dan klimaatverandering zelf, voorspelt de lauwe reactie van volwassenen de ervaring van jongeren. Hoe passiever volwassenen reageren, hoe angstiger jongeren worden. Wetenschappers schreeuwen bijna dagelijks dat het huis in brand staat. Toch lijken beleidsmakers, bedrijven en ouders die urgentie te missen. Voorlopig blussen we met een waterpistool. Dat is het overheersende beeld.”

Afgewezen

84 procent van de jongeren voelt zich afgewezen als ze willen praten over klimaatverandering. “Een schokkend cijfer”, vindt Hickman. “Jongeren vertellen me dat ze zich oké zouden voelen als iederéén zich grote zorgen zou maken. Dat is niet het geval. Vaak minimaliseren volwassenen hun zorgen. Of erger: ze laken hun klimaatactivisme. Ik vind die afwijzende houding crimineel. Het verraadt een gebrek aan erkenning van perfect begrijpelijke zorgen. Dat berokkent jongeren psychologische schade.”

“Mijn vroegere zorgeloosheid ben ik definitief kwijt”

“Jonge mensen begrijpen de ernst van de situatie maar al te goed. Als volwassenen hun bezorgdheden wegwuiven, leidt dat tot extra stress en een vertrouwensbreuk. Het is alsof je zelfs na de Russische invasie zou volhouden dat alle Oekraïners veilig zijn. Compleet krankzinnig. Sofie, een meisje dat samen met haar moeder therapie volgde, vatte haar stress en ontheemde gevoel zo samen: “Je moet ons de waarheid vertellen over klimaat. Anders lieg je en kunnen we je niet vertrouwen. En als we je niet vertrouwen, kunnen we je niet vertellen hoe we ons voelen. Dan staan we moederziel alleen.”

Hickman pleit voor een open, authentieke houding. “Jongeren verwachten geen spectaculaire oplossingen, ze willen vooral begrip. Erken en benoem samen het psychologische ongemak. Normaliseer de klimaatangst van je kind en geef toe dat je het soms ook niet weet.”

Gezonde reactie

“Tijdens workshops wens ik mensen soms zelfs klimaatangst toe. Angst kan een uitstekende raadgever zijn. Aan de rand van een afgrond moet je mensen ook niet van hun hoogte­vrees proberen af te helpen. Net zo biedt klimaatangst evolutionaire voordelen. Het activeert: mensen gaan duurzamer leven, eisen maatregelen van politici en komen op straat. Onze geestelijke gezondheid weerspiegelt ons vermogen om adequaat te reageren op een snel veranderende wereld. In die logica is klimaatangst de onvermijdelijke keerzijde van een existentiële bedreiging.”

“Je moet mensen er niet van bevrijden. Gezien de omstandigheden is dat levensgevaarlijk. Denk liever na hoe we klimaatangst kunnen integreren in ons dagelijks leven. Hoe we ermee kunnen samenleven en hoe angst ons de weg kan tonen naar duurzame gedragsverandering. Zowel individueel als collectief.” (zie ‘Van wanhoop naar actie’)

Judith begrijpt Hickmans redenering, maar heeft ook bedenkingen. “In mijn slechtste periode focuste ik zó obsessief op klimaat dat concrete actie onmogelijk werd. Ik voelde me verantwoordelijk voor wat er gebeurde. Alles wat ik deed, leek het probleem erger te maken. In de lange droogteperiode vorig jaar durfde ik bijvoorbeeld amper nog water te gebruiken. Therapie en medicatie ­doorbraken die verlamming. Ze schiepen wat ademruimte en perspectief. Inmiddels hou ik mezelf voor dat ik de wereld niet op mijn eentje kan redden, noch verwoesten.”

Onderzoek waarschuwt dat klimaatangst kan uitmonden in ernstige mentale aandoeningen zoals depressie of een angststoornis. Dat bevestigt ook Kirsten Catthoor, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP). De organisatie werkt momenteel aan een literatuurstudie rond geestelijke gezondheid en klimaatangst. Eerste besluit: het is een symptoom, geen ziekte. Catthoor: “Elke psychologische stressor, ook klimaatangst, kan leiden tot psychopathologie. Toch hoop ik dat het nooit in de DSM terechtkomt. In se is klimaatangst een logische, zelfs ‘gezonde’ reactie op een snel veranderende omgeving. We weten niet wat klimaatverandering ons zal brengen. We weten wel dat we er als mensheid te weinig aan doen. Dat leidt tot chronische onzekerheid en stress. Je kan het een beetje vergelijken met rouw, nog zoiets wat niet in de DSM thuishoort. Iemand verliezen doet pijn; je voelt je gebroken en ontredderd. Op dezelfde manier verliezen we vandaag een stuk van de vertrouwde wereld. De zeespiegel stijgt, diersoorten en gletsjers verdwijnen met een rotvaart, ons weer wordt ­onvoorspelbaar. Het houdt geen steek om alle onaangename gevoelens daarrond te pathologiseren.”

Caroline Hickman bevroeg 10.000 16- tot 25-jarigen in tien landen. Ze kregen de vraag ‘Doet klimaatverandering je dit voelen of denken?’ Dit is het percentage dat ‘ja’ antwoordde.

Psychologische afweer

Catthoor bevestigt dat jongeren meer lijden onder klimaatangst. “Volwassenen staan onverschilliger tegenover klimaat, leert onze literatuurstudie. Vermoedelijk omdat niet zij, maar de volgende generaties de ergste gevolgen zullen dragen. Daarom reageren jongeren veel heftiger. Zij beseffen dat hun toekomst op het spel staat.”

Hickman wijst op nog een element. Volgens haar missen jongeren de psychologische afweer die volwassenen wél hebben. “Naarmate je ouder wordt, doorprikt het leven allerlei illusies”, legt ze uit. “Je kunt niet trouwen met de persoon van wie je houdt, je worstelt in je baan, je kent tegenslagen. Daarmee omgaan vergt mentale soepelheid. Gaandeweg leren mensen afstand te nemen van wat moeilijk is. Ze streven concretere of meer haalbare doelen na, ze doen iets anders dan wat hun gevoel hen ingeeft. Die afweermechanismen helpen hen doorheen het volwassen leven te navigeren. Maar bij een immense bedreiging - zoals klimaatverandering - staan ze een gepaste reactie in de weg. Dan zie je hoe volwassenen afstand nemen. Je zou het een vorm van dissociatie kunnen noemen. Want vergis je niet: álle generaties lijden onder klimaatstress, bewust of onbewust.”

“Als je doorvraagt, blijken volwassenen bijvoorbeeld te lijden aan schuld- en schaamtegevoelens om de wereld die ze nalaten. Die gevoelens zijn zo onaangenaam dat we ze wegfilteren. Bijvoorbeeld door onverzettelijk te geloven dat alles goedkomt. Door alles te verwachten van technologie. Of door de schuld bij anderen te leggen: bij China, bij oliebedrijven, bij stakende scholieren die het wagen om een vliegtuig te nemen. Dat sommigen zo giftig reageren op de jonge klimaatactiviste Greta Thunberg, bewijst vooral dat haar boodschap ons een spiegel voorhoudt. Ze verkondigt een hoogst ongemakkelijke waarheid. Daarop schiet onze psychologische afweer in allerlei gedaantes te hulp. Jongeren hebben die luxe niet. Zij voelen de uitdaging veel scherper. Eigenlijk kunnen ze niet om hun angsten heen.”

Verraden wetenschappers

Ook klimaatwetenschappers worstelen met klimaatangst. Hickman: “Hun baan is zo objectief mogelijk naar de wereld te kijken. In die blik hebben psychologische afweer­mechanismen geen plaats. De klimaatwetenschappers die ik ontmoette, vertellen precies hetzelfde als jongeren: niemand luistert, men negeert ons compleet. Dat ze hun boodschap al decennia tevergeefs verkondigen, versterkt het onbehagen nog. Ook zij voelen zich verraden en machteloos.”

Gus Speth, een belangrijk Amerikaans klimaatadviseur, zegt dat de oplossing niet technologisch, maar spiritueel van aard is. Lange tijd geloofde hij dat wetenschappers met oplossingen zouden komen voor biodiversiteitsverlies, instortende ­ecosystemen en het broeikaseffect. Tot hij begreep dat niet klimaatverandering zelf maar egoïsme, hebzucht en apathie de onderliggende boosdoeners zijn. Om die te lijf te gaan, heb je nood aan een culturele en spirituele transformatie, geen technisch-wetenschappelijke. Want wat heb je aan een oplossing als er niemand meedoet?

De wereldwijde opwarming, voorgesteld in een streepjescode. Elk streepje staat voor 1 jaar, de kleur ervan staat symbool voor de gemiddelde temperatuur gemeten van 1936. Hoe blauwer, hoe kouder. Hoe roder, hoe warmer.

Hickman citeert Speth voortdurend om het belang van klimaatpsychologie te duiden. “Hij gebruikt bewust het woord transformeren, niet aanpassen. Begrijp: dit is geen tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk. We moeten onze angsten omarmen en inzetten als katalysatoren van verbinding en actie. Klimaatangst verraadt in de eerste plaats bezorgdheid. Waarom zouden we in hemelsnaam boos zijn op bezorgde jongeren? En wat betekent die boosheid eigenlijk? Als we ze leren zien als vermomde pijn zetten we een grote stap. Dan wordt klimaat een gedeelde bezorgdheid en kunnen we – eindelijk – praten.”

Van wanhoop naar actie

“In principe kunnen we deze klimaatcrisis overleven. Maar dan moeten we ons eerst bevrijden van het idee dat we sowieso verdoemd zijn”, vertelt Renee Lertzman. De Britse klimaat­activist onderzoekt hoe je klimaatangst omzet naar concrete actie, en hoe de psychologie daarbij helpt. Haar werk biedt handvatten en hoop. “Duurzame gedragsverandering is altijd mogelijk, individueel én collectief”, stelt ze. “Maar in de praktijk voelt de uitdaging zo overweldigend dat we blokkeren. De bewuste of onbewuste stress rond klimaatverandering is groot. Iedereen heeft een punt waarop stress zijn of haar mentale draagkracht overschrijdt. Op dat moment nemen we afstand. We mijden het thema en moeilijke gevoelens gaan ondergronds. Dat leidt vaak tot passiviteit, wat je niet mag verwarren met onverschilligheid. Ik interviewde mensen over de hele wereld rond klimaatverandering. Ze hielden zich vaak stoer, maar als ik doorvroeg, bleken ze bijzonder bang en bezorgd.”

Hoe raak je daaruit? “De kunst is om dicht bij je gevoel te blijven. Zoiets vergt mildheid voor je eigen ervaring en die van anderen. Je kan angstgevoelens, hulpeloosheid of ontkenning pas hanteren als je ze herkent en erkent. Zeg tegen jezelf dat elk gevoel oké is en zoek anderen op. Vertel hen openlijk over je ervaring en bezorgdheid. Je zal merken dat ook zij bezorgd zijn. Wederzijds begrip legt de basis voor collectieve actie. Nieuws over klimaatverandering werkt veel minder goed. Het zoveelste dramatische rapport zal de mensheid niet plots wakker schudden. Eigenlijk zijn we al lang wakker. Conclusie: Voor we kunnen overgaan tot actie moeten enkele psychologische randvoorwaarden vervuld zijn. ‘We kunnen dit!’ activeert veel minder dan: ‘Ik ben ook bang, maar we zitten hier samen in. Als we samenwerken en samenblijven, kunnen we dit!’


Gerelateerde artikels

Klimaatverandering is een feit! Evolutie schiet te hulp

Klimaatverandering is een feit! Evolutie schiet te hulp

De aanpassing van het leven op aarde aan veranderende omgevingen is mogelijk  door natuurlijke selectie op basis van individuele verschillen. Deze (genetische) diversiteit binnen soorten staat echter onder druk. Het blijkt dat we als mensen onze strategieën moeten aanpassen om deze verschillen te monitoren, en zo onze biologische hulpbronnen optimaal te beheren.  Als we willen blijven profiteren van de diensten van de natuur, kunnen we maar beter deze grondstoffen van natuurlijke evolutie in de gaten houden zodat soorten zich kunnen blijven aanpassen aan veranderingen in hun omgeving.