DIY

Hoe citizen science de wetenschap uitdaagt

Citizen Science, het eerste Nederlandstalige boek over burgerwetenschap, laat zien dat er in iedere burger een wetenschapper schuilt.

Dit is een artikel van:
Eos Wetenschap

Bezorgde burgers die de luchtkwaliteit in hun stad meten, biohackers die zelf veganistisch leer uit schimmels maken en liefhebbers die eeuwenoude manuscripten transcriberen. Het zijn allemaal voorbeelden van burgerwetenschap die aan bod komen in het boek Citizen Science.

Liesbeth Gijsel, medeauteur van het boek én de drijvende achter het Eos-platform Iedereen Wetenschapper, vertelt waarom burgerwetenschap nu zo populair is en welke rol ze kan vervullen in onze maatschappij.

Om te beginnen: wat is burgerwetenschap eigenlijk?

In ons boek hebben we burgerwetenschap gedefinieerd als wetenschappelijk onderzoek dat geheel of gedeeltelijk wordt uitgevoerd door gewone mensen die niet per se een universitair diploma hebben. Het wordt vooral duidelijk aan de hand van de voorbeelden, zoals de bekende vogeltellingen en het CurieuzeNeuzen-project, waarbij in 2018 twintigduizend Vlamingen de luchtkwaliteit in hun straat maten.

Zoals we kunnen lezen in jullie boek, kent burgerwetenschap een lange geschiedenis. Maar waarom is het juist nu zo in opmars?

Dat ligt aan een aantal oorzaken. Door de digitalisering is het mogelijk om grote databanken online te zetten en data te verzamelen, bijvoorbeeld via smartphones. Het is ook makkelijker geworden om veel mensen te bereiken en hen op te roepen om mee te doen. 

Daarnaast is er sprake van een democratisering van de wetenschap, waarbij de gewone mensen en de wetenschapers dichterbij elkaar komen. Veel mensen zijn hoger opgeleid dan vroeger en de mogelijkheden om met hen samen te werken zijn groter.

Mensen zijn ook mondiger geworden: burgers die bezorgd zijn om een bepaald probleem kunnen zelf een citizen science-project opzetten. Zo kunnen ze bijvoorbeeld data verzamelen om die als bewijs van het probleem aan de overheid voor te leggen. Die bottom up-initiatieven draaien de top down-structuur van de klassieke wetenschap om.

Dat brengt me op de subtitel van jullie boek: Hoe burgers de wetenschap uitdagen. Moet de wetenschap dan meer worden uitgedaagd?

Mensen denken vaak: wat doet die prof in zon witte jas allemaal met mijn belastinggeld? Burgerwetenschap doorbreekt dat klassieke beeld van de wetenschapper in de ivoren toren die losstaat van de maatschappij. Citizen science kan ervoor zorgen dat er meer onderzoek gedaan wordt naar dingen waar de maatschappij behoefte aan heeft. Hoe maatschappelijk relevanter het onderzoek is, hoe dichter wetenschap bij de gewone man en vrouw komt te staan. Al wil dat natuurlijk niet zeggen dat fundamenteel onderzoek overbodig wordt. Het moet naast elkaar bestaan.

Hoe voorkomen we dat alleen een kleine groep geïnteresseerde burgers meedoet met citizen science projecten?

‘Als wetenschapper moet je echt naar de mensen toe gaan en vragen wat er volgens hen onderzocht moet worden. Je kunt niet verwachten dat iedereen zich vanzelf aangesproken voelt en naar de universiteit komt om bijvoorbeeld een info-avond of lezing bij te wonen. Wil je ook ‘moeilijk bereikbare doelgroepen’ bij je onderzoek betrekken, dan kun je beter een specifieke doelgroep uitkiezen die normaal gezien niet aan bod komt en een geschikte partner zoeken die deze mensen goed kent. Dat kan bijvoorbeeld een jeugdbeweging, school, wijkwerking of moskee zijn.’

Liesbeth Gijsel is medeauteur van het boek Citizen Science en de drijvende achter het Eos-platform Iedereen Wetenschapper.

Heb je zelf ook al eens meegedaan aan een citizen science-project?

Ja, ik heb vooral meegedaan aan projecten rond luchtkwaliteit: CurieuzeNeuzen en een soortgelijk Europees project. Daarbij moest ik met een luchtkwaliteitsmeter en gps-tracker rondlopen en werd mijn eigen gezondheid onderzocht om de invloed van luchtkwaliteit te bepalen. En ik heb wel eens iets ingevoerd op waarnemingen.be, de site van Natuurpunt.

Hoe is het boek ontstaan en wie zijn de andere auteurs?

Bioloog Tine Huyse wilde een boek schrijven over citizen science en vroeg Ine Van Hoyweghen en mij om mee te schrijven. Ik kende Tine al een jaar of vijf. Toen was ze als lid van de Jonge Academie bezig met citizen science, en werkten we geregeld samen (zie kader). Ine heeft als socioloog een andere kijk op het thema en doet zelf ook onderzoek naar burgerwetenschap. Zo hebben we alle drie vanuit onze eigen achtergrond een bijdrage kunnen leveren. Als coördinator van Iedereen Wetenschapper weet ik zelf vooral welke projecten er lopen en wat de mogelijkheden zijn.

Hopen jullie dat het boek mensen inspireert om zelf aan citizen science te doen?

We hebben het boek in de eerste plaats geschreven omdat burgerwetenschap een belangrijk fenomeen is waar nog geen Nederlandstalig boek over bestond. Persoonlijk wil ik de bottom up citizen science graag een beetje in het licht stellen, want die mag nog wel wat meer ondersteund worden. We hopen dat meer wetenschappers aan citizen science gaan doen. Dat moet dan wel op een goede manier: wetenschappers mogen de burgers niet zomaar gebruiken voor hun onderzoek, maar beide partijen moeten er voordeel uit halen. Dat kan het oplossen van een bepaald probleem zijn, maar mensen kunnen ook gewoon meedoen uit interesse en het leuk vinden om dingen bij te leren.

Wat is Iedereen Wetenschapper?

In 2015 lanceerden Eos en de Jonge Academie Iedereen Wetenschapper, een digitaal platform voor burgerwetenschap. Op de website vind je zo goed als alle citizen science-projecten waar je vanuit België en Nederland aan kunt deelnemen. Zo kun je trekvogels volgen, archieven uit de Eerste Wereldoorlog digitaliseren, spinnen meten in je eigen stad en nog véél meer. Geïnteresseerd? Ga naar www.iedereenwetenschapper.be