Trage koolmees houdt stand

25 april 2013 door Eos-redactie

Klimaatverandering heeft voorlopig geen impact op de koolmeespopulaties.

Klimaatverandering heeft voorlopig geen impact op de koolmeespopulaties.

Enkele weken geleden was er niet veel van te merken, maar de lente is de voorbije decennia steeds iets vroeger begonnen. Bomen staan sneller in het blad en rupsen verschijnen eerder. Maar zangvogels zoals de koolmees slagen er onvoldoende in om vroeger te beginnen broeden, zodat hun jongen pas uit het ei komen als de meeste rupsen - hun belangrijkste voedselbron - verdwenen zijn. Die slechte timing heeft vooralsnog geen ernstige gevolgen, melden Nederlandse wetenschappers in het vakblad Science.

De onderzoekers bestudeerden de evolutie van de koolmezenpopulatie in het Nationaalpark de Hoge Veluwe. Die blijkt de voorbije 40 jaar vrij stabiel te zijn gebleven. Terwijl de piek in het voedselaanbod wel twee keer sneller dan het broedtijdstip van de mezen is opgeschoven in de tijd.


Minder competitie

De verklaring daarvoor is dat door de voedselschaarste minder jongen volwassen worden. Daardoor is er minder competitie en vergroten hun kansen om de winter te overleven. Onder normale omstandigheden worden er per tien eieren negen jongen geboren. Daarvan vliegen er zeven uit en overleeft er doorgaans maar één de winter. Als er minder concurrenten zijn, neemt het aantal overlevers toe.

Dat minder competitie de overlevingskansen verhoogt, is een bekend fenomeen in de ecologie. Maar het is volgens de wetenschappers de eerste keer dat de link met een door de klimaatverandering ontregelde timing wordt gelegd.

Toch is de toekomst van de koolmees niet gegarandeerd, want de kloof tussen de voedselpiek en het broedtijdstip van de dieren zal blijven groeien. De mezen zullen dus moeten evolueren. Natuurlijke selectie bevoordeelt dieren die vroeger broeden. 'De verminderde competitie levert de vogels enkel tijdswinst op', zegt Marcel Vissen van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). 'Hopelijk doet de evolutie haar werk voor de populaties beginnen te slinken.' (ddc)