Omgaan met terreurdreiging

15 juli 2016 door KD

De aanslag in Nice confronteert ons nog maar eens met terreurdreiging. Hoe gaan we er mee om?

De sociale psychologie heeft heel wat cruciale inzichten uit verhelderende onderzoeken te bieden. Daar kunnen niet alleen beleidsmakers, maar wij allemaal iets van opsteken.

Nu het gewelddadige extremisme blijft toenemen, kan de wetenschap niet nalatig en werkloos blijven toekijken zonder te proberen daar iets aan te doen. In dit artikel richten we de schijnwerpers op de sociale psychologie bij de oorlog tegen terreur. Na levendige gesprekken met een groep internationale experts besloten we om zeven inzichten uit te lichten. We geloven stellig dat elk van deze inzichten rechtstreekse implicaties in deze snel veranderende wereld heeft. Niet alleen voor politieke beslissingen, maar voor ons allemaal.

1. De valse consensus

We zijn dol op de idee dat wij onszelf zijn, maar tegelijk is ons brein helemaal ingesteld op leven in een groep. De natuurlijke selectie heeft daarvoor een listige app gevonden, die ons met de illusie opzadelt dat we net zoals de rest zijn. Dit programma vertelt ons dat onze gedragskeuzes rationeel en gepast zijn, terwijl we tegelijk de sociocognitieve autonomie krijgen waar we zo naar hunkeren. Dat werkt meestal prima. Heeft u zich bijvoorbeeld al eens afgevraagd waarom politici in de aanloop naar verkiezingen vaak zo merkwaardig en ongefundeerd optimistisch zijn? Soms pakt de illusie van consensus echter dodelijk uit, wanneer een kleine militante overtuiging tot een kwalijke ideologische tumor uitgroeit. Dat is vooral binnen groepen gevaarlijk. Wanneer die visie niet door andere standpunten in vraag wordt gesteld, kan de tumor razendsnel agressief worden. Politici en het grote publiek moeten dus bereid zijn om hun veronderstellingen – over terrorisme, immigratie, religie – in vraag te stellen, om niet in de val van de valse consensus te trappen.

2. Kuddegedrag verhinderen

Onderzoek toont aan dat we graag naar anderen verwijzen als het gaat om gedrag dat afhangt van beslissingen of handelingen waarmee we niet vertrouwd zijn. Helaas beginnen noodsituaties vaak als ambigue, potentieel schadelijke toestanden. Omdat de meesten van ons ijverige aanhangers zijn van het vermijden van gêne, kijken we dus naar de daden van anderen om te zien wat wij zelf moeten doen. Als zij niets doen, doen wij ook niets.


Een belangrijke uitdaging voor beleidsmakers is om de culturele overdracht van wat psychologen ‘interpersonal empowerment’ noemen, te vereenvoudigen: het gevoel dat wij allemaal verantwoordelijk zijn voor gevolgen die niet alleen ons eigen welzijn, maar ook dat van andere mensen zullen beïnvloeden. Daar kunnen eenvoudige interventies bij horen, zoals affichecampagnes op publieke plaatsen die pakweg een verdachte tas laten zien en de boodschap tonen: ‘Laat het niet aan anderen over. Het is UW zaak.’


We zouden allemaal baat hebben bij zulke aansporingen, zodat onze neiging tot kuddegedrag een terreuraanslag kan verhinderen. Diezelfde inhibitie kan ook binnen een extremistische groepering op een soortgelijke manier werken, waardoor groepsleden die gruweldaden niet in vraag gaan stellen en ze na verloop van tijd zelfs de norm worden.

3. De groepsnorm volgen

We volgen de voorbeelden van mensen met wie we ons identificeren en laten we al de rest links liggen. Een globale aanpak die deze sociale verschillen omvat, is dus cruciaal. Het is allemaal goed en wel dat gematigde imams van middelbare leeftijd fanatieke, jonge fundamentalisten afwijzen, maar sinds wanneer identificeert de jeugd zich met het establishment?

En nog iets dat leiders van religieuze of andere gemeenschappen maar beter kunnen noteren: als we niet zeker zijn wat we van een bepaalde situatie moeten denken, vertrouwen we op mensen binnen onze eigen sociale kring om te beslissen wat de gepaste respons is. In een gezonde culturele smeltkroes is dat prima. Maar wanneer groepen geïsoleerd raken van de conventionele samenleving, is onze aangeboren neiging om de kudde in al zijn normen te volgen ook een opstap naar sekten, klieken en andere soorten extremisme.


Daaruit volgen twee dingen. Om te beginnen moeten onze overheden actief op zoek gaan naar bewijzen en advies van experts buiten hun eigen kringen. Ten tweede moeten ze manieren proberen te vinden om de geïsoleerde positie van groepen die naar extremistische ideologieën neigen tegen te houden.

4. In de ban van de clan

Het is niet moeilijk om de kracht van een positieve vooringenomenheid tegenover je eigen groep te waarderen: het volstaat om in te loggen op Facebook of naar een voetbalwedstrijd te gaan. Maar dat dit soort loyaliteit ook opduikt in andere situaties dan levenslange trouw aan een voetbalclub of een religie tart ons gezond verstand al veel meer. Het blijkt al te volstaan dat we mensen indelen in zogeheten ‘minimale groepen’ (die zich niet door bepaalde kenmerken onderscheiden, behalve een naam) om een onmiddellijk, misschien zelfs ancestraal verlangen op te wekken naar een positief onderscheidend kenmerk binnen een groep. De mentale houding van ‘wij’ tegenover ‘zij’ vormt zo de psychologische basis voor discriminatie en vooroordelen.


De uitdaging voor beleidsmakers is nu om die ingebouwde motivatie te vertalen naar ‘deel uitmaken van een dream team' waarvan de hele samenleving profiteert. Wij hebben strategieën nodig om de psychologische aanpassing van dit wij-zij-onderscheid te beperken. Wetenschappelijk onderzoek heeft alvast heel wat onderbouwde manieren opgeleverd om dat te doen: benader alle mensen als uniek individu; focus op een super-wij, een categorie die iedereen in één groep onderbrengt (zoals ‘menselijke wezens’) of doe moeite om het volledige palet van wij-categorieën te zien dat doorheen de zij-categorieën loopt (bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, nationaliteit of een passie voor voetbal). Al die benaderingen kunnen onze neiging uitwissen om al onze psychologische spaarcenten in te zetten op één enkele existentiële pokerkaart.

5. Extreme identiteit
Vreselijke zelfmoordaanslagen komen steeds vaker voor. Maar de bewering dat de plegers van zulke gruweldaden regelrechte psychopaten of gebrainwashte dissidenten zijn, gaat voorbij aan het fundamentele psychologische element dat tot die massamoord leidt. Bij sommige mensen glijdt het normale proces van groepsidentificatie echter af naar een soort transcendente staat, waarin hun individuele zin voor cognitief, emotioneel en moreel handelen volledig opgeslorpt wordt door de overheersende eisen van het collectief. Ze geraken zodanig gedepersonaliseerd dat ze een zelfmoord beschouwen als een daad van ‘zelfverlossing’ voor hun identiteit, die nu samenvalt met die van de groep.


De belangrijkste boodschap voor beleidsmakers en andere professionals: door zulke persoonlijkheden te identificeren en interventieprogramma’s te ontwikkelen via scholen, consulenten en anderen bestaande organisatiestructuren, kan het risico op politiek of religieus martelaarschap gevoelig verminderd worden. Voorwaarde is dat die programma’s zo opgezet worden dat ze deze zelf-identiteiten weer losweken van de groep of de versmelting met de groep in eerste instantie al proberen te vermijden.

6. Ken uzelf

Censuur binnen de eigen groep (in-group) mag dan misschien wel een prijs hebben voor de afvallige overlopers, maar als middel om deuren te openen is het niet te onderschatten. Het biedt een vreemde out-group die op zijn hoede is een psychologisch verzoeningsgebaar aan en doorbreekt zo muurvaste militante overtuigingen. Islamitische leiders kunnen dus maar beter goed meelezen: als zij terroristische aanslagen door moslimfundamentalisten openlijk bekritiseren, kan dat de publieke opinie van niet-moslims in het westen over de mainstream islam positief beïnvloeden, waarbij ook vooropgezette stereotypen in vraag worden gesteld. Op een soortgelijke manier zullen Amerikaanse en Europese overheden die op een transparantere manier over hun buitenlandse politiek debatteren ook meer sympathie vergaren bij moslims die het westen steeds sterker van imperialistische motieven verdenken.

7. Paradoxaal denken
Het kan in sommige omstandigheden een effectief tegengif voor extremistische opvattingen blijken om de houding van voorstanders te ‘zien’ en vervolgens ‘te verhogen’. Zo zouden gematigde religieuze leiders in discussies met individuele extremisten bijvoorbeeld een argument kunnen gebruiken als ‘vrouwen mogen hun huis nooit verlaten’ om extreem fundamentalisme tegen te gaan. Dit soort ideologisch coherente maar vrij absurde extensies van foute principes kan mensen misschien helpen dwingen om hun opvattingen te herzien.

Eindconclusie

De inzichten die we hier hebben beschreven, worden rijkelijk ondersteund door goed geverifieerde theorieën of hebben geleid tot nieuwe studies die bijkomende bewijzen hebben opgeleverd. Ze bieden beleidsmakers dan ook krachtige, goed onderbouwde perspectieven over hoe zij met de terreurdreiging kunnen omgaan. Natuurlijk raken ook wetenschappelijke theorieën wel eens ontspoord. Toch levert de sociale psychologie ons enkele van de beste tools die we hebben om menselijk gedrag te begrijpen. Ze vormen een opmerkelijk tegengewicht voor onze ingesleten gewoonten, waarbij politici en beleidsmakers in hun zoektocht naar de beste aanpak vaak meer vertrouwen hebben in rommelige ‘voorspellende’ enquêtes of orakelende opiniemakers dan in wetenschappelijke analyses.

Dossier Terreur in Psyche & Brein, nu in de kiosk

Hoe kan het zo ver komen dat jongeren hun realiteitszin kwijtraken en hun leven riskeren voor een groepering van fanatici? En vooral: hoe winnen we hen terug?

Hier vind je een uitgebreide inhoudstafel van het magazine.