Hoe we de terugkeer van de wolf tot een succes kunnen maken

We bereiden we ons maar beter voor op een permanente aanwezigheid van wolven in Vlaanderen, zegt Chris Steenwegen, algemeen directeur van Natuurpunt. Of de sensatie over de terugkeer van de wolf zou wel eens snel kunnen omslaan in tegenstand.

De eerste wolf in Vlaanderen zou gespot zijn in Kempen-Broek, een grensoverschrijdend natuurgebied in het Limburgse Bocholt. Nu gaat het nog om een rondtrekkend exemplaar. Maar de dag dat de wolf zich hier permanent vestigt, zou wel eens sneller kunnen komen dan verwacht. Daar bereiden we ons maar beter op voor, zegt Chris Steenwegen, algemeen directeur van Natuurpunt. Of de sensatie over de terugkeer van de wolf zou wel eens snel kunnen omslaan in tegenstand.

De waarneming zorgt voor opwinding. Eindelijk is de wolf terug! Bij uitstek staat het dier symbool voor de ongrijpbare kracht van de natuur. Aan de ene kant zijn het een fascinerende dieren. Voorvader van de hond, met een hoofdrol in oude en nieuwe verhalen. Wolven spreken tot de verbeelding. Aan de andere kant vervullen ze ook een unieke rol in de natuur. Wolven zijn toppredatoren. Ze staan helemaal bovenaan de voedselketen. Ze zijn onvervangbaar. Bovendien: wolven horen hier thuis.

Wolven hebben geen uitgestrekte wildernis nodig om zich te vestigen en voort te planten, zo blijkt uit onderzoek van de Spaanse onderzoeker José Vicente López-Bao, onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke topblad Science. Voldoende voedsel, zoals everzwijnen en reeën, rustplaatsen en een verbod op jacht volstaan. Dat zijn voorwaarden waaraan in Vlaanderen helemaal is voldaan. De laatste jaren is de populatie reeën en everzwijnen sterk gestegen. Voedsel is er dus genoeg voor de wolf.

Dat de eerste wolf nu in Vlaanderen gespot werd, ligt dus helemaal in de lijn van de verwachtingen. Het is gewoon een kwestie van tijd voor de wolf zich hier ook permanent vestigt, net zoals dat is gebeurd in Frankrijk en Duitsland.

Vorig jaar zette minister Schauvliege de wolf op de lijst van beschermde
dieren. Dat was al een belangrijke stap. Nu de wolf ook echt voor de deur
staat, is het tijd om een heus wolvenplan uit te werken, naar het voorbeeld
van Duitsland en Nederland. Daarbij moet er oog zijn voor draagvlak en
preventie van schade. Dat zal ervoor zorgen dat het samenleven met de wolf
zonder veel kleerscheuren kan verlopen. Een andere belangrijk element is
dat er tussen natuurgebieden verbindingen worden gelegd, zoals ecoducten,
zodat de wolven zonder gevaar voor verkeersongevallen door het land kunnen
trekken.

Het is perfect mogelijk om samen te leven met wolven. Dat wordt aangetoond
in gebieden in Europa waar wolven nooit zijn weggeweest. Dan gaat het
bijvoorbeeld over de Abruzzo, een gebied in het midden van Italië, op
minder dan twee uur rijden van Rome. Daar zijn de beschermingsmaatregelen
voor het vee altijd in stand gehouden. Landbouwers beschermen hun dieren er
met honden en solide afsluitingen. En de overheid voorziet er compensaties
bij schade. In zulke gebieden verloopt de samenleving tussen wolf en mens
zo goed als probleemloos. Maar in landen waar de wolf was uitgeroeid en nu
is teruggekeerd, zoals in Duitsland, blijkt dat het van cruciaal belang is
om de terugkeer van de wolf grondig voor te bereiden. Er moet voldoende
ingezet worden op bescherming van het vee, compensatiemaatregelen en
sensibilisatie van het publiek. Dat blijkt in Duitsland de succesfactor te
zijn. Het project Wilkommen Wolf loopt daar al jaren en heeft ervoor
gezorgd dat de acceptatie van het dier zonder veel problemen verloopt.

Het is perfect mogelijk om samen te leven met wolven. Dat wordt aangetoond in gebieden zoals de Abruzzo in Italië.

Naast het wolvenplan op Vlaams niveau, is het ook noodzakelijk om verder te
investeren in grote, aaneengesloten natuurgebieden. Die bieden een veilige
rustplaats voor allerlei grote dieren zoals herten, reeën, otters, bevers,
en uiteraard ook wolven. Het is nu aan de overheid om een kader te voorzien
om mens en dier te laten samenleven. Zo niet, dan dreigt het gevaar dat
onze grote wilde dieren in een mum van tijd als overlast zullen worden
ervaren – en zo snel mogelijk zullen worden verjaagd. En dat zou jammer
zijn. Onze wilde dieren lijken dan wel stoer en gevaarlijk, ze zijn vooral
heel erg kwetsbaar en broos.