De dino's hadden gewoon ongelooflijk dikke pech

Van alle plekken op aarde viel de planetoïde op de slechtste.

Volgens een recente studie was de ondergang van de dinosaurussen, de opkomst van de zoogdieren en het uiteindelijke ontstaan van de mens een nog groter toeval dan we dachten. Het was al enorm toevallig dat een gigantische planetoïde insloeg op de aarde en de hele biodiversiteit van de planeet overhoop haalde. De studie toont nu aan dat er alleen maar een massa-extinctie volgde omdat de planetoïde op één bepaalde plaats insloeg.

Als de planetoïde een paar kilometer verder was ingeslagen, dan zouden de gevolgen minder ernstig zijn geweest

De dinosaurussen ongeveer 66 miljoen jaar geleden uit nadat een gigantische planetoïde insloeg op de aarde. De botsing veroorzaakte een gigantische stof- en roetwolk waardoor het klimaat wereldwijd veranderde. De onderzoekers van de Tohoku University in Japan stellen dat de hoeveelheid roet die nodig was voor zo’n grote globale ramp alleen kon ontstaan door een impact op gesteentes met een grote hoeveelheid koolwaterstof.

Zulke gesteentes komen maar op 13% van de aardbodem voor. Hier komt nog eens bij dat er ook een grote dosis giftige zwavelhoudende stoffen in die gesteentes aanwezig moesten zijn voor de omvang van deze ramp. Een inslag van zo’n grote planetoïde is dan ook nog eens een zeldzame astronomisch gebeurtenis. Alles bij elkaar gerekend was de kans op een ramp van dit formaat slechts 1 op 100.

De inslagkrater bevindt zich dicht bij Chicxulub in Mexico. Wetenschappers ontdekten de krater pas in 1991 omdat hij verborgen lag onder een hele hoop sediment op de zeebodem.

Het onderliggende gesteente bestond uit gips (rijk aan zwavel) en bevatte veel koolwaterstof. Als de planetoïde een paar kilometer verder, of gewoon op elke andere plek op de planeet, was ingeslagen zouden de gevolgen minder ernstig zijn geweest. De dinosaurussen en andere soorten zouden niet zijn uitgestorven. Dit had waarschijnlijk het ontstaan van zoogdieren (en mensen) in de weg gestaan.

Waar de planetoïde ook had ingeslagen, de schokken en vloedgolven ten gevolge van de klap waren hoe dan ook verwoestend geweest. De klap zou aardbevingen en vulkaanuitbarstingen teweegbrengen en brandende brokstukken zouden grote bosbranden veroorzaken.

Maar deze effecten zouden niet van lange duur zijn en zouden zeker geen massa-extincties teweegbrengen. De wetenschappers tonen aan dat de echte schade voortkwam uit de fijne stofdeeltjes die hoog in de stratosfeer werden geschoten. De grootste boosdoener waren de stukjes roet die veel koolwaterstof bevatten. Het onderzoek wijst ook uit dat de stukjes die de atmosfeer werden ingeschoten waarschijnlijk niet van de bosbranden maar van de gesteentes kwamen.

Gewone roet in de stratosfeer zou enkele jaren voor de zon hebben gehangen. De gevolgen hiervan zijn te vergelijken met een nucleaire winter: geen fotosynthese meer en gedecimeerde ecosystemen. Maar volgens de onderzoekers waren de effecten op het klimaat veel zwaarder. Droogte rond de evenaar en extreme koude in andere gebieden. Zure regen door te veel sulfaat die de oceaansamenstelling aantast en de ecosystemen uit balans haalt.

Met de hulp van wereldwijde klimaatmodellen voorspelden de wetenschappers van Tohoku wat er gebeurd was wanneer de planetoïde op een andere plek was geland en een andere hoeveelheid chemisch materiaal had uitgestoten. Op de meeste andere locaties zouden de gevolgen niet zo nefast zijn geweest. De planetoïde had geen slechtere plek kunnen uitzoeken.

De volgende massa-extinctie

De geschiedenis van het leven op Aarde is er eentje van continu verloop. Alle soorten sterven uiteindelijk uit en er komen weer nieuwe soorten bij. Extincties komen voor in verschillende mate. Wanneer 75% of meer van het leven op Aarde verdwijnt spreken we van een massa-extinctie. De laatste 500 miljoen jaar kenden we vijf van deze massa-extincties. Op dit moment zijn we er zelf een zesde aan het creëren door vervuiling, vernietiging van leefgebieden en jacht.

Er bestaat ook een kans dat een nieuwe planetoïde inslaat op de Aarde. NASA probeert met zijn Near Earth Object Program de trajecten van kometen en planetoïden die dicht bij de Aarde komen in kaart te brengen. Ze proberen deze objecten dan af te buigen.

Maar voor nu geeft dit onderzoek aan dat we ons niet zo veel zorgen moeten maken over de eventuele gevolgen van een nieuwe inslag. We kunnen ons beter focussen op hoe veel geluk we hebben om hier te zijn.

Vertaling: Silke Hendriks