Vernietigen smartphones het tienerbrein?

In het kort

Smartphones en sociale media zouden tieners depressiever, angstiger en asocialer maken.

Daar is geen hard bewijs voor.

Volgens sommige psychologen versterken die technologieën net de empathie en het eigen welbevinden.

Krantenkoppen willen ons doen geloven dat aan smartphones verslaafde tieners mentaal en sociaal verdoemd zijn. De realiteit is niet zo eenvoudig.

Is er een leeftijdsgroep die meer verdoemd is dan tieners? Ze dolen rond in roedels, we vrezen ze, vermijden ze of zeggen dat ze zich rustig moeten houden. Ze zijn slungelig, narcistisch en verward door hormonen. En bovenal: smartphones zijn hun brein aan het vernietigen. De tieners die gisteren opgroeiden onder het schijnsel van hun digitale toestellen, zijn vandaag depressief, angstig, asociaal en hopeloos verstrooid. Smartphones zijn een toetssteen geworden voor adolescentie. Dat komt vooral omdat ze bijna alomtegenwoordig zijn. Recente krantenkoppen over tieners suggereren dat hun geliefde smartphones hen mentaal ziek maken en sociaal isoleren. In 2017 verscheen online in het vakblad Child Development een onderzoek geleid door Jean Twenge, psycholoog aan de San Diego State University in de VS. Dat onderzoek toonde aan dat jongeren vandaag minder drinken, minder seks hebben, minder zwanger worden, minder autorijden en minder daten.