"Meer beweging, meer grijze stof", ook van toepassingen bij kinderen

Bewegen is goed voor je. Voor je geest, voor je lichaam, voor je hart én ook voor je hersenen. Een recente studie toont aan dat meer beweging gepaard gaat met meer grijze stof in de hersenen bij kinderen. 

De positieve relatie tussen fysieke beweging en hersenvolume bij mensen van middelbare leeftijd werd reeds aangetoond, maar dit blijkt nu ook het geval te zijn voor kinderen. Meer nog, meer actieve kinderen vertonen een toename in grijze stof volume, wat dan op zijn beurt weer geassocieerd is met betere schoolprestaties. De bevindingen van deze grootschalige studie (in het kader van het “ActiveBrains” project) werden gerapporteerd door Spaanse onderzoekers in het vaktijdschrift NeuroImage.

Eerdere studies toonden reeds het positieve effect van sporten aan en dit voor zowel cognitie, hersenfunctie en academische prestaties. Mensen die minder sporten gedurende hun leven lopen dan weer meer risico op het ontwikkelen van neurodegeneratieve aandoeningen en cognitieve problemen. Bovendien speelt ook het lichaamsgewicht hierin een bepalende factor: mensen met overgewicht vertonen versnelde veroudering van het brein, waardoor hun grijze massa overeenkomt met mensen die 10 jaar ouder zijn dan hunzelf. Bovendien, hoe hoger de ‘body mass index’ (BMI), hoe minder grijze stofvolume. En meer nog, kinderen met overgewicht presteren slechter op school dan kinderen met een normaal gewicht. Dit alles toont het belang aan van een wetenschappelijk onderzoek rond de mogelijke voordelen van fysieke beweging op de hersenen bij kinderen met overgewicht en wat de impact hiervan is op schoolprestaties.

Mensen die minder sporten gedurende hun leven lopen meer risico op het ontwikkelen van neurodegeneratieve aandoeningen en cognitieve problemen.

Meer specifiek werden 110 kinderen tussen 8 en 11 jaar met overgewicht opgenomen in de studie. Hun fysieke fitheid werd getest aan de hand van een uitvoerige testbatterij, waarbij er gekeken werd naar een aantal cardiorespiratoire factoren, alsook ‘speed-agility’ (o.a. bewegingssnelheid, behendigheid en coördinatie) en spiersterkte. Alle kinderen ondergingen ook een hersenscan en hun academisch profiel werd in kaart gebracht. Door die factoren samen te bekijken, konden de onderzoekers zien welke aspecten geassocieerd waren met een groter hersenvolume. Uit de studie kwam dan ook naar voor dat cardiorespiratoire factoren en ‘speed-agility’ gerelateerd zijn aan een hoger hersenvolume, zoals te zien in de figuur. De groene hersenregio’s zijn positief geassocieerd met fysieke beweging (panel A voor cardiorespiratoire factoren, panel B voor ‘speed-agility’). Bovendien werd voor een deel van deze hersenregio’s ook een positieve relatie met betere academische prestaties aangetoond. Er werd echter geen associatie tussen hersenvolume en spiersterkte gevonden.

(Bron figuur: Esteban-Cornejo et al, NeuroImage, 2017)

Deze resultaten tonen dus het positieve effect van fysieke beweging op het brein aan en kunnen zo de negatieve invloed van overgewicht tegengaan. Het opdrijven van fysieke activiteit bij kinderen (met of zonder overgewicht) is dus heel belangrijk. Dit kan bovendien directe implicaties hebben voor onder meer het onderwijs.

Een gewaarschuwd kind, ouder of leerkracht is er twee waard.