Er was eens lang, lang geleden... een knal. Het is geen sprookje, maar een goed onderbouwde theorie: de oerknal.
De oerknal begon met een onvoorstelbaar heet en klein punt dat in één keer begon uit te zetten. En toen begon plots alles. Sterren, planeten, mensen, je kat, je boterham met choco. Alles is begonnen bij de oerknal. Maar hoe weten wetenschappers dat? Daar zijn verschillende theorieën voor.
-
De ruimte loopt leeg
Jaren geleden keek een man met een gigantische telescoop omhoog. Die man, Edwin Hubble (ja, van de ruimtetelescoop Hubble), zag iets geks: de sterrenstelsels gingen allemaal weg van ons. Niet een paar, maar allemaal! Dat heet de uitdijing van het heelal. Stel je voor dat je stippen op een ballon tekent en hem opblaast, de stippen gaan allemaal verder uit elkaar. Dat gebeurt ook met de ruimte. Dus als alles nu uit elkaar vliegt, zat het vroeger veel dichter op elkaar. Reken je terug in de tijd? Dan kom je bij een beginpunt uit: de oerknal.
-
De leeftijden kloppen ook
Sterren worden geboren, leven lang en sterven uiteindelijk. Wetenschappers kunnen door hun helderheid en brandstofvoorraad berekenen hoe oud ze zijn. De alleroudste sterren zijn zo’n 13 tot 14 miljard jaar oud. Dat past perfect bij het idee dat het heelal ook ongeveer zo oud is.
-
Er is nog wat warmte van babysterren in het heelal
Wetenschappers gaan ervan uit dat alles vroeger heel dicht bij elkaar gelegen was. Om materie zo dicht bijeen te krijgen, moet het heel erg warm zijn. En warmte zendt straling uit. Een hele tijd geleden ontdekten wetenschappers een zacht gesuis dat overal uit de ruimte kwam. Die kwam van het heelal zelf, namelijk de kosmische achtergrondstraling. Dit is een soort overblijfsel van de hitte van het prille begin. Die straling is nog altijd te meten. Bekijk het als de echo van het heelal toen het nog maar net geboren was. HALLO, HALlo, hallo...
-
De ingrediënten voor de taart kloppen ook
Na de oerknal waren er geen mensen, bomen of choco. Alleen piepkleine deeltjes die samensmolten tot waterstof en helium, twee superlichte elementen. En wat vinden we nu nog steeds overal in sterren? Precies diezelfde stoffen: veel waterstof, iets minder helium, en een klein beetje van de rest. Dat is geen toeval, maar een duidelijk spoor van hoe het allemaal begonnen is.
We kunnen de oerknal niet zien, maar we kunnen wel de sporen volgen die hij heeft achtergelaten. Zoals een speurneus die een koekje mist en kruimels op de grond volgt.
Het heelal begon klein. Heel klein. En nu groeit het nog steeds. Jij leeft op een planeet in een zonnestelsel, in een sterrenstelsel, dat door de ruimte zoeft. En dat allemaal omdat er héél lang geleden iets begon: de oerknal.
BAM! Eén knal en plots begon alles...
De vraag is beantwoord op https://www.ikhebeenvraag.be/. Heb je nog 1001 vragen? Stel ze zeker op de website.