Ouderen die in het ziekenhuis worden opgenomen verliezen zeer snel hun spiermassa en kracht. Onderzoekers gaan na wat minimaal nodig is om dat daar ter plekke al te voorkomen.
Een korte ziekenhuisopname kan bij oudere mensen al na een week tot bijna anderhalve kilo spierverlies leiden. Omdat het vaak maanden duurt eer ouderen hun verloren spiermassa weer hebben opgebouwd, en dat een behoorlijke impact heeft op hun mobiliteit, zelfstandigheid en levenskwaliteit, willen onderzoekers van Maastricht UMC+ nagaan of ze dat spierverlies al in het ziekenhuis kunnen voorkomen.
Volgens hoofdonderzoeker Luc van Loon, hoogleraar Fysiologie van Inspanning en Voeding, wordt spierverlies nog al te vaak gezien als een onvermijdelijk gevolg van ouder worden, terwijl dat beeld niet helemaal klopt. ‘Naarmate we ouder worden lijken we steeds minder spierweefsel te hebben’, vertelt hij. ‘Dit zal zeker ook iets met de leeftijd te maken hebben, maar eigenlijk zijn het vooral de korte periodes van inactiviteit tijdens een ziekenhuisopname, operatie of ziekte die hun spieren snel verzwakken.’
Bij ouderen herstelt dat verlies vaak niet volledig, omdat ze vaker ziek zijn, vaker worden opgenomen en periodes van weinig beweging zich bijgevolg opstapelen. Daar komt nog bij dat ze tijdens hun ziekte ook nog eens minder eten en hun spieren minder goed reageren op eiwitten, waardoor hun spierweefsel nóg sneller afbreekt.
Haalbare bewegingen
Omdat verloren spiermassa terug opbouwen vaak maanden vergt, gaat Van Loon van start met een grootschalig wetenschappelijk onderzoek waarin hij wil achterhalen wat er minimaal nodig is om het verlies van spieren en kracht in het ziekenhuis te voorkomen of in ieder geval sterk te beperken.
‘Op basis van literatuur en eerder onderzoek bij zowel jonge als oudere mensen is eerder al gebleken dat fysieke inspanning en voeding daarbij kan helpen’, vertelt hij. ‘Maar in hoeverre deze interventies ook effectief zijn om spierverlies tijdens korte bedrust of immobilisatie te verminderen of te voorkomen, moet nog bepaald worden.’ En net dat gaat hij nu doen.
Van Loon kijkt in zijn onderzoek vooral naar eenvoudige en haalbare oplossingen, zoals vaker kort uit bed komen, een klein stukje lopen, of rustig fietsen in bed met een aangepaste bedfiets.
'Elektroden kunnen spiercontracties opwekken die beweging nabootsen, maar het is geen vervanging'
Voor patiënten die nauwelijks of helemaal niet kunnen bewegen – omdat ze bijvoorbeeld een gipsverband dragen, ernstig ziek zijn of opgenomen zijn op intensieve zorg – onderzoekt zijn team alternatieven, zoals lichte elektrische spierstimulatie. ‘Elektroden op de huid wekken spiercontracties op die lijken op bewegen’, vertelt hij. ‘Dat is zeker geen vervanging van echte beweging, maar het kan wel helpen om spierverlies af te remmen wanneer bewegen tijdelijk onmogelijk is.’
Extra bouwstenen
Daarnaast willen de onderzoekers het spierverlies ook inperken door de voeding van de patiënten aan te passen. Ze bestuderen of het toevoegen aan de maaltijden van specifieke aminozuren – de bouwstenen van eiwitten – kan helpen om de spieren van de patiënten beter te ondersteunen wanneer ze niet actief zijn. De aminozuren geven spieren een krachtig signaal om het spierweefsel te behouden. Door ze in kleine hoeveelheden toe te voegen, verwachten de onderzoekers dat ze het spier- en krachtverlies van bedlegerige patiënten kunnen beperken.
De eerste studies vinden de komende 5 jaar plaats bij telkens 30 tot 60 gezonde jonge en oudere vrijwilligers in een gecontroleerde onderzoeksomgeving. Zij ondergaan bijvoorbeeld een week bedrust of krijgen tijdelijk een geïmmobiliseerd been. Tijdens deze periode meten onderzoekers nauwkeurig de veranderingen in hun spiermassa en spierkracht, en bekijken ze de reactie van hun spieren op de aangepaste voeding en activiteit.
Als duidelijk is welke interventie het meest effectief is, gaan de onderzoekers die toetsen bij ‘echte’ patiënten in het ziekenhuis. Van Loon denkt aan onderzoek bij patiënten die herstellen van een heup- of knieoperatie, of aan ouderen die worden opgenomen met bijvoorbeeld een longontsteking of griep. Daarna wil hij samen met diëtisten, fysiotherapeuten en verpleegkundigen nagaan hoe deze interventies onderdeel kunnen worden van de standaardzorg.