Eos Blogs

In mei legt ook de fint haar ei

Sinds een aantal jaar kan je in mei terug paaiende finten waarnemen in de Schelde. Hou de komende weken je ogen dus open voor deze zeldzame vis die profiteert van de verbeterde waterkwaliteit.

Het is opnieuw die tijd van het jaar: de lente. Voor veel mensen betekent dit dat de dikke winterkledij in de kast mag blijven voor een wandeling, fluitende vogels en misschien zelfs kwakende kikkers. Als visbioloog aan de UGent voeg ik daar voor mezelf nog de voortplanting van de fint (Alosa fallax) aan toe.

Ondanks zijn grijze, saaie uiterlijk (niet mijn eigen woorden, maar wat ik vaak te horen krijg bij het voorstellen van de soort), is zijn levenscyclus dat verre van. Deze haringachtige trekt elk voorjaar rond eind april – begin mei vanuit de zee de Schelde op om zich voort te planten. De dorpsbewoners langs de Schelde noemen hem dan ook niet voor niets de ‘meivis’. De trek van de fint is dus eigenlijk net zoals de zalm, alleen gaat de fint niet zo ver stroomopwaarts. Ze plant zich voort in het zoete water waar nog getijden merkbaar zijn.

Ik ben vrij zeker dat de fint geen bekende vis is bij het brede publiek, maar dat is niet altijd zo geweest. Toen er voor de jaren 1900 nog veel fint in onze rivieren zwom, kende men die soort maar al te goed; ze was dan ook een belangrijke voedselbron en werd commercieel bevist. Tegenwoordig hangt de soort in heel Europa aan een zijden draadje, want ze is enorm gevoelig aan watervervuiling en obstructies die hun paaimigratie belemmeren. In het begin van de vorige eeuw verdween de soort hierdoor ook uit onze rivieren. Het was pas in 1997, bijna 100 jaar later, dat er opnieuw eentje werd gevangen in de Schelde. De intensieve waterzuivering van eind vorige eeuw zorgde er voor dat de Schelde van een open riool terug in een leefbaar ecosysteem veranderde. Bovendien staat het eerste migratie-obstakel in de Schelde pas ter hoogte van Gent, aan het sluizencomplex van Merelbeke. Hierdoor heeft de Schelde nog een goed ontwikkelde overgang tussen de zee en rivier (het estuarium), waarbij getijden aanwezig zijn tot in Merelbeke. Langzaam maar zeker vond de fint haar weg terug naar de Schelde en in 2014 werd terug voortplanting waargenomen in Branst.

Het was pas in 1997, bijna 100 jaar later, dat er opnieuw eentje werd gevangen in de Schelde.

Ondanks dat de fint terug is, weten we nog niet goed of de populatie stabiel is en of ze opnieuw kan instorten. Eigenlijk weten we nog maar heel weinig over deze soort, terwijl ze is opgenomen als een habitatrichtlijnsoort in Europese wetgeving. Concreet betekent dit dat als je de leefomgeving op punt krijgt voor de fint, er heel wat soorten zullen mee profiteren van de genomen maatregelen. Het is dan ook meer dan logisch dat we inzicht moeten krijgen in hoe de fint zijn leefomgeving gebruikt, zodat we die omgeving kunnen beschermen. De terugkeer van de fint naar de Schelde is dus een uitstekende opportuniteit om dit inzicht te verwerven via onderzoek.

De voorbereiding

Samen met het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) zender ik al van in 2015 finten in de Schelde om hun migratie in kaart te brengen binnen het Europese project LifeWatch. Dat is vrij bijzonder, want de soort is zo gevoelig voor handelingen en stress dat veel onderzoekers het onmogelijk achtten om een fint te opereren. Het is cruciaal om uitstekend voorbereid te zijn, zodat de fint zo kort mogelijk in gevangenschap moet vertoeven en zo snel mogelijk terug in de Schelde wordt gezet. Al vanaf de winter worden de nodige mails gestuurd en telefoons gepleegd om te zorgen dat al het materiaal voor handen is: een bootje, een groot reservoir om de gevangen finten tijdelijk bij te houden, een dompelpomp om constant vers water te voorzien, fuiken, operatiemateriaal, meetlat en uiteraard ook de zenders. Dit jaar werd het veldwerk ingepland in de laatste week van april in Branst aan de oevers van de Schelde op de steigers van café “Zates”. Mensen van het INBO vissen met fuiken, terwijl ik vanaf de kant de binnengebrachte finten zender. Dit jaar hadden we 37 zenders ter beschikking, dus het beloofde drukke dagen te worden.

De plaats waar het allemaal zou gebeuren, Branst.

Geluid om vissen te detecteren

De zenders zijn nog geen 3 cm lang.

Omdat het radiosignaal van satellieten niet opgepikt kan worden onder water, moeten we een andere techniek gebruiken dan bijvoorbeeld GPS. Om vissen te volgen maken we gebruik van akoestische telemetrie. Akoestische zenders sturen een geluidssignaal uit met een specifieke ID dat opgepikt kan worden door een netwerk van ontvangers. Deze ontvangers hebben een detectiebereik van ongeveer 200 m en hangen verspreid in de Schelde, enkele zijrivieren en het Belgisch deel van de Noordzee. De zenders zijn ongeveer 3 cm lang en blijven bijna anderhalf jaar actief. Zo krijgen we een goed beeld over hoe lang de finten op de paaigronden verblijven, wanneer en onder welke condities ze migreren (vb. watertemperatuur, zoutgehalte etc.) en of ze het jaar na zenderen terugkeren.

Dan is het zo ver

Wanneer ik op maandag 26 april rond 11u aan de Schelde arriveerde, hadden de medewerkers van het INBO de fuiken al geplaatst en waren ze aan het wachten om ze weldra te lichten. We begonnen pas tegen de middag omdat we bij laagwater wilden beginnen te vissen, waarna we om het uur de fuiken zouden ledigen. Snel installeerden we ons veldlabo op de drijvende steigers. Een dompelpomp voorziet een constante stroom vers, zuurstofrijk water van de Schelde in onze grote ton. De meetplank werd klaar gezet zodat we de lengte van de vis konden noteren. Het operatiemateriaal zoals scalpel, pincetten, schaar en naald met draad, maar ook de zenders werden ontsmet. Omdat we heel snel moeten werken om de finten in leven te houden, assisteerde een stage-student van de UGent me tijdens de operaties. Hij noteerde telkens de lengte van de fint, de ID van de zender die in de vis ging en het geslacht. Ook zorgde hij er voor dat er bij elke fint een nieuwe zender en naald met draad klaar lag.

De fuiken uit het water trekken is serieus sleurwerk. ©Nicole De Groof

Terwijl wij de laatste puntjes van het veldlabo klaarzetten, was het driekoppig team van het INBO met een bootje op weg naar de eerste fuik, een paar honderd meter stroomaf van onze zenderlocatie. Omdat finten niet lang in leven gehouden kunnen worden in een kleine bak water, hadden we afgesproken dat zodra ze een fuik met fint hadden, ze die vissen meteen komen afleveren. Op die manier kon ik die alvast zenderen terwijl zij de volgende fuik lichtten. En ja, plots zagen we in de verte een bootje aan volle snelheid onze kant opvaren! Via een vaardige ‘touch & go’ werden 5 finten overhandigd en gaven we hen een nieuwe, lege bak om de volgende uit de fuik te gaan halen. Voorzichtig plaatsten we de 5 finten in de ton met constante watertoevoer, die meteen in de stroomrichting van de watertoevoer zwommen, wat aantoonde dat de vissen in goede conditie waren.

Een snelle 'touch & go' om de finten af te zetten. ©Ine Pauwels
De gevangen finten worden voorzichtig in de ton geplaatst. ©Nicole De Groof

De eerste van het jaar

Via een kleine chirurgische ingreep wordt de zender in de buikholte geplaatst. ©Nicole De Groof

Dan was het zover, de eerste fint van 2021 zou een zender krijgen. Ik haalde er eentje uit de ton en legde hem op de meetplank, waarna ik de lengte aan mijn student doorgaf… 40 cm. Een mooi formaat om te zenderen. Daarna plaatste ik de fint in een bakje water, zodat hij nat en koel bleef, maar ik de vis toch kon opereren. Alvorens ik tot de operatie over ging, duwde ik lichtjes op de buik van de fint in de buurt van de anus. Naast de anus mondt ook een kanaaltje van het voortplantingsstelsel uit. Als je daar heel zachtjes op duwt, komen er ofwel eitjes (kleine bolletjes) ofwel zaad naar buiten (een witte, melkachtige substantie; hom genaamd). Het individu voor me bleek een mannetje te zijn. Vooraleer ik overging tot de operatie, verwijderde ik voorzichtig een vijftal schubben, zodat ik aan de huid kon. Daarna ontsmette ik het stukje huid om vervolgens met mijn scalpel een snee van 1,5 cm te maken volgens de richting van de graten. Op die manier snij ik niet door de graten en kan ik de zender achter die graten schuiven. Met 2 draadjes sloot ik de snee en ontsmette opnieuw de huid.

Vervolgens wordt de opening keurig terug dicht genaaid. ©Nicole De Groof

Tenslotte liet ik de fint aan het ponton terug vrij. Hiervoor hield ik de vis in het water met zijn kop tegen de stroming en opende ik lichtjes zijn bek. Zo gaat er vers, zuurstofrijk water over de kieuwen en herstelt de vis snel van de hele operatie.

Ik was nog maar pas klaar met het zenderen van de 5 finten of daar kwamen de INBO collega’s opnieuw. En het bleek een goeie te zijn. Maar liefst 12 finten zaten in de fuik! Omdat ik de vissen niet te lang in de ton wil houden en een operatie al snel een tweetal minuten kan duren per fint, besliste ik om de helft terug in de Schelde te zetten en niet te opereren. Aan dit tempo schatte ik dat we toch genoeg vissen zouden hebben en dus geen onnodige risico’s hoefden te nemen. Een van de finten bleek echt een joekel! 50 cm! De meeste finten die we vangen zijn tussen de 35 en 45 cm lang, maar zo’n grote had ik nog nooit gezien. Dit moest wel een vrouwtje zijn. Bij vissen is het zo dat de vrouwtjes (meestal) groter zijn dan de mannetjes, want hoe groter de vis, hoe meer eitjes ze kunnen produceren. Het produceren van eitjes is vrij kostelijk in tegenstelling tot het aanmaken van zaad. Dit zien we bijvoorbeeld ook bij ons: een vrouw laat slechts elke maand een eitje rijpen, terwijl bij mannen elke dag zaadcellen aangemaakt worden. En effectief, tijdens het opereren zag ik heel wat eitjes klaar zitten.

We zijn een van de weinige onderzoekers ter wereld die er in slagen om deze uiterst gevoelige vissoort te zenderen en te volgen.

Na deze lichting van 12 finten begon het aantal gevangen finten achteruit te lopen. Het viel op dat we steeds minder finten vingen bij vloed en tijdens hoogwater zelfs geen enkele. Toch waren we heel voldaan en klokten om 16u af op 19 gezenderde finten. Omdat we de indruk hadden dat we meer vingen rond laag water, beslisten we om de volgende dag 2 uur voor laagwater te beginnen vissen. En inderdaad, het moment rond laagwater bleek het meest effectief. Meer nog, nu leerden we ook dat we de meeste finten in zones vingen met minder stroming. Op de 2de dag zenderden we de laatste 18 vissen. Met 37 gezenderde finten op 2 dagen mogen we heel tevreden zijn. Te bedenken dat we tot 3 jaar geleden ontzettend veel moeite moesten doen om ook maar een handjevol finten te zenderen. Het blijven volharden en met het hele team elk paaiseizoen alles uit de kast halen om naar betere vangst- en zendermethodes te streven, heeft geweldig geloond. We zijn een van de weinige onderzoekers ter wereld die er in slagen om deze uiterst gevoelige vissoort te zenderen en te volgen. We zijn dan ook vastberaden om heel wat gebreken in de kennis rond de fint in te vullen om de soort er bovenop te helpen. De onderzoeksresultaten zullen ongetwijfeld opgepikt worden in andere landen waar het water- en natuurbeheer deze speciale, Habitatrichtlijnsoort terug wil krijgen.

Paaicirkels

Tot slot wil ik het nog hebben over het paaigedrag van de fint, zeker voor zij die dit eens willen zien. Tijdens het paaien gaat een vrouwtje van de bodem naar het wateroppervlak, gevolgd door een of meerdere mannetjes. Aan het wateroppervlak draaien de vissen rond elkaar en worden eitjes en zaad vrij gegeven; de bevruchting vindt dus plaats in open water. Deze draaiende bewegingen van de finten zijn heel goed waar te nemen als paaicirkels. Regelmatig zijn ook individuen te zien die in al hun enthousiasme uit het water springen. Op het moment van schrijven is er al paai in de Schelde, maar we vermoeden dat het echte spektakel nog moet beginnen. Wie dit eens wil zien, rept zich best bij valavond naar de oevers van de Schelde in de eerste 2 weken van mei. Vooral tussen Branst en Baasrode is er jaarlijks heel wat paaiactiviteit waar te nemen, maar er zijn al jaren geweest waarbij het gebied zich uitstrekte van Rupelmonde tot Dendermonde, plus verschillende zijrivieren van de Schelde zoals de Rupel en de Durme. De fantastische terugkeer van een vergeten vissoort.