Natuur & Milieu

Nieuwe studie levert sterk bewijs voor achteruitgang insecten

Zowel het aantal insecten, hun totale biomassa als het aantal soorten boert in Duitsland achteruit.  Dat gebeurt vooral in landbouwgebied.

Er zijn al langer ernstige vermoedens dat zowel het aantal insecten als hun diversiteit achteruitloopt. Met een overtuigende studie tonen Duitse onderzoekers dat aan in het vakblad Nature.

Twee jaar geleden meldden andere wetenschappers in het blad PNAS hoe de totale biomassa aan insecten in ruim 60 Duitse natuurgebieden de voorbije 27 jaar met ongeveer driekwart was geslonken. Dat onderzoek vertoonde echter een aantal zwakheden. Zo werd niet herhaaldelijk op dezelfde plekken gemeten, wat harde conclusies over trends bemoeilijkte.

Dat heeft het nieuwe onderzoek beter gedaan, weliswaar gedurende een minder lange periode. Tussen 2008 en 2017 vingen de wetenschappers jaarlijks insecten op 150 locaties in graslanden en op 30 plekken in het bos. Op 110 plaatsen in bosgebied verzamelden ze drie keer insecten.

In de graslanden ging de totale biomassa, het aantal beestjes en het aantal soorten er met respectievelijk 67, 78 en 34 procent op achteruit. In bosgebied daalden de biomassa en het aantal soorten met respectievelijk 41 en 36 procent, maar bleef het aantal beestjes gelijk. De toename van exemplaren van sommige soorten, lijkt hier de achteruitgang van andere te compenseren.

Insecten gingen zowel achteruit op meetplaatsen in beschermde natuur als in intensief door de mens beheerde graslanden en bossen. Zowel zeldzame als algemene soorten krijgen klappen. De onderzoekers keken ook naar de link met het omliggende landschap. In graslanden omgeven door meer akkerbouw, neemt het aantal insectensoorten sterker af.

Isolement

Aangezien ze slechts een relatief korte periode metingen hebben uitgevoerd, moeten we ons volgens de Duitse onderzoekers niet blindstaren op de precieze cijfers. Belangrijker is de vaststelling dat insecten er zowel in graslanden als in tot nog toe onderbelichte bossen op achteruitgaan, dat niet alleen hun totale biomassa afneemt maar ook hun aantal en diversiteit, en dat het landschap daarin een rol speelt. 

Bioloog Olivier Honnay (KU Leuven), die niet bij het onderzoek betrokken was, vindt de studie indrukwekkend. Dit is een reden om ons zorgen te maken. Honnay wijst erop dat in graslanden vooral soorten die zich moeilijk kunnen verplaatsen erop achteruit gaan. Dat kan erop wijzen dat vooral het isolement in een landschap zonder andere geschikte habitat de insecten parten speelt, aldus Honnay. 'De studie geeft geen data over de oppervlakte van de graslanden. Wellicht zijn die klein. Dat heeft vrijwel zeker ook een negatief effect: op kleine oppervlaktes vind je kleine populaties met een grote kans om te verdwijnen.'

Wat te doen? Aangezien de achteruitgang gelinkt blijkt met het omringende landschap, althans in grasland, moeten oplossingen voor het probleem volgens de Duitse onderzoekers ook op landschapsschaal worden gezocht.  Mij lijkt het verstandig om de oppervlakte van de resterende stukken natuur te vergroten en ze te omringen met natuurvriendelijke landbouw als buffer. Tegelijk moeten we proberen de hoogproductieve landbouw milieuvriendelijker te maken.'