Eos Blogs

Op palingexpeditie naar… de Azoren!

De Azoren, een eilandengroep in het midden van de Atlantische Oceaan, zijn het meest westelijke verspreidingsgebied van de Europese paling en hebben snelstromende rivieren vol watervallen. We hebben echter geen flauw idee hoe palingen omgaan met die condities en hoe ze de watervallen weten te overbruggen. Daarom ging ik op expeditie naar de Azoren om palingen te zenderen en hun habitatgebruik in kaart te brengen.

Ongeveer een jaar geleden begonnen de gesprekken om een zenderstudie uit te voeren in de Azoren. Via het Europese COST project ‘The European Aquatic Animal Tracking Network‘ kwam ik in contact met dr. Pedro Afonso die op de Azoren onderzoek doet naar grote vissoorten in zee, zoals haaien en tonijnen. Paling was voor hem onbekend terrein, maar daarvoor kwam mijn expertise aan te pas. We hadden veel ideeën en nog meer vragen over wat palingen drijft de Azoren te koloniseren.

De  eilandengroep ligt op pakweg 3000 km van het vermoedelijke voortplantingsgebied in de Sargassozee, waardoor jonge palinglarfjes minder dan de helft van de afstand moeten zwemmen om een rivier te vinden in vergelijking met België. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de volwassen palingen in omgekeerde richting: die moeten een stuk minder ver zwemmen naar de paaigronden dan de palingen die bij ons in België hun tocht aanvangen.

Flores is het meest westelijke eiland van de Azoren en ligt ongeveer halverwege de Atlantische Oceaan tussen Europa en Amerika

Hierdoor zou je denken dat het een goede zet is van de paling om zich op de Azoren te vestigen. Er is echter een klein addertje: de rivieren in de Azoren zijn geen rivieren zoals bij ons. Het zijn snelstromende ‘sjasbeken’ die bijna geen water hebben tijdens droge periodes, maar een enorme waterstroom krijgen na hevige regenvlagen. Zo krachtig, dat ze zelfs rotsblokken van tientallen kilo’s meesleuren. Daarenboven hebben de rivieren watervallen tot tientallen meters hoogte. Een van onze vragen was dan ook of palingen er in slagen om die watervallen te overbruggen en zo ja, hoe kruipen die in godsnaam tegen zo’n hoge verticale muur omhoog? Dat terwijl de duizenden obstakels zoals dammen op het vasteland paling beletten om stroomopwaarts te migreren.

Een van onze vragen was dan ook of palingen er in slagen om die watervallen te overbruggen en zo ja, hoe?

Omdat dit nog nooit eerder werd onderzocht, beslisten we om een zenderstudie op te zetten in een rivier op de Azoren en zo het bewegingsgedrag van paling in kaart te brengen. We zouden 40 palingen zenderen en volgen via 12 detectiestations die in de rivier werden geplaatst. Deze stations registreren namelijk de ID van de zender, waardoor we na het downloaden van de data te weten kunnen komen welke paling waar en wanneer gepasseerd is.

Een jaar en heel wat online meetings later was het van dat: samen met Pedro zou ik van 1 tot en met 16 oktober een zenderstudie opzetten in Flores, het meest westelijke eiland. Het is vooral het meest natte eiland, waardoor er veel rivieren zijn en dus vermoedelijk veel paling. De zenders en detectiestations werden voor het overgrote deel gefinancierd door het Europese LifeWatch project, die ondersteuning biedt om een internationaal zendernetwerk uit te bouwen.

Deze watervallen bleken geen barrière te vormen voor palingen.

Tientallen kilo’s aan bagage

Voor deze expeditie moest heel wat materiaal naar ginder gebracht worden: 15 fuiken om te vissen, de 12 detectiestations, de 40 zenders en mijn operatiemateriaal om de zenders in te planten. Al het materiaal ging in 2 ‘heavy duty’ trolleys en 1 emmer met schroefdop, samen goed voor ongeveer 60 kg. Ik plaatste een verzending via UPS en binnen de 3 dagen was mijn materiaal in het instituut waar Pedro werkt, op het eiland Faial.

De 60 kilo aan bagage werd mooi op tijd geleverd in Faial.

Zelf vloog ik op 1 oktober ’s ochtends vroeg naar Faial: tegen 4u moest ik bij de parking van een shuttlebus-service staan om een kleine 3u later mijn vlucht te hebben vanuit Charleroi. De laatste voorbereidingen zorgden er voor dat ik pas tegen middernacht in bed zat, waardoor de zoomende wekker om 2u best wel pijn deed. Terend op adrenaline ging dat snel over en ik begon aan mijn 12-uur durende tocht: van Charleroi vloog ik naar Porto, daarna naar Terceira (nog een eiland van de Azoren) om tenslotte naar Faial te vliegen.

Daar kwam ik rond 15u lokale tijd aan en werd opgepikt door een collega van Pedro; hij zat immers al op Flores waar onze studie zou plaatsvinden. Aanvankelijk was het plan dat ik een dag op Faial ging blijven, zodat ik het materiaal in orde kon brengen, maar omdat er een orkaan zat aan te komen, beslisten we dat ik de volgende ochtend al naar Flores zou vliegen om het werk daar zo snel mogelijk te starten. Ik ging dus snel mijn materiaal oppikken in het instituut om het ‘s avonds in gereedheid te brengen en de zenders te activeren.

De zenders activeerde ik de avond voor mijn vertrek naar Flores omdat ik niet wist of al het materiaal de douane ging passeren.

Flores

Op zaterdag 2 oktober landde ik op het eiland waar het allemaal moest gebeuren, Flores. Pedro en Robert wachtten me op aan de luchthaven in wat onze ‘eel mobiel’ ging worden voor de komende 2 weken. Ondanks het kleine formaat van de auto slaagden we er toch in om al het materiaal in één keer te vervoeren naar het hotel.

We hebben onze gehuurde eel mobiel tot het uiterste gedreven.

Onze zoektocht naar een geschikte studie-rivier kon beginnen. De komende 2 dagen reden we het ganse eiland af en bekeken we verschillende rivieren. We zochten rivieren waarin genoeg water stroomde en die uitdagende, natuurlijke obstakels voor palingen had zoals watervallen van 1 tot 5 meter. Hoewel er een veelbelovende rivier aan de westkant lag, besloten we om die niet te nemen. De westkant van het eiland is namelijk extra blootgesteld aan de westwaartse wind van de vele orkanen die het eiland treffen; door de bergen in het midden van het eiland is de oostkant wat meer beschut.

Dat was belangrijk omdat we 2 detectiestations in zee wilden plaatsen voor mochten de palingen uit de rivieren zwemmen. Bij hevige storm is de kans te groot dat we ons materiaal in het westen in zee zouden kwijtspelen. Uiteindelijk beslisten we om in de rivier Funda te vissen, een rivier met een goede waterkwaliteit en weinig menselijke invloeden. Op maandag 4 oktober kropen we in onze duikpakken en daalden af langs de steile oevers van Funda om 8 fuiken te zetten op verschillende plaatsen in de rivier. We kozen voor plaatsen die niet al te diep waren (ongeveer 1 – 1.5 m) en waar het water trager stroomde. De zogenaamde ‘poelen’ in een rivier, vaak vlak achter een watervalletje.

In het begin visten we vooral in de ondiepe poelen.

In zo’n poel hadden we namelijk al 4 palingen zien zwemmen in een andere rivier, dus dat waren de plaatsen waar we ze verwachtten. Toen we de dag nadien onze netten gingen checken, bleken die echter leeg. Helemaal onverwachts! Daarom beslisten we snel om ook een andere rivier die onze aandacht had getrokken, te bevissen. Rivier Cruz had eveneens een goede waterkwaliteit, weinig menselijke invloed en degelijke watervallen. Enige minpuntje was dat er een ontginningsplaats voor steen langs de rivier lag, maar we vermoedden dat de impact op paling mogelijks gering was en de rivier dus het bestuderen waard.

Diezelfde dag nog plaatsten we 5 netten in Cruz, maar de weg er naartoe was best wel avontuurlijk. Met al ons materiaal volgden we een oud pad van de weg richting de rivier, tot we plots voor een ondoordringbaar bos van 3-m hoge planten stonden! Aan de hand van een Opinel-zakmes maakte een kameraad van ons gezelschap de weg in een indrukwekkend snel tempo vrij. ‘Bushwacking’ met een Opinel, dat zie je ook niet elke dag! Aan de rivier konden we snel de netten plaatsen, zodat we nog net voor de totale duisternis terug aan de eel mobiel waren. Nu maar hopen dat we de volgende dag toch in een van de 2 rivieren paling zouden vangen.

De wandelingen naar de rivier waren vaak een hele uitdaging in een duikpak met versleten sneakers.

De eerste palingen

De volgende dag gingen we meteen terug naar Cruz om onze netten te inspecteren. Vier van de 5 netten waren leeg, maar in de laatste, die vlak onder een 3-meter hoge waterval stond in een diepe poel zaten maar liefst 10 palingen! We stelden ons veldlabo op om de palingen te opereren en van een zender te voorzien. Een grote rots die min of meer vlak was, kon dienst doen als tafel. Onze weegschaal correct plaatsen, bleek een hele uitdaging.

Een impressie van ons veldlabo in de rivier.

Gelukkig hadden we een zakje chips van 30 gram bij ons om de weegschaal te kalibreren; dat zakje zou vanaf nu een essentieel onderdeel vormen van ons veldlabo. Eén voor één werden de 10 palingen in een emmer met verdovingsmiddel geplaatst. Als die niet meer bewogen, werden ze op een meetplank gelegd om hun lengte te bepalen. Na een korte ‘chips-kalibratie’ werd ook het gewicht genoteerd. Wanneer een paling minstens 90 gram woog, vonden we ze groot genoeg om te zenderen. In totaal konden we er 7 zenderen; 3 waren te klein.

Ons ‘toestel’ om de weegschaal te kalibreren.

De palingen staken we in een emmer met vers water om te bekomen van de operatie en zodra ze terug rondzwommen, zetten we ze terug op de vangstlocatie. Deze mooie vangst gaf ons terug goeie moed dat we al onze 40 zenders zouden kunnen inzetten. Op onze terugweg naar de auto besloten we om op 4 verschillende locaties in de rivier te vissen en hopelijk per locatie 10 palingen te kunnen zenderen: in de benedenloop nabij de zee, in het midden (waar we zonet 10 palingen gevangen hadden), in de bovenloop en in een zijrivier, namelijk de rivier Algares. Op die manier krijgen we een beter totaalbeeld over hoe palingen doorheen de ganse rivier bewegen.

De palingen lieten we vrij op de plaats waar we ze gevangen hadden (©Robert Priester).

Rivier Cruz als studie-locatie

Nu we al onze pijlen op rivier Cruz richtten, haalden we onze netten uit Funda om die vervolgens in de benedenloop van Cruz te plaatsen. Op 1 paling na, was het weeral geen indrukwekkende vangst in Funda. Wat wel opviel, was dat we deze paling opnieuw onderaan een redelijke waterval vingen in een diepe poel met een trage waterstroom. Zouden ze dan toch liever in het diepe zitten? De puzzelstukjes begonnen langzaam maar zeker in elkaar te vallen. Aangekomen aan de benedenloop van Cruz gingen we op zoek naar watervallen met diepe poelen. De benedenloop had echter een veel vlakker reliëf waardoor de watervallen maximum 1 m hoog waren en de poelen veel minder diep. Nu goed, dan moesten we het maar doen met de minder diepe poelen.

In de benedenloop waren geen echte watervallen aanwezig en de poelen ook veel kleiner en minder diep.

Twaalf detectiestations

Nu we een concreet plan van aanpak hadden om te vissen, resteerde ons nog te beslissen waar we de detectiestations zouden plaatsen. En vooral hoe. Van de 12 stations gingen we er twee aan de monding van Cruz in zee plaatsen om eventuele tripjes van de palingen naar zee te kunnen oppikken. Van de resterende 10 gingen we er 3 in de benedenloop plaatsen, 3 in het midden en 3 in de bovenloop. Het laatste station ging in een zijrivier, genaamd Algares. Omdat de rivieren heel sterk kunnen stromen na regen waarbij ze gigantische rotsblokken verplaatsen, hadden we serieuze gewichten nodig.

De detectiestations boorden we vast in een grote steen en als extra bevestiging deden we er een koord door (©Robert Priester).

Het was echter onmogelijk om zware betonblokken tot aan de rivier te dragen, waardoor we moesten werken met wat we vonden op de oever. Gelukkig was er daar geen gebrek aan grote stenen. De stations boorden we vast in grote stenen die we vonden. Met een touw zetten we het station extra vast. Het geheel plaatsten we vervolgens vlak achter een rotswand of veel grotere rots, zodat ons toestel uit de stroming stond (en zo de kans kleiner werd dat het zou gaan bewegen in de stroming).

Het station werd op een beschutte plaatst neergezet (©Robert Priester)

Up and running

Na een week in de Azoren waren we nu ‘up and running’ en dat mag je vrij letterlijk nemen. We spendeerden soms dagen van ongeveer 12u per dag in een duikpak in de rivier, overlevend op powerbars en mueslirepen, waarbij we stukken van de rivier op en af liepen om palingen uit de netten te halen. Op onze 2de dag vissen in het middelste deel van Cruz hadden we 2 detectiestations mee om te installeren; de derde voor de middelste zone zouden we later iets verder stroomop plaatsen nabij een brug.

We spendeerden soms dagen van ongeveer 12u per dag in een duikpak in de rivier.

In tegenstelling tot de dag voordien, vingen we nu maar 4 palingen: 3 opnieuw aan de waterval en eentje in een kleine poel. We beslisten om ze alle 4 te zenderen en het werk in de middelste zone af te sluiten. We waren er niet heel treurig om, want de tocht naar deze locatie was best wel intensief. Na het zenderen en installeren van de 2 stations hadden we nog een kleine 2 uur licht, wat net genoeg was om de netten in de bovenloop te gaan plaatsen.

Door de lange dagen moesten we soms in het pikkedonker palingen opereren (©Robert Priester).

De daaropvolgende dag gingen we eerst naar de benedenloop. Hoewel we daar geen grote poelen vonden, hadden we toch 8 palingen! Dus ook hier zagen we het positief in. Opnieuw werd een veldlabo opgesteld in de rivier om de palingen op te meten en te zenderen. Kort na de middag waren we klaar en gingen we naar de bovenloop om onze netten daar te controleren. Daar viel de vangst dan weer tegen met slechts 1 paling. Voor de resterende tijd van de dag hadden we tijd om netten te plaatsen in de zijrivier, namelijk Algares. We parkeerden de auto zo dicht mogelijk bij de rivier en gingen vandaar te voet verder stroomopwaarts in de rivier met onze netten, op zoek naar een goede poel. Na een 20-tal minuten kwamen we op een indrukwekkende plaats terecht: een 35-m hoge waterval met een gigantische poel van ongeveer 2 m diep. Hier moesten wel palingen zitten! Ik maakte de netten klaar op de oever, terwijl Robert in het water ging. Hij zat nog geen 5 minuten in het water of kwam plots terug naar de oever gespurt om zijn camera te nemen. Niet alleen had hij heel wat palingen gezien, ze bleken ook heel nieuwsgierig en kwamen hem inspecteren! We beslisten om de poel heel intensief te bevissen en alle 5 netten daar in te zetten.

Orkaan Simon

Op zondag 10 oktober was het weer niet al te best: regen en wind vulden de dag, waardoor we niet buiten konden werken. Het slechte weer was een uitloper van orkaan Simon die ons net gepasseerd was. Alle geluk dat die van koers veranderd was, anders hadden we er midden in gezeten! Een dagje binnen blijven was ook geen overbodige luxe, want nu had ik tijd om de reeds verzamelde data in de databank in te geven. Ook stond ik een honderdtal mails achter, waarvan er toch enkele dringend mijn aandacht vroegen. Die avond waren we uitgenodigd om bij een kameraad van ons gezelschap slipper lobster te gaan eten, of vrij vertaald ‘pantoffelkreeft’, genoemd naar zijn pantoffelvorm. Lokaler kon het niet worden en het heeft gesmaakt.

De woensdag voor mijn vertrek zag het er nog naar uit dat Simon los door Flores ging razen.

De 'eel pit'

De dag na de storm gingen we meteen naar de poel onder de grote waterval. Omdat we daar zoveel palingen hadden zien zwemmen, waren onze verwachtingen heel hoog. De plaats kreeg dan ook de naam ‘eel pit’. We waren zeker dat we hier in één trek 10 palingen gingen kunnen zenderen. Naarmate we de waterval naderden, zagen we dat die veel harder stroomde dan voor de storm. Aangekomen aan de eel pit bleek mijn vrees werkelijkheid: 1 net was op de oever beland en 2 andere in elkaar vernesteld. De laatste 2 netten waren zelfs gewoon verdwenen! Het net op de oever was leeg, maar in de 2 vernestelde zaten gelukkig 7 zenderbare palingen. Net niet genoeg om het werk op deze locatie af te sluiten, maar we hadden toch al bij al een mooie vangst. We installeerden meteen het veldlabo en plaatsten een detectiestation. Ik had net het hele labo opgeruimd toen ik de 2 resterende netten tussen de takken in het water vond. En jawel, er zaten nog 3 palingen in! Snel opnieuw het labo installeren om het werk aan de eel pit dan toch af te ronden.

Een van de vele nieuwsgierige palingen in de ‘eel pit’ (©Robert Priester).

Na het plaatsen van een volgende detectiestation op de kruising tussen Algares en Cruz gingen we terug naar de benedenloop. Ook daar bleken de netten losgekomen te zijn en verspreid te liggen, maar konden we nog 1 paling vangen. Daarmee stond de teller voor deze zone op 9 palingen, dus we besloten om de resterende 2 stations te plaatsen en het werk ook hier af te ronden. Zo konden we extra netten inzetten op de bovenloop, waar het vangen moeizamer verliep. Hoewel het al avond werd, gingen we toch nog snel naar de bovenloop om de netten te plaatsen. Voorzien van hoofdlampen trokken we voor een derde keer de wildernis in. Hier hadden de netten gelukkig stand gehouden en jawel, we hadden nog een paling! In het donker installeerde ik het veldlabo en kreeg ook deze paling zijn pakketje, terwijl Robert en Pedro de extra netten plaatsten.

“In het donker installeerde ik het veldlabo en kreeg ook deze paling zijn pakketje, terwijl Robert en Pedro de extra netten plaatsten.”

Vermoeid maar voldaan keerden we terug naar de auto. We gingen nog snel naar een authentiek visrestaurantje waar we al de ganse week regelmatig gingen eten na het werk. Heel vriendelijke mensen met super lekkere lokale bereidingen. We arriveerden tegen sluitingstijd en de koks waren spijtig genoeg al naar huis. Wel serveerden ze nog koeienmaag. Ik ga niet zeggen dat ik warm werd van het voorstel, maar na meer dan 12u in een duikpak in een rivier te staan met enkel nu en dan een mueslireep als tussendoortje, ging dat vlot binnen. Bij het eten bespraken we de planning voor de volgende dagen. Het weer zag er niet goed uit: binnen 3 dagen ging het opnieuw stormen. De storm zag er zo heftig uit dat het vliegverkeer tussen de eilanden waarschijnlijk ging stil liggen, dus als ik op tijd mijn vliegtuig naar huis wou halen, moesten we ons werk een dag eerder af krijgen. Het plan was om de volgende dag de resterende 5 detectiestations te installeren en extra netten in de bovenloop te plaatsen om onze vangstkansen te verhogen. Robert en ik namen de netten en 3 stations in de rivier voor onze rekening, terwijl Pedro met een kameraad de 2 stations in zee ging plaatsen. Daarna brak de laatste dag van ons veldwerk aan. Om 15u hadden we het vliegtuig, dus we moesten zeker tegen de middag klaar zijn in de rivier, zodat we nog tijd hadden om ons materiaal in te pakken. Die laatste dag vingen we nog 5 palingen, waaronder de grootste tot nu toe: een joekel van 1 kg!

Een paling van 1 kg is best wel een indrukwekkend beest!

Hoewel we nog 3 zenders over hadden, was het een enorm succesvolle trip!  We pakten ons gerief in het hotel en vlogen met een klein propeller-vliegtuigje waar ongeveer 40 man in kon terug naar Faial. De dag nadien was inderdaad geen weer om buiten te zijn en opnieuw ideaal om wat computerwerk in te halen. Samen met Robert ging ik mijn materiaal in het postkantoor binnen steken om terug naar België te verschepen. Die avond waren we bij Pedro en zijn vrouw uitgenodigd voor een heerlijk bereide inktvis. Als kers op de taart regelde hij een walvistrip voor me de dag nadien. De plusminus honderd dolfijnen en familie potvissen kunnen je zo ontzettend nietig laten vielen op een bootje in open zee.

Versleten maar voldaan keerden we terug naar Faial.

Op mijn laatste dag ter plaatse voerde Pedro me naar het luchthaventje waar ik het vliegtuig naar Lissabon en vervolgens Brussel nam. Een tip voor de reizende lezer: als je vliegtickets boekt via een goedkope organisatie, check dan zeker wat zij verstaan onder ‘Brussel’. Ik landde namelijk in Zaventem, terwijl ik was opgestegen in Charleroi. Bijgevolg mocht ik dus ’s avonds om 21u nog een taxi nemen naar de parking waar mijn auto stond…

En het onderzoek? Eind volgend jaar gaan we de detectiestations uitlezen om te zien wat ‘onze’ palingen hebben uitgestoken. Daarna volgt waarschijnlijk een jaar van data-analyse achter de computer en het rapporteren van de resultaten. Maar de gesprekken zijn alvast gaande om nog meer mysteries van deze fascinerende soort op de Azoren te ontrafelen, dus wie weet sta ik volgend jaar opnieuw in een duikpak in Flores met mijn operatiegerief en netten.