Algoritme voorspelt risico op posttraumatische stressstoornis

Algoritme voorspelt risico op posttraumatische stressstoornis

Delen:

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische stoornis die sommige mensen ontwikkelen als gevolg van een traumatische gebeurtenis, zoals een verkeersongeluk of aanranding. PTSS-patiënten herbeleven deze gebeurtenis door bijvoorbeeld terugkerende nachtmerries. Ze ervaren daarnaast ook andere symptomen zoals negatieve emoties en verhoogde spanning. Amerikaanse onderzoekers verbonden aan Columbia University ontwikkelden een algoritme dat voorspelt hoeveel risico iemand heeft om PTSS te ontwikkelen.

Er wordt geschat dat 10% tot 15% van de mensen die een traumatische gebeurtenis meemaken, PTSS zullen ontwikkelen. Hoewel er behandelingen bestaan die de kans op PTSS verkleinen, zoals therapie of educatie, passen hulpverleners deze zelden toe. Dat komt door een gebrek aan methoden die voorspellen wie de behandeling nodig heeft. De komst van het algoritme zou dat probleem kunnen oplossen. ‘Het moment vlak na de traumatische gebeurtenis is een kritische periode om te identificeren wie risico loopt op PTSS en voor de gepaste behandeling te zorgen’, zegt Dr. Katharina Schultebraucks, hoofd van het onderzoek. ‘Hoe vroeger we deze patiënten kunnen behandelen, hoe gunstiger de resultaten.’

Machine learning

Het algoritme is gebaseerd op machine learning, een vorm van artificiële intelligentie. Op basis van 70 gegevens van een patiënt wordt een algemene PTSS-score voorspeld. Het gaat zowel om biologische als psychologische gegevens, zoals verhoogde waarde van stresshormonen, hoge bloeddruk en tekenen van ontstekingen. Deze worden geregistreerd bij een opname in de spoeddienst en aangevuld met enkele vragenlijsten. Het algoritme werd ontwikkeld met data van 377 patiënten en getest op 221 anderen.

Van de patiënten waarvan voorspeld werd dat ze PTSS zouden ontwikkelen, bleek dat in 90% van de gevallen ook zo te zijn. Toch was het zo dat 29% van de patiënten waarvan voorspeld werd dat ze geen PTSS zouden ontwikkelen, de stoornis toch ontwikkelden. Maar het algoritme is nog niet volledig klaar. ‘Voor het gebruikt kan worden bij de algemene bevolking, moet het nog getest en gevalideerd worden in een grotere populatie’, aldus Schultebraucks.

Ook bij ons?

Ook in België en Nederland zou de komst van het algoritme een goed hulpmiddel kunnen zijn. Dr. Julie Krans, onderzoekster aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en verbonden aan Pro Persona Overwaal expertisecentrum angst, dwang en PTSS, legt uit: ‘Hoewel PTSS in het algemeen een goed behandelbare stoornis is, is preventie natuurlijk beter. Het algoritme is daarvoor zeker een meerwaarde.’ Al moet er wel een kanttekening worden gemaakt. ‘De interventies die bedoeld zijn om PTSS te voorkomen zijn nog niet voldoende effectief bewezen. Wel zou je met dergelijk algoritme natuurlijk de vinger aan de pols kunnen houden bij mensen met een verhoogd risico, en ze bijvoorbeeld goed informeren over waar ze terecht kunnen voor hulp indien hun symptomen niet over lijken te gaan.’

Krans duidt daarnaast op enkele obstakels indien hulpverleners bij ons in de toekomst gebruik willen maken van het algoritme. Mogelijk hebben de voorspellende gegevens uit het Amerikaanse algoritme niet dezelfde voorspellende waarde in Vlaanderen of Nederland en moeten ze dus worden aangepast. Verder moet ook de kosteneffectiviteit onderzocht worden. ‘En tot slot is er de discussie rond privacy wanneer dergelijke gegevens standaard worden opgenomen, opgeslagen en verwerkt’, aldus Krans. ‘Dit kan immers niet anoniem aangezien de individuele persoon opgevolgd moet worden. Hoewel dit met chronische en terugkerende ziekten wel gebeurt, is dat niet gebruikelijk voor eenmalige stoornissen of ziekten. Het wordt daarmee ook een ethisch vraagstuk.’

De toepassing in de praktijk zal dus nog niet voor morgen zijn, maar een stap vooruit is de ontwikkeling van het algoritme alleszins wel.

Delen:

Wanneer ons wordt gevraagd om ons gedrag aan te passen, bijvoorbeeld om voortaan genderneutrale taal te gebruiken of om minder vlees te eten, ervaren we vaak weerstand. Daardoor kan het soms lang duren voordat een verandering geaccepteerd wordt en wil dat soms zelfs helemaal niet lukken.

Brokkelt het geloof in het Westen verder af, of krijgt het gewoon een nieuwe vorm? Vooral jongeren ontdekken het geloof op hun eigen manier, soms zelfs via sociale media en artificiële intelligentie.

Terwijl de samenleving verder seculariseert, (her)ontdekken heel wat jongeren juist de betekenis van geloof, zingeving en gemeenschap. Van een religieuze revival of een massale toestroom naar de kerk is echter nog geen sprake: jongeren lijken er vooral anders mee om te gaan.

Er zijn van die dagen waarop werken op kantoor haast onmogelijk lijkt: allerhande storende geluiden, mensen die af en aan lopen, gesprekken om je heen … Wat kun je in zo'n geval doen? Je aandacht zelf in de hand houden, zodat je niet langer afgeleid wordt.

In een grootschalig onderzoek toonden Britse psychologen aan dat mensen met ADHD een verhoogde mortaliteit hebben door alle oorzaken. Daarvoor legden ze de resultaten van negentien studies met in totaal meer dan 15,9 miljoen deelnemers samen.

Helpt cognitieve training om een terugval in depressie te voorkomen? De effecten verschillen sterk van persoon tot persoon.

Dit is een artikel van: Mensenkennis (www.mensenkennis.be)

Iedereen geeuwt, vooral als je moe bent of je verveelt. Veel mensen merken dat ze een geeuw voelen opkomen zodra iemand naast hen geeuwt. Is geeuwen echt besmettelijk?

Dit is een artikel van: Gezondheid en Wetenschap

Patiënten vragen soms om een geamputeerd lichaamsdeel mee te geven om te laten begraven. Dat kan belangrijk zijn vanuit hun religieuze of culturele overtuigingen. Toch is het voor zorginstellingen onduidelijk of zij op deze vraag moeten of zelfs mogen ingaan.  

De zenuwcellen in onze hersenen moeten voortdurend beschadigde en overbodige onderdelen opruimen, ook in hun verste uithoeken. Maar niet alles wat ze daarvoor nodig hebben, is daar beschikbaar. Ons onderzoek met fruitvliegen laat zien hoe de aanvoer van materiaal binnen een zenuwcel mee bepaalt hoeveel er wordt opgeruimd.

Dit is een artikel van: Scicomm Academy van SciMingo

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven