Is een jonge geweldpleger verloren voor de maatschappij?

Een jongeman die schijnbaar voor het plezier schoppen uitdeelde aan een weerloze man, is volgens gerechtspsychiater Hans Hellebuyck niet meer te redden. 'Zijn gebrek aan empathie is aangeboren. Levenslang opsluiten is de enige oplossing', zegt hij in de krant Het Laatste Nieuws. Heeft hij gelijk?

Wij checken de twee stellingen: is een gebrek aan empathie aangeboren, en is opsluiting de enige optie?

Is empathie - of een gebrek daaraan - een aangeboren eigenschap?

Of kun je leren om meer empathisch te worden? Forensisch psychiater Rudy Verelst (KU Leuven): 'Er is geen wetenschappelijke grond om te stellen dat empathie - of een ander persoonlijkheidskenmerk - exclusief aan één factor ligt. Als empathie aangeboren was, zou je dat in de hersenen, biochemisch of genetisch kunnen lokaliseren. Er is altijd een sociale context, een interactie tussen nature en nurture, tussen genen en omgeving.'

Vooral onze spiegelneuronen spelen, vanaf de geboorte, een belangrijke rol bij de ontwikkeling van allerlei vaardigheden, waaronder ook empathie. Dit netwerk van hersengebieden wordt immers niet alleen actief als we zelf een bepaalde handeling uitvoeren of emotie voelen, maar ook als we iemand observeren. Psychiater en neurowetenschapper Manuel Morrens (Universiteit Antwerpen): 'Dit netwerk van spiegelneuronen is een aanleersysteem. Door bijvoorbeeld fouten van anderen te zien, kun je zelf sneller bijleren. Daarnaast spelen spiegelneuronen ook een rol bij prosociale functies: je kan je in een ander verplaatsen en je inbeelden wat die denkt, doet of voelt. Daar zit een rationele component bij, om gedachten en acties te kunnen voorspellen.' Handig als je met z'n tweeën een sofa moet verplaatsen of zakelijke onderhandelingen voert. Maar dus ook belangrijk voor empathie.

Voorliefde voor geweld

Wat er aan de hand is met de jonge geweldpleger, valt van op afstand niet duidelijk in te schatten. Gebruik van alcohol of drugs kan meespelen. Vermoedelijk is er sprake van een antisociale persoonlijkheidsstructuur, mogelijk zelfs een psychopathische aanleg.

Rudy Verelst: 'Bij bepaalde ziektebeelden zoals psychopathie, maar bijvoorbeeld ook pedofilie, is het uitgangspunt dat zo'n persoonlijkheidsstructuur niet drastisch kan veranderen. Echte empathie aanleren kan dan niet.'

Manuel Morrens verduidelijkt: 'Bij psychopathie werken de spiegelneuronen niet naar behoren. De Radboud Universiteit in Nijmegen heeft in onderzoek aangetoond dat psychopaten de intenties van anderen niet zien: als zij iemand fouten zien maken, is er bij hen geen activiteitspiek in de frontale hersenregio's die normaal wél actief zijn. Cognitief snappen zij de intenties van anderen niet én affectief voelen ze het ook niet. Die ander interesseert hen bovendien niet. Een psychopaat kijkt enkel naar zijn eigen belang. Daarbij komt vaak nog 'predatory aggression': plezier beleven aan geweld. Als psychopaten agressief gedrag vertonen, wordt het beloningssysteem in hun hersenen sterk geactiveerd. Aan die aanleg kan je niet veel veranderen. Maar er zijn ook veel gradaties in psychopathie. Het is geen ja-of-neen-kwestie.'

Niet elke psychopaat is een misdadiger. Er bestaan ook 'hoogfunctionerende psychopaten', zoals sommige managers, chirurgen ... met een gebrek aan empathie, die geen geweld (meer) gebruiken.

Wil dat ook zeggen dat er met jonge geweldplegers niets aan te vangen valt?

Rudy Verelst: 'De persoonlijkheidsontwikkeling van een 17-jarige is normaal nog niet afgerond. Pas rond 22 à 25 jaar is onze persoonlijkheidsstructuur gestabiliseerd. Er is dus nog ruimte voor een leerproces. Zelfs als kunnen sommige persoonlijkheidskenmerken niet drastisch veranderd worden, dan nog kunnen jongeren met de juiste therapie een beter inzicht in zichzelf krijgen en een beter begrip van situaties waarin hun gebrek aan empathie ongeremd tot uiting komt. Je kan iemand leren om bepaalde risicosituaties te vermijden. Levenslange opsluiting heeft nog nooit tot een persoonlijkheidsverandering geleid. Individuele therapie moet je in een breder kader zien. Soms is daar een residentiële setting met voldoende repressie, structuur en conditionering voor nodig. Dan bestaat er kans op verbetering van gedragscontrole, al blijft het een langdurig proces.'

Manuel Morrens: 'Zelfs met een psychopaat kun je altijd nog iets doen. Aan de aanleg kun je niet veel veranderen, maar je kan werken aan een sociaal aanvaardbare context. Zo iemand benader je best via hun eigenbelang: 'doe dit niet en leer jezelf onder controle te houden, want je wil niet in de gevangenis belanden'. Dat werkt beter dan 'doe dit niet, want die ander heeft daar last van'. Het succes van die bijsturing is echter wisselend en kan individueel sterk verschillen.'

Conclusie

Empathie (of het gebrek daaraan) is deels een kwestie van aanleg, maar wordt ook gevoed, gekneed en bijgestuurd door interactie met andere mensen en omgevingsfactoren. Niet elk gebrek aan empathie wijst bovendien op een psychopathische aanleg. Als dat wel zo is, kan er aan een psychopatische aanleg zélf niet veel veranderd worden. Maar op andere vlakken is er, zeker bij jonge daders, nog heel wat ruimte voor een pragmatische bijsturing.