Vrouwelijke politica wordt linkser ingeschat dan ze is

Vlaamse kiezers schatten vrouwelijke kandidaten even competent, maar beduidend linkser in dan mannelijke kandidaten. Dit stereotype beeld zorgt voor vertekening bij kiezers. Rechtse kiezers zullen minder geneigd om op deze ‘linkse’ vrouwen te stemmen. 

Hoe competent schat u mannelijke en vrouwelijke politici in? En waar zou u ze positioneren op een ideologische links-rechtsschaal? Deze vragen legde ik voor aan een representatieve steekproef van 2500 Vlamingen die deelnamen aan een grootschalig online experiment. In het experiment stelde ik fictieve politieke kandidaten voor door middel van korte en neutrale tekstboodschappen over zes verschillende beleidsdomeinen. Ik maakte het geslacht van de kandidaat duidelijk aan de hand van een mannelijk of vrouwelijk silhouet.

Door het geslacht van de kandidaat te manipuleren, maar de inhoud van de tekstboodschap en de karakteristieken van de voorgestelde kandidaten verder identiek te houden, kon ik nagaan wat het effect van het geslacht van de kandidaat is op de perceptie van de respondent over 1) zijn/haar ideologische positie en 2) competentie.

Linkse vrouwen

De Vlaamse kiezer schat vrouwelijke kandidaten beduidend linkser in, ook wanneer ze exact hetzelfde standpunt innemen als hun mannelijke collega’s. Dat is op zich een verrassende bevinding. In Vlaanderen zijn vrouwelijke politici evenredig verspreid over de verschillende politieke partijen. We zien zelfs prominente vrouwelijke boegbeelden bij (uitgesproken) rechtse partijen: Zuhal Demir (N-VA), Liesbeth Homans (N-VA) en Barbara Pas (Vlaams Belang). In die zin is er hier dus geen link te leggen tussen de disproportionele aanwezigheid van vrouwen binnen linkse partijen en de ‘linkse’ perceptie die kiezers hebben over deze vrouwelijke politici. In de Verenigde Staten (VS) is er wel een duidelijke tweedeling tussen de Republikeinse en de Democratische partij, waarbij het merendeel van de vrouwelijke kandidaten terug te vinden is bij de Democratische partij. Ondanks dit belangrijke verschil, zien we toch dat ook in Vlaanderen het stereotype beeld van linkse vrouwen overeind blijft.  

Competente mannen én vrouwen

Op het vlak van competentie duikt een meer genuanceerd beeld op. De verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke kandidaten zijn hier minder uitgesproken. Wanneer het gaat over competentie om in de politieke in het algemeen te functioneren, schatten Vlaamse kiezers vrouwelijke kandidaten globaal even competent in als mannelijke. 

Wanneer we echter kijken naar competentie in een specifiek beleidsdomein zien we dat voor defensie kiezers een duidelijke voorkeur hebben voor de mannelijke kandidaat en deze competenter inschatten. Dit benadrukt de potentieel grote impact van de politieke context en actualiteit: vrouwelijke kandidaten kunnen in het nadeel zijn wanneer defensie of veiligheidskwesties hoog op de politieke agenda staan.

Het hoeft op zich niet te verbazen dat geslachtsgebonden persoonlijkheidskenmerken verwachtingen creëren dat mannen en vrouwen competent zijn in verschillende domeinen. Het stereotype beeld dat meisjes lief en zacht horen te zijn, terwijl van jongens verwacht wordt dat ze stoere binken worden, wordt ons bijna letterlijk met de paplepel meegegeven. Wanneer we dit doortrekken naar de politieke sfeer zien we dat mannen voordeel halen uit hun assertievere en ambitieuzere karaktertrekken in ‘harde’ materies, zoals defensie. 

Omgekeerd zouden we ook kunnen verwachten dat kiezers vrouwelijke kandidaten competenter vinden voor ‘softe’ materies, zoals gezondheidszorg, kinderopvang en onderwijs, omdat hun zorgende karakter hier een belangrijke rol speelt. Vlaamse kiezers maken hier, in tegenstelling tot in de VS, echter geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke kandidaten. 

Deze mannelijke en vrouwelijke kandidaten verkondigen precies dezelfde boodschap, maar toch wordt de vrouw linkser en minder competent voor het beleidsdomein defensie ingeschat.

Gevolgen voor het stemgedrag van kiezer

De resultaten van mijn doctoraatsonderzoek tonen aan dat het voor kiezers wel degelijk uitmaakt of een politicus een man of vrouw is. Kiezers hebben vaak niet genoeg tijd, middelen of interesse om zich goed te informeren over alle kandidaten. Daarom zijn ze afhankelijk van bepaalde ‘cues’, zoals het geslacht van de kandidaat. Vlaamse kiezers blijken hier conclusies aan vast te koppelen over de ideologische positionering en overtuiging van kandidaten. 

De politieke impact van deze ideologische stereotypen is niet te onderschatten. Ideologische nabijheid is één van de belangrijkste criteria waarop kiezers zich baseren om hun stemkeuze te bepalen. Bovendien creëert de ideologische overtuiging die we aan kandidaten toeschrijven ook verwachtingen over het soort beleid dat deze kandidaten zullen verdedigingen en welke prioriteiten ze zullen stellen. Concreet mogen we dan wel denken dat pakweg Hilde Crevits en Wouter Beke even competent zijn om in de politiek te functioneren, we verwachten wel dat Hilde Crevits een andere, meer linkse, invulling zal geven aan het beleid dat ze voert, en daar zijn we het misschien niet mee eens. 

De laatste jaren wordt gemiddeld rechtser gestemd in Vlaanderen. Het stereotype beeld van ‘linkse vrouwen’ kan dus voor aanzienlijke vertekening zorgen bij kiezers, en dan vooral bij rechtse kiezers die minder geneigd zullen zijn om voor deze ‘linkse’ vrouwen te stemmen. Dit is dan ook één van de onderbelichte redenen waarom anno 2020 onze regeringen, parlementen en gemeenteraden nog steeds grotendeels uit mannen bestaan.

Onze Vlaamse regering bestaat nog steeds grotendeels uit mannen. Het vooroordeel dat vrouwen linkser zijn dan mannen is één van de vaak vergeten verklaringen hiervoor.

Robin Devroe is genomineerd voor de Vlaamse PhD Cup. Ontdek meer over haar onderzoek op www.phdcup.be.