Gloeiende microben sporen landmijnen op

11 april 2017 door SST

Genetisch gemodificeerde bacteriën reageren op gelekte chemicaliën uit landmijnen en gaan daardoor gloeien, waardoor ze vanop afstand kunnen worden gespot.

Landmijnen vormen nog steeds een groot probleem in voormalige oorlogsgebieden. Ruwe schattingen gaan ervan uit dat er wereldwijd nog altijd meer dan 100 miljoen onontplofte explosieven liggen begraven, en dit in meer dan zeventig landen. Met alle gevolgen van dien: elk jaren trappen of rijden tussen de vijftien- en twintigduizend mensen op een landmijn, vaak met fatale gevolgen.

Onderzoekers pasten bacteriën genetisch aan zodat ze gevoelig zijn voor de ‘dampen’ van landmijnen

Het opruimen van landmijnen gebeurt nog altijd volgens methodes die teruggaan tot de Tweede Wereldoorlog. Dat wil zeggen: met veel mankracht (voorzien van metaaldetectoren) en vooral heel veel geduld. Wetenschappers zijn daarom al lang op zoek naar een techniek waarmee landmijnen en andere onontplofte explosieven vanop afstand kunnen worden opgespoord.

Israëlische onderzoekers denken nu zo’n systeem te hebben ontwikkeld. Ze pasten bacteriën genetisch aan zodat ze gevoelig zijn voor de ‘dampen’ van landmijnen – alle explosieven lekken minuscule hoeveelheden chemicaliën, die zich accumuleren in de bodem. De wetenschappers zorgden ervoor dat de bacteriën tijdens die reactie oplichten door fluorescentie. Vervolgens ontwikkelden de wetenschappers een lasergevoelig apparaat waarmee de signalen konden worden opgepikt.

Om de bacteriën gemakkelijk te kunnen rondstrooien verpakten de onderzoekers ze in plastic korrels. Nadat hun proefterrein met zelf geplaatste landmijnen was ‘gescand’ op fluorescente signalen konden ze een mooi overzicht maken van de locatie van de mijnen.

Eerder hadden andere wetenschappers ook al met ratten en zelfs met honden geëxperimenteerd, maar die techniek berustte meer op het van op afstand tot ontploffing brengen dan op opsporing alleen.