Wie gelooft nog in de nucleaire renaissance?

De wereld worstelt met de vraag of kernenergie nodig is voor een drastische vermindering van CO2-emissies. Met de bouw van Hinkley Point C gaat het Verenigd Koninkrijk alvast voluit voor kernenenergie. Tegenstanders zien het als een laatste nucleaire stuiptrekking van 25 miljard euro.

Maar liefst 9.000 kubieke meter: zoveel beton werd afgelopen zomer gestort voor het 4 meter hoge platform waarop de kerncentrale Hinkley Point C moet verrijzen. Het was de grootste betonstorting ooit in Groot-Brittannië, en een mijlpaal voor het consortium van het Franse staatsbedrijf EDF en de Chinese General Nuclear Power Group. Met zoveel beton kan je 75 uit de kluiten gewassen voetbalstadions bouwen. En met de 5.000 ton staal die diende voor de wapening kan je een spoorlijn aanleggen van Londen naar Rome.

Andrew Stephenson, de Britse onderminister belast met kernenergie, bejubelde de prestatie. Geen wonder. Het is een duivelse klus om water, cement en aggregaat voor zulke hoeveelheden te mengen. Het moet exact gebeuren, want bij een nucleaire installatie mogen absoluut geen scheurtjes in het beton ontstaan. Bij de bouw van soortgelijke kerncentrales voor het European Pressurized Reactor-project (EPR) stootte EDF zowel in Frankrijk (Flamanville) als in Finland (Olkiluoto) op ernstige problemen bij het storten van het beton.

‘In West-Europa weet niemand nog hoe je een kerncentrale bouwt’

Stephenson wees er in een persbericht graag op dat de bouw van Hinkley Point C, de eerste nieuwe Britse kerncentrale sinds 1995, mooi op schema ligt. Hij hoopt dat de twee EPR-reactoren van de centrale al over zes jaar kunnen worden ingezet, om 6 miljoen Britse huishoudens te voorzien van stroom. Het gaat dan om ongeveer 7 procent van het totale stroomverbruik van het Verenigd Koninkrijk. Stephenson benadrukte dat de kerncentrale in Somerset, die een capaciteit zal hebben van 3.200 MWe, geen CO2 zal uitstoten. Op die manier levert ze een forse bijdrage aan het Britse doel om tegen 2050 een economie te hebben die geen broeikasgassen uitstoot.

Wat de minister niet vermeldde in zijn persbericht, was dat de elektriciteit geleverd door Hinkley Point C niet bepaald goedkoop is. Per megawattuur elektriciteit zal het Verenigd Koninkrijk minstens 100 euro betalen aan de Frans-Chinese eigenaars. Dat is erg veel, zeker in vergelijking met de 55 euro die de exploitanten van de Britse offshore windturbines voor dezelfde hoeveelheid geleverde stroom ontvangen.

Niet onbelangrijk is dat stroom van de windturbines naar verwachting alleen maar goedkoper wordt, terwijl de prijs voor de stroom van Hinkley Point C met de inflatie stijgt. Je kan je afvragen of de modale Brit er wel toe bereid is zoveel te betalen voor kernenergie.

Waarom ging de Britse regering in de eerste plaats akkoord met zo’n hoge prijszetting? Met het project zijn enorme financiële en organisatorische risico’s verbonden. Als het VK de Fransen en Chinezen ertoe wilde bewegen om die risico’s te dragen, moest het dus wel met een overtuigende som over de brug komen.

Gebrek aan kennis

Hoe groot de risico’s precies zijn, bleek al uit twee pogingen van EDF om kerncentrales te bouwen met de nieuwe EPR-reactoren. Het bedrijf bouwt al sinds 2007 aan de Flamanville-centrale in Normandië. De kosten zijn inmiddels opgelopen tot 10,5 miljard euro, terwijl die aanvankelijk waren geraamd op 3,3 miljard euro. En in 2009 had EDF de Olkiluoto-3 in Finland moeten opleveren. Maar ook dat project liep vertraging op. De kosten zijn er gestegen van 3,3 miljard naar minstens 8,5 miljard euro. De begroting van Hinkley Point C zelf is sinds 2013 gestegen van 6,7 miljard naar meer dan 25 miljard euro nu.

Beton storten voor een kern-centrale is een kritisch proces. Scheuren zijn uit den boze.

‘Het fundamentele probleem is dat er al bijna een kwarteeuw lang geen nieuwe kerncentrales zijn gebouwd in de Verenigde Staten of West-Europa’, zegt David Petti, kernfysicus aan het Amerikaanse Idaho National Laboratory. ‘In die tijd zijn veel experts met pensioen gegaan. De kennis die zij hadden, is nu verdwenen.’

Verder beschikken West-Europa en de VS volgens Petti niet meer over echt betrouwbare leveranciers voor de zeer gespecialiseerde onderdelen die ze nodig hebben om een centrale te bouwen. ‘De problemen zitten niet zozeer in de bouw van de reactoren, maar in de bouwtechnologie’, zegt Petti. ‘Het beton storten, samen met het managen van zulke projecten: daar wringt de schoen.’

Die hindernissen hebben in de VS al geleid tot het faillissement van het gerenommeerde bedrijf Westinghouse, en het voortijdige uitdoven van wat een paar jaar geleden nog de Amerikaanse kernenergierenaissance werd genoemd.

De geplande V.C. Summer-centrale in South Carolina werd geschrapt nadat er al 5 miljard euro in was geïnvesteerd. De bouw van de Vogtle-centrale in Georgia gaat wel door, maar daar zijn de kosten inmiddels uitgedijd van 10 naar 20,5 miljard euro. Volgens Petti worden nieuwe kerncentrales in de VS voortaan alleen gebouwd als er een forse belasting komt op het uitstoten van CO2-emissies. Dat zit er onder het bewind van president Trump niet in.

Hulp van China

De situatie in China staat haaks op die in West-Europa en de VS. ‘Tussen 2008 en 2018 heeft China 31 nieuwe kernreactoren gebouwd en in gebruik genomen’, zegt Mycle Schneider, hoofdauteur van het jaarlijkse World Nuclear Industry Status Report. ‘Het land beschikt over voldoende experts, competente arbeidskrachten en een bevoorradingsketen die de benodigde onderdelen op tijd en volgens de specificaties van de nucleaire industrie kan aanleveren.’ Volgens een rapport van het Massachusetts Institute of Technology liggen de bouwkosten van een kerncentrale in China tussen de 3.000 en 4.000 dollar per kilowatt  geïnstalleerd vermogen. In West-­Europa schat het rapport de bouwkosten per kilowatt geïnstalleerd vermogen op 8.000 dollar.

Opvallend is verder dat de Chinezen er wel in slaagden om in China twee kerncentrales met EPR-reactoren binnen een redelijke tijds- en budgetmarge te bouwen. Geen wonder dus dat zowel de Britse overheid als het Franse EDF maar wat graag de Chinese General Nuclear Power Group betrokken bij Hinkley Point C.

De Chinezen zijn bereid om bijna een derde van de kosten op zich te nemen voor de bouw van Hinkley Point C, in ruil dus voor die gegarandeerde prijs van 100 euro per megawattuur. Een andere reden waarom China akkoord ging met de bouw, is dat de overheid graag meer orders in de wacht sleept voor haar nucleaire industrie.

De Chinese expertise bij de bouw van Hinkley Point C is zeker van belang. Schneider verwacht wel dat de verschillende bedrijfsculturen van de Fransen, Engelsen en Chinezen met elkaar botsen. ‘De ervaring leert ons dat nucleaire installaties door buitenlandse bedrijven laten bouwen overal en altijd grote problemen oplevert.’ De taal wordt hoe dan ook een barrière. Bovendien zullen de Chinezen moeten wennen aan de strengere Europese eisen voor de bouw van kerncentrales.

Twijfel over wind en zon

Het lijkt duidelijk dat kerncentrales op het vlak van prijs niet langer kunnen concurreren met windturbines, zonnepanelen of gascentrales. De vraag rijst of de Britse overheid er niet beter aan doet Hinkley Point C alsnog te schrappen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dat zou geld vrijmaken om offshore windturbines en zonneparken te subsidiëren. Ook op die manier zou het VK stroom opwekken zonder CO2-uitstoot.

De overheid is ervan overtuigd dat een uitstootvrije economie tegen 2050 alleen haalbaar is als ze inzet op een combinatie van kerncentrales, wind- en zonne-energie en gascentrales. Van die laatste moeten de CO2-emissies worden afgevangen en ondergronds opgeslagen. De overheid wordt in haar standpunt gesteund door het Science and Technology Committee van het parlement.

Windturbines en zonnepanelen leveren nu al meer dan 30 procent van alle stroom die het Verenigd Koninkrijk nodig heeft. Toch gelooft de overheid dat die bronnen in 2050 niet het hele jaar door voldoende stroom kunnen leveren om de economie draaiende te houden. De acht bestaande Britse kerncentrales wekken momenteel nog 18 procent van alle nationale stroom op. Zeven daarvan zullen de komende vijf jaar worden gesloten omdat ze te oud zijn.

Het gevaar bestaat dat die centrales uitsluitend worden gecompenseerd door centrales in gebruik te nemen die op aardgas draaien en waarbij de CO2 niet wordt afgevangen. Daarmee zal de uitstoot voor de stroomvoorziening alleen maar toenemen.

Het antwoord daarop is dan: nieuwe kerncentrales bouwen. Het blijft daarbij uiteraard problematisch dat ook de Britten, net als iedereen in de wereld, er al zeventig jaar niet in slagen een permanente oplossing te vinden voor het opslaan van het radioactieve afval van kerncentrales.

Het meest radicale standpunt komt van Justin Bowden, de voorzitter van de GMB, een vakbond waarvan veel leden werken aan de bouw van Hinkley Point C. ‘Het is mooi dat het vooruitgaat met de bouw, maar als het Verenigd Koninkrijk echt een koolstofvrije economie wil worden, dan hebben we nog minstens zes nieuwe kerncentrales nodig.’ De vakbondsleider wijst erop dat de Britse stroomvoorziening niet afhankelijk mag worden van windturbines en zonnepanelen. De redenering is dat er te veel dagen zijn waarop het niet genoeg waait en de zon niet door de wolken breekt.

Nog zes kerncentrales? Dat is niet wat er staat in een rapport van het Engelse Committee on Climate Change, een commissie die de overheid moet adviseren over onder meer de stroomvoorziening. Volgens die tekst kan één grote kerncentrale volstaan: Hinkley Point C. De rest van de groene stroom kan worden geleverd via massale investeringen in windturbines en zonneparken.

Catch 22

In een ander scenario is kernenergie geheel overbodig. Het Verenigd Koninkrijk benut dan op grote schaal groene stroom (van windmolens) om via elektrolyse waterstof te produceren. Het is veel goedkoper om waterstof op te slaan dan stroom. Seizoenstekorten kunnen worden overbrugd door groene stroom tijdelijk op te slaan als waterstof (zie Eos nr. 12, 2018: ‘Waar blijft de waterstofeconomie?’).

Schneider is een compleet andere mening toegedaan. Vanuit zijn perspectief is elke nieuwe kerncentrale een nieuw obstakel op de weg naar de gestelde klimaatdoelen. ‘Door nieuwe kerncentrales te bouwen werken we in feite klimaatverandering verder in de hand. Iedere dollar, yen of euro die we nu investeren in een kerncentrale kan veel efficiënte­r gebruikt worden. Als we CO2-emissies willen reduceren, moeten we dat geld stoppen in windturbines of zonne-energie.’ Schneider wijst erop dat nieuwe offshore windparken plannen en bouwen veel sneller gaat dan kerncentrales bouwen. Dat levert op veel kortere termijn een gereduceerde uitstoot op.

De Britten kampen met een catch 22. Aan Hinkley Point C zijn enorme kosten en risico’s verbonden. Tegelijk vrezen ze dat ze zonder nieuwe kerncentrales geen koolstofvrije economie kunnen bereiken tegen 2050. Tot dat doel hebben ze zichzelf wettelijk verplicht. Ten slotte dreigt ook de brexit nog roet in het eten te gooien. Bij de bouw zijn zeker vijfhonderd hooggekwalificeerde lassers nodig. Momenteel komt 15 procent van alle lassers die in het VK werken uit andere EU-landen. Eens de brexit een feit is, wordt het een stuk moeilijker om goede lassers te ronselen.