Monte Sierpe, een site in de Peruaanse Andes met meer dan 5.200 uitgegraven gaten, fascineert archeologen al sinds de jaren 1930. Volgens nieuw onderzoek werden die gaten waarschijnlijk gebruikt om belastingen te innen die aan het Incarijk verschuldigd waren.
Wanneer de waarheid maar langzaam aan het licht komt, moet je er zelf op uitgaan om haar te achterhalen. Precies dat deed een internationaal team onlangs bij de site van Monte Sierpe (‘de Slangenberg’) in de Pisco-vallei, in het zuiden van Peru. Het team stond onder leiding van twee Andes-archeologen: Charles Stanish van de University of South Florida en Henry Tantaleán van de universiteit San Marcos in Lima, de belangrijkste universiteit van Peru.
In het westen is de plek bekend sinds 1933, toen het tijdschrift National Geographic luchtfoto’s publiceerde van piloot Robert Shippee. Het gebied viel van de 11e tot de 15e eeuw onder heerschappij van het Chincha-volk. De site bestaat uit een smalle strook land van anderhalve kilometer lang en ongeveer vijftien meter breed, met daarin zo’n 5.200 gaten van 1 tot 2 meter doorsnee en maximaal 1 meter diep, direct in de bodem gegraven en soms omgeven door een laag muurtje. Lange tijd bleef de “gatenstrook” (banda de agujeros) onderbelicht. Archeologen opperden verschillende verklaringen over de functie van de strook, gaande van een verdedigingsstructuur en een wateropvangsysteem tot een geoglief, een begraafplaats of zelfs een mijn.
De houtskoolresten en aardewerkscherven plaatsen de site duidelijk in de Chincha-periode (ca. 1000-1450 na Christus). Onderzoek van gedeeltelijk gefossiliseerde botanische resten bracht bovendien minstens 27 soorten pollen aan het licht, waaronder maïs, katoen, tomaat en peper. In deze droge regio, op zo’n 35 kilometer van de Stille Oceaan, hebben dergelijke gewassen echter nooit kunnen groeien. Hun aanwezigheid kan alleen worden verklaard door menselijke aanvoer. Vermoedelijk ging het om ruilhandel. Men wisselde bijvoorbeeld gaten met pompoenen uit tegen gaten met zoete aardappelen. Deze interpretatie wordt versterkt door de vondst van pollen van de Humboldtwilg, waarvan de takken werden gebruikt om manden te vlechten. Spaanse bronnen bevestigen bovendien het bestaan van zulke markten. Dat is niet verwonderlijk, want Monte Sierpe lag op het kruispunt van belangrijke handelsroutes tussen kust en berggebied.
De onderzoekers gebruikten drones om luchtfoto’s in hoge resolutie van de banda de agujeros te maken. Die beelden lieten zien dat de gaten volgens een zorgvuldig doordacht patroon zijn aangelegd. De gaten zijn ondergebracht in sectoren, opgebouwd uit opeenvolgende rijen van zeven of acht gaten. Die rijen herhalen zich volgens een vast patroon en worden van elkaar gescheiden door lege stroken. Volgens de onderzoekers wijst dit op een rekensysteem dat door de Inca’s werd ingevoerd.
Het Incarijk was geen klassiek territoriaal rijk. In plaats van gebieden rechtstreeks te bezetten, legde het onderworpen volkeren een tribuut op. Dat is een verplichte afgifte van goederen of diensten. Zo zouden ze ook te werk zijn gegaan met de Chincha, met wie ze bovendien nauwe banden onderhielden. Op afgesproken tijdstippen brachten de belastingplichtigen hun tribuut, de mit’a, naar de daarvoor bestemde gaten. Een patroon van regelmatige vierkanten op de bodem van de site Incawasi bevestigt volgens de archeologen hun hypothese. Daarnaast ondersteunt een quipu, een verzameling geknoopte koorden die de Inca’s onder andere voor boekhouding en administratie gebruikten, het idee dat de gaten dienst deden als een soort belastingregistratie. Deze werd ontdekt in het begin van de twintigste eeuw.
“Voortaan kunnen we gerichte wetenschappelijke vragen stellen,” zegt Romuald Housse van het Frans Instituut voor Andesstudies in Lima. Zoals ook het team van Stanish en Tantaleán aangeeft, zijn er nog veel meer dateringen nodig van de verschillende sectoren om te bepalen of Monte Sierpe in één keer is uitgegraven of in fases. Roman vraagt zich ook af hoe de logistiek verliep. Waarschijnlijk waren er enorme karavanen lama’s nodig, maar er is geen enkel spoor van hokken om deze dieren te herbergen. Hoe dan ook laat dit complex duidelijk zien dat het hoge niveau van de Inca’s deels voortkwam uit hun talent om alles wat in hun voordeel werkte slim in hun eigen systeem te verwerken.
Wie had ooit gedacht dat een paar eenvoudige gaten zoveel zouden kunnen vertellen?
Dit artikel verscheen eerder in Pour la Science. Vertaling: Robin Hanssens.