De meeste mensen dragen nog een stukje neanderthaler-DNA met zich mee. Dat komt doordat de moderne mens zich soms ook voortplantte met neanderthalers. Dankzij een nieuwe studie weten we wie het met wie deed.
Beeld: Reconstructie van de eerste neanderthaler van Nederland, met bijnaam Krijn, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden.
We weten al meer dan tien jaar dat neanderthalers seks hadden met Homo sapiens, maar op welke manier dat precies gebeurde was nog onduidelijk.
‘Via genetisch onderzoek is al bevestigd dat er mengvormen bestaan van de Homo sapiens en de Homo neanderthalensis,’ vertelt archeoloog Bart Vanmontfort (KU Leuven). ‘In DNA van mensen buiten sub-Sahara Afrika is nog altijd een stukje neanderthaler-DNA aanwezig. Dat is een twee à drie procent, wat aantoont dat er kruisingen zijn geweest. Hoe dat eraan toeging en hoe frequent die kruisingen plaatsvonden, is nog niet helemaal duidelijk. Aangezien er nog steeds neanderthaler-DNA in onze genen zit, waren die kruisingen belangrijk genoeg om over te erven en komen ze niet voort uit één eenmalige interactie.’
‘Dat twee à drie procent neanderthaler-DNA in onze genen dateert uit de laatste duizenden jaren dat neanderthalers en moderne mensen tegelijkertijd hebben geleefd. Dat was de periode waarin min of meer het meeste genetische materiaal is uitgewisseld: ongeveer 50.000-45.000 jaar geleden,’ stelt Vanmontfort.
Woestijnen
Het stukje neanderthaler-DNA dat bij de meeste mensen voorkomt, is ongelijk verdeeld. In ons DNA komen zogenaamde neanderthaler-woestijnen voor. Dat zijn lange reeksen DNA waarop opvallend weinig genetisch materiaal afkomstig van neanderthalers te vinden is. Die ‘woestijnen’ zijn vooral aanwezig op het X-chromosoom, dat altijd wordt doorgegeven van moeder op kind.
Daarvoor bestaan verschillende hypotheses: neanderthaler-DNA dat ooit wel aanwezig was op het X-chromosoom, zou evolutionair nadelig zijn geweest en daarom via natuurlijke selectie zijn verdwenen. Een andere mogelijkheid is dat de voortplanting vooral plaatsvond tussen neanderthaler-mannen en Homo sapiens-vrouwen, wat belette dat het X-chromosoom van neanderthalers ooit in de genenpoel terechtkwam.
Om deze hypotheses verder te toetsen, zochten de onderzoekers naar DNA afkomstig van Homo-sapiens bij enkele neanderthaler-resten. In het genoom van de neanderthalers vonden ze dat het Homo sapiens-DNA zich vooral op de X-chromosomen bevond. Die bevinding wijst erop dat de seks voornamelijk plaatsvond tussen neanderthaler-mannen en Homo sapiens-vrouwen.
‘Het nieuwe aan deze studie is dat de seksuele voorkeur in één richting zou zijn: mannelijke neanderthalers die seks hadden met de anatomisch moderne vrouw. Genetici kunnen op basis van de verschillen in het genetisch materiaal berekenen wanneer die kruisingen zijn gebeurd,’ stelt Vanmontfort.
Geweld
Een belangrijke nuancering bij deze studie is dat het gaat over skeletmateriaal dat nog een stuk ouder is dan de belangrijke interactieperiode tussen Neanderthalers en moderne mensen 50.000 jaar geleden. ‘Of dat patroon hetzelfde was voor de kruisingen van 50.000 jaar geleden, tonen de onderzoekers hier niet aan.’
Wie precies een voorkeur had voor wie, blijft een groot vraagteken. Er kan niet met zekerheid gezegd worden of de vrouwelijke Homo sapiens gecharmeerd was van de mannelijke neanderthaler, of dat dit enkel andersom was. De voorplanting kan ook het gevolg zijn geweest van gewelddadige interacties waaruit kinderen zijn ontstaan. Om daar zicht op te krijgen is meer onderzoek nodig.
‘Er is ook een derde soort genaamd de Homo denisova die gelijktijdig samenleefde met de Homo neanderthalensis en de Homo sapiens. Hoe die soorten met elkaar omgingen, en wat voor impact dat had op onder andere technologie en de ontwikkeling van creatieve geesten, is bijzonder boeiend’, vervolgt Vanmontfort. ‘In hoeverre zijn die ontwikkelingen mede getriggerd door interactie met andere soorten? En heeft de moderne mens die elementen ook weer overgebracht op de laatste neanderthalers of andere soorten? Het laatste is daar nog niet over gezegd. Deze studie is een mooi voorbeeld van hoe genetisch onderzoek een puzzelstukje bijdraagt aan een probleem dat wij als archeologen vanuit de studie van fysieke objecten proberen te benaderen. Samen met andere onderzoeksdomeinen zijn we het beste in staat om die vragen te beantwoorden,’ besluit Vanmontfort.