Meer dan een miljoen Belgen hebben nierschade. En veel mensen voelen daar niets van.
Ongeveer één op de tien mensen wereldwijd heeft een verminderde nierfunctie. In België zou dit naar schatting gaan over meer dan een miljoen mensen. Chronische nierziekte is wijdverspreid, vaak onderschat, en bij de meerderheid van de patiënten jarenlang onopgemerkt. Dit alles heeft te maken met hoe de nieren werken, of beter: hoe ze falen.
De nieren zwijgen
De nieren zijn opmerkelijke organen. Elke dag, dag in dag uit, filteren ze zo’n 180 liter vloeistof uit het bloed. Zo verwijderen ze afvalstoffen uit je lichaam en houden ze de bloeddruk en zoutbalans in evenwicht. Maar ze hebben ook iets verraderlijk: de reservecapaciteit. Zelfs bij aanzienlijke schade blijven ze gewoon doorwerken. De nieren compenseren zonder enig signaal naar de rest van het lichaam. Ze zwijgen dus.
Pas als meer dan de helft van de nierfunctie verloren is, beginnen de eerste, vaak vage klachten op te duiken. Vermoeidheid. Licht opgezwollen enkels. Een algemeen gevoel van malaise. Jeuk. Klachten die makkelijk worden afgedaan als stress of veroudering, en die dus zelden rechtstreeks naar de nieren worden herleid. Tegen de tijd dat iemand zich zorgen maakt en naar de dokter gaat, is de schade dikwijls al aanzienlijk.
Wie loopt risico?
De grootste boosdoeners zijn hoge bloeddruk en diabetes. Beide aandoeningen beschadigen de kleine bloedvaatjes in de nieren, waardoor de filter geleidelijk minder goed werkt. Ongeveer één op de drie mensen met diabetes en één op de vijf met hypertensie ontwikkelen op termijn chronische nierziekte. Verder heeft ook veroudering een effect op de nieren. De nieren worden kleiner; tegelijk worden de bloedvaten stijver, wat de bloedtoevoer naar de nieren vermindert. Met de vergrijzing en de stijging van obesitas zal de prevalentie van chronische nierziekten de komende decennia alleen maar groeien. Wetenschappers schatten dat nierziekte tegen 2040 de vijfde grootste doodsoorzaak wereldwijd zal zijn.
Vroeg opsporen is eenvoudig
Wat nog het meest verbazingwekkend is, is hoe toegankelijk een vroegtijdige opsporing van nierschade eigenlijk is. Geen dure scanner of complexe scan, in de meeste gevallen volstaat een eenvoudige urinetest en een bloedafname. Met de urine test meten we albumine, een eiwit dat normaal niet door de nierfilter sijpelt. Als het toch opduikt in de urine, is dat een vroeg signaal dat er iets mis is, soms jaren voordat de patiënt ook maar één klacht heeft. Bij mensen met een hoge bloeddruk of diabetes wordt de test al officieel aanbevolen, maar in de praktijk gebeurt het vaak te weinig of te laat.
Wanneer we deze urinetest combineren met een bloedafname om de eGFR te meten, krijgen we een nog duidelijker beeld. De eGFR (estimated Glomerular Filtration Rate) is een berekening die aangeeft hoe goed de nieren het bloed filteren. Op basis van een eenvoudige bepaling van het creatininegehalte in het bloed kan men inschatten hoeveel milliliter bloed de nieren per minuut zuiveren. Een dalende eGFR is vaak het eerste objectieve teken dat de nierfunctie achteruitgaat, zelfs wanneer iemand zich nog volledig gezond voelt.
Wat er op het spel staat
Vroeg ingrijpen kan een wereld van verschil maken. In een vroeg stadium kan er met bloeddrukcontrole, dieet en medicatie veel bereikt worden. Allemaal relatief eenvoudige ingrepen die bijzonder doeltreffend kunnen zijn.
Voor mensen in het eindstadium van nierfalen zijn er nog maar enkele opties zoals een niertransplantatie, of dialyse, wat vaak levenslang is. Drie keer per week, vier uur per keer, verbonden aan een machine die het werk van de nieren overneemt. In België zijn vandaag meer dan 15.000 mensen afhankelijk van dialyse. De financiële kosten voor het gezondheidssysteem bedragen meer dan 500 miljoen euro per jaar.
Ten slotte
De kennis en de middelen om nierziekte eerder op te sporen zijn er al. Een urinetest bij de huisarts kost amper iets en kan jaren voorsprong geven. Wie weet dat hij of zij diabetes of hoge bloeddruk heeft, heeft alle reden om dat gesprek te starten. De nieren geven zelf geen signaal. Maar met een eenvoudige test kan je ze wel een stem geven.