Eos Blogs

Mentale vermoeidheid verhoogt de kans op sportletsels

Elk jaar raken duizenden sporters geblesseerd. Dit is eigenlijk heel vreemd, omdat er heel veel geld wordt geïnvesteerd in onderzoek om deze letsels te voorkomen. Meer aandacht voor de rol van mentale vermoeidheid, kan het risico op blessures helpen verminderen.

Als spits van de lokale voetbalploeg is Thibo alleen op weg naar doel. Het regent. Het veld ligt er slecht bij. Nog één verdediger voorbij en hij staat oog in oog met de keeper. Eitje. Hij maakt een schijnbeweging, zet zijn voet neer om van richting te veranderen en … knak! Ineens voelt Thibo pijn die hij nooit eerder voelde.

Een pandemie aan sportblessures

Net zoals Thibo lopen elk jaar duizenden mensen een blessure op. De impact van zo’n blessure is meestal ook enorm. Iedereen kent wel iemand die zijn voorste kruisband heeft gescheurd, tijdens voetbal, volleybal, handbal of een andere sport waar richtingsveranderingen een heel groot deel zijn van het prestatie gegeven. Een ongelofelijke klap voor elke (recreationele) atleet. Dit betekent minimum 9 maanden revalidatie voordat sporters nog maar kunnen terugkeren naar het veld, en we zijn dan zelfs nog niet zeker of ze ooit hun oude niveau nog gaan halen. Thibo staat dus mogelijk voor een lange lijdensweg. 

Elk jaar blijft het aantal sportblessures verder stijgen, over alle aandoeningen en sporten heen. Deze stijging is echter vreemd. Wetenschappers proberen namelijk al jaren om deze blessures te voorkomen op verschillende manieren. Zo introduceerde de voetbalbond het FIFA 11+ programma. Trainers kregen daarbij een opwarmingsprogramma met gericht preventieve oefeningen die ze in hun trainingen konden verwerken. Toch lijken initiatieven zoals dit weinig uit te halen. We blijven dus iets over het hoofd zien in onze zoektocht naar het verminderen van sportblessures. Mentale vermoeidheid is een veelbelovende verklaring waar nu nauwelijks rekening mee wordt gehouden.

Mentale vermoeidheid?

Iedereen heeft dagelijks last van mentale vermoeidheid. Het wordt opgewekt door langdurige en intense mentale activiteit. Beeld je het volgende in: je baas vraagt je om een excel bestand aan te vullen met geschreven data, en de enige manier om dit te doen is om alle informatie één voor één handmatig in te voeren. Het gevoel van vermoeidheid dat je op het einde van de dag ervaart na het invoeren van meer dan duizend data punten, is mentale vermoeidheid. 

Mentale vermoeidheid is een andere soort vermoeidheid dan de fysieke vermoeidheid die je voelt na een lange fietstocht. Ze ontstaat in je hoofd en werkt anders in je lichaam. Mentale vermoeidheid kan ook je fysieke prestaties beïnvloeden. Denk terug aan het Excel-bestand van daarnet. Na zo’n hersendodend taakje zal je goesting om te gaan sporten meestal niet al te groot zijn. Dat blijkt ook uit honderden studies. Mentale vermoeidheid kan effectief een negatieve invloed hebben op je uithoudingsvermogen, krachttraining en sportieve vaardigheden. En dat terwijl je fysiek onmogelijk moe kan zijn na zo’n Excel-taakje.

Link met sportblessures

Alhoewel er dus al veel geweten is over de algemene effecten van mentale vermoeidheid, is er nog maar weinig onderzoek naar de impact ervan op het voorkomen van blessures. Dit is jammer, aangezien de potentiële impact enorm kan zijn. We zien bijvoorbeeld dat mentale vermoeidheid je aandacht, beslissingsvermogen, en reactiesnelheid negatief kan beïnvloeden. Laat dit nu net de vaardigheden zijn die cruciaal zijn in een sportomgeving waar je continue moet rekening houden met tegenstanders tijdens het uitvoeren van complexe taken terwijl je beweegt. Mijn eerste gepubliceerde paper in 2021 gaf al aan dat mentale vermoeidheid een negatief effect heeft op sport-specifieke prestaties in sporten zoals voetbal, volleybal en badminton. In de voorbije jaren is er ook meer en meer bewijs uitgekomen dat aanduidt dat mentale vermoeidheid een invloed heeft op onze manier van bewegen, zoals bij landingen en richtingsveranderingen. Dus niet alleen ga je minder snel en precies kunnen reageren tijdens het uitvoeren van je sport, je hebt ook meer kans dat je bewegingsfouten maakt die je kans op een blessure sterk kunnen verhogen. 

Er zijn ook andere manieren waardoor mentale vermoeidheid het risico op blessures kan verhogen. Zo zorgt het ervoor dat personen eenzelfde activiteit als zwaarder zullen ervaren als ze mentaal vermoeid zijn ten opzichte als ze dat niet zijn. Dit, gecombineerd met de effecten op de optimale manier van bewegen, impliceert dat het risico op overbelasting blessures, zoals achillespeesproblemen of stressfracturen, ook verhoogd is. Daarnaast zie je dat je het ook moeilijker krijgt om nieuwe bewegingen onder de knie te krijgen, wat het dus ook moeilijker maakt om veiliger te bewegen tijdens het sporten. 

Is dit dan zo’n groot probleem? Kan je er niet gewoon voor zorgen dat mensen minder mentaal vermoeid zijn voor ze aan een wedstrijd beginnen? Dit is helemaal niet zo gemakkelijk als het lijkt. Recreatieve sporters zitten namelijk nog met hun job, waarbij je niet zomaar kan zeggen dat je even niet kan nadenken aangezien je vanavond een training hebt. En zelfs bij professionele atleten mag je de mentale belasting doorheen de dag niet onderschatten: team besprekingen, tactiek instuderen, combinatie met mogelijke opleidingen buiten de sport, etc. En dan hebben we het nog niet over de sportwedstrijd zelf gehad. Zeker tijdens sporten waarbij je in direct contact komt met tegenstanders zal er altijd een zekere mentale belasting aan te pas komen. Kortom, niet alleen is het risico op blessures groter als we mentaal vermoeid zijn, we kunnen deze vorm van vermoeidheid in onze huidige maatschappij onmogelijk uit de weg gaan. 

Wat nu?

Er is nood aan de verwerking van richtlijnen om mentale vermoeidheid te voorkomen en bestrijden in verschillende sporten. Bestrijden? Jazeker, er zijn wel degelijk manieren om deze vorm van vermoeidheid tegen te gaan. Eén van deze manieren gebruiken de meeste mensen elke dag om wakker te worden: cafeïne. Een koffietje of energie drank kan heel effectief de verschillende invloeden van mentale vermoeidheid tegengaan. Je moet het zelf niet drinken, een spoeling in de mond is al genoeg om te helpen. Je zou ook meer kunnen inzetten op het herkennen van mentale vermoeidheid via het gebruik van vragenlijsten, sporters denktaken voor te schotelen of objectieve parameters zoals hartslag variabiliteit te integreren.  

Het probleem is dat we nu enkel speculeren, want de link tussen mentale vermoeidheid en letselpreventie is gemaakt op basis van indirect bewijs. Dit betekent: studies die de invloed van mentale vermoeidheid zijn nagegaan in labo scenario’s met rigide testen. Er zijn nog geen studies die aantonen dat mentale vermoeidheid tijdens een volledig seizoen leidt tot meer blessures. Daarnaast zijn de studies die wel een meer directe focus hebben, zoals effecten van mentale vermoeidheid op balans prestatie, vaak te simplistisch, en kunnen ze moeilijk worden vertaald naar echte sportsituaties. Maar, als we in de toekomst meer kunnen focussen op het includeren van mentale vermoeidheid in sportblessure onderzoek, hebben we een kans om situaties zoals deze van Thibo in de toekomst te vermijden.