Belgische fossielen werpen nieuw licht op het uitsterven van de Neanderthalers

Neanderthalers stonden als soort genetisch niet op instorten. Waarom verdwenen ze dan? Een nieuwe studie van Belgische en Franse fossielen zet een van de populairste verklaringen op losse schroeven.

De Belgische Maasvallei blijkt een unieke tijdscapsule van het neanderthalerverleden. Veertigduizend jaar geleden behoorden deze neanderthalers tot de laatste vertegenwoordigers van een mensensoort die Europa meer dan 300.000 jaar bevolkte. Lang dachten wetenschappers dat hun ondergang het gevolg was van het leven in te kleine, geïsoleerde groepen die leden onder inteelt en genetische achteruitgang.

Belangrijke vondsten

Duitse onderzoekers analyseerden genetisch materiaal van 27 neanderthalers uit negen archeologische vindplaatsen, waaronder de Belgische grotten van Goyet, Spy en Couvin.

Een van de belangrijkste vondsten komt uit de grot van Goyet. Daar slaagden onderzoekers erin het volledige genoom van een vrouwelijke neanderthaler te reconstrueren, ze noemen haar GN1. Het gaat pas om het vijfde hoogwaardige neanderthalergenoom ooit en het eerste uit België. De vrouw leefde ongeveer 45.000 jaar geleden en blijkt nauw verwant aan een bekende neanderthaler uit het huidige Kroatië. Dat wijst erop dat neanderthalergroepen over grote afstanden genetisch met elkaar verbonden waren.

Genetische achteruitgang was vermoedelijk niet de doorslaggevende factor die de Neanderthalers van de kaart veegde.

Misschien nog belangrijker is wat de onderzoekers níét vonden. Al jaren leeft de hypothese dat neanderthalers uitstierven doordat kleine, geïsoleerde populaties leden onder inteelt en genetisch verval. In de Belgische en Franse resten ontbreekt daarvan elk spoor. De onderzochte individuen vertonen geen uitzonderlijke genetische verarming en dragen niet meer schadelijke mutaties dan verwacht. Volgens de onderzoekers was genetische achteruitgang vermoedelijk niet de doorslaggevende factor die de Neanderthalers van de kaart veegde.

Homo sapiens

De studie werpt ook nieuw licht op de relatie tussen Neanderthalers en moderne mensen. Rond de periode waarin GN1 leefde, was homo sapiens al aanwezig in delen van Europa. Eerder onderzoek toonde aan dat sommige vroege moderne mensen neanderthalervoorouders hadden die slechts enkele generaties eerder leefden. Vermenging tussen beide mensensoorten heeft dus zeker plaatsgevonden.

Toch vonden de onderzoekers in de Belgische en Franse neanderthalers geen spoor van recent DNA van moderne mensen. Dat suggereert dat contact tussen beide groepen mogelijk beperkt bleef tot andere delen van Europa. Waarom die genetische uitwisseling het noordwesten niet bereikte, blijft voorlopig onduidelijk.