Eos Blogs

Wat weten we over de Vlaamse toetsen in 2026? En wat nog niet?

Dit schooljaar namen voor het eerst leerlingen in het zesde leerjaar lager onderwijs deel aan de Vlaamse toetsen. Wat leren we uit de resultaten van 2026? 

Hoe zien de resultaten voor het zesde leerjaar lager onderwijs eruit? 

Voor leesbegrip bereikt 69% van de leerlingen de eindtermen. Bijna drie van de tien leerlingen halen die lat dus nog niet aan het einde van de lagere school. Voor wiskunde zijn de resultaten per toets anders. Leerlingen behalen de hoogste resultaten voor meetkunde (68%) en getalbegrip (62%). Bewerkingen (55%) zit in de middenmoot. Met metend rekenen (40%) en wiskundige problemen oplossen (29%) hebben leerlingen het moeilijker.  

Dit is de eerste meting van leerlingen in het zesde leerjaar lager onderwijs. Er zijn daarom nog geen vergelijkingen met voorgaande jaren. Deze resultaten bieden dus een eerste inzicht in waar leerlingen staan aan het einde van de lagere school. 

Zijn er tendensen voor het vierde leerjaar lager onderwijs? 

In het vierde leerjaar lager onderwijs nemen leerlingen al langer deel aan de Vlaamse toetsen. We kennen de resultaten van 2024, 2025 en 2026. Voor het vierde leerjaar zijn, anders dan voor het zesde leerjaar lager onderwijs en het tweede jaar secundair onderwijs, enkel de vaardigheidsniveaus van leerlingen bekend. De toetsen gaan immers over de huidige eindtermen voor het zesde leerjaar waarvoor ze nog twee jaar de tijd hebben. 

Driekwart van de B-stroomleerlingen bereikt de eindtermen voor basisgeletterdheid leesbegrip

Voor wiskunde is het beeld vrij stabiel. Leerlingen hebben moeite met het oplossen van wiskundige problemen: 9% van de leerlingen bereikt de hoogste vaardigheidsniveaus (B en A). Leerlingen zijn het sterkst in meetkunde: 66% van de leerlingen bereikt de hoogste vaardigheidsniveaus (B en A). 

Voor leesbegrip zijn er lichte verschuivingen. Het aandeel leerlingen dat de hoogste vaardigheidsniveaus (B en A) bereikt, daalde van 16% in 2024 naar 11% in 2026. Tegelijk steeg het aandeel op het laagste niveau (E) van 6% naar 9%.  

Zijn er tendensen voor basisgeletterdheid in het tweede jaar secundair onderwijs? 

De resultaten van dit jaar zijn grotendeels vergelijkbaar met die van de afgelopen jaren. In de A-stroom bereiken nagenoeg alle leerlingen de eindtermen voor basisgeletterdheid voor leesbegrip (98%) en voor wiskundethema’s (97% tot 99%). Bijna alle leerlingen zijn dus voldoende functioneel geletterd om deel te nemen aan de samenleving.   

Voor leerlingen in de B-stroom is dat anders: driekwart van de B-stroomleerlingen (75%) bereikt de eindtermen voor basisgeletterdheid leesbegrip. Dat betekent ook dat een kwart van de leerlingen die lat niet haalt. Voor de basisgeletterdheid wiskunde varieert het beeld: het hoogste aandeel leerlingen bereikt de eindtermen basisgeletterdheid voor tabellen en diagrammen (89%), terwijl getallenleer (69%) en omtrek, oppervlakte en inhoud (74%) het laagst scoren.  

Zijn er tendensen voor de reguliere eindtermen in het tweede jaar secundair onderwijs? 

Net zoals in 2025 beheerst de overgrote meerderheid (83%) van de leerlingen in deA-stroomde reguliere eindtermen voor leesbegrip. Voor wiskunde verschilt dat beeld afhankelijk van het getoetste wiskundethema: 17%van de leerlingen behaalt de eindtermen voor wiskundige problemen oplossen. Voor de andere wiskundethemas variëren de percentages sterk van 29% (algebra) tot 90% (meetkundige objecten en relaties). 

Net zoals in 2025 beheerst iets meer dan de helft van de leerlingen (57%) in deB-stroomde reguliere eindtermen voor leesbegrip. Voor wiskunde verschilt het resultaat opnieuw:31% van de leerlingen behaalt de eindtermen voor wiskundige problemen oplossen. Voor de andere wiskundethemas variëren de percentages sterk van 30% (omtrek, oppervlakte en inhoud) tot 93% (meetkundige objecten en relaties). Alle resultaten zijn hier te vinden en in de blogs over 2024 en 2025. 

En nu? 

Onderzoekers van het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs voeren de komende maanden verdiepende analyses uit. Ze gaan na hoe bepaalde kenmerken van leerlingen en scholen samenhangen met lagere of hogere toetsresultaten. Eind september ontvangen alle scholenschoolfeedback. Die feedback bestaat uit: (1) een feedbackdashboard en (2) een e-cursus. Het dashboard toont de schoolresultaten vergeleken met die van Vlaanderen en met vergelijkbare scholen. De e-cursus biedt niet alleen ondersteuning bij het raadplegen en interpreteren van de eigen toetsresultaten maar ook bij het inzetten van die resultaten in functie van schoolontwikkeling. De Vlaamse toetsen zijn immers bedoeld om scholen te ondersteunen bij het realiseren van krachtig onderwijs voor alle leerlingen.