De prijs van de voedseltransitie: eiwitshift kan veeteelt pijn doen

Investeringen in de veeteelt dreigen economisch waardeloos te worden wanneer de consumptie van dierlijke producten echt begint te dalen. Als er tot die tijd lustig verder geïnvesteerd wordt, dreigen miljarden euro's verloren te gaan. Dat blijkt uit een toonaangevende nieuwe studie.

Minder vlees en dierlijke producten eten, dat is – zoals we inmiddels weten – belangrijk voor het milieu en onze gezondheid. Ook de Vlaamse regering wil ons met haar ‘eiwitshift’ in die richting bewegen. Alleen gaat dat traag. Zo halen we vandaag nog maar 42,6 procent van onze eiwitten uit plantaardige voeding. Het streefdoel van de overheid is om die verhouding om te keren: zestig procent plantaardig tegen 2030.

In september zette het beleid een tandje bij met een campagne die zich richt naar scholen, jeugdbewegingen en sportclubs. Maar niet alleen de consument, ook de landbouw is betrokken partij. ‘Wanneer het voedingspatroon verandert, creëert dat kansen voor landbouwers en verwerkers zoals bijvoorbeeld via nieuwe teelten’, zo gaf Kristof Rubens, beleidsadviseur bij het Departement Omgeving, er een positieve draai aan.

Champignons kweken

Een veeboer die net een fortuin heeft gestoken in een hypermoderne melkmachine, zal niet staan te springen voor de transitie naar meer plantaardige voeding. Zo zijn er nog wel meer investeringen in de veeteelt die economisch waardeloos dreigen te worden wanneer de consumptie van dierlijke producten echt begint te dalen. Een recente studie in Nature Food plakt daar voor het eerst een cijfer op: in de EU kunnen die stranded assets oplopen van 61 miljard euro (bij een daling van 9,5 procent) tot 260 miljard. In dat laatste geval zou er helemaal geen veeteelt meer zijn op het continent, iets waar niemand op aanstuurt.

Het is duidelijk dat er ook voor onze landbouwers veel op het spel staat. De Nederlandse onderzoeker Anniek Kortleve, hoofdauteur van de Nature-studie, deelt met ons de Belgische cijfers – die net als de Europese gebaseerd zijn op data van de Food and Agriculture Organisation (FAO) en de Europese Commissie. Als de consumptie van vlees en zuivel nog maar met 9,5 procent afneemt, dreigt al een vijfde van het totaal aan vaste activa in de veesector verloren te gaan, ter waarde van 1,3 miljard euro. Het gaat daarbij om gebouwen, machines en fokdieren – voor veeteelt maar ook onrechtstreeks voor de productie van veevoeder. 

Landbouwgrond laten de onderzoekers buiten beschouwing: die kan relatief makkelijk een andere bestemming krijgen. Natuurlijk zijn ook andere activa niet zomaar verloren: sommige gebouwen zouden anders ingericht kunnen worden. Kortleve geeft het voorbeeld van enorme veestallen in de VS die omgebouwd werden om er champignons in te kweken. Maar als gevolg van de hoogtechnologische evolutie in de landbouw is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Als de consumptie van vlees en zuivel nog maar met 9,5 procent afneemt, dreigt al een vijfde van het totaal aan vaste activa in de veesector verloren te gaan, ter waarde van 1,3 miljard euro

‘Het concept van stranded assets is ruim bekend in de sector van de fossiele energie. Daar zien we dat de omvang van die mogelijke verliezen bij betrokken bedrijven vaak leidt tot fel verzet tegen het klimaatbeleid en de energietransitie. Ook in de landbouw kan het probleem van stranded assets een rem zetten op de transitie, daarom vinden we het zo belangrijk om die in kaart te brengen’, legt Kortleve uit.
Het voordeel om te kijken naar stranded assets is dat je die kunt plannen – in tegenstelling tot de gevolgen van extreem weer die nu al de landbouw teisteren. Zo bedraagt in de landbouw de gemiddelde afschrijftijd voor een investering tien jaar. Door daar nu al mee te beginnen kunnen we over tien jaar al heel wat verder staan in de omschakeling van de landbouw, is de redenering.

Uit de studie, die ook een uitsplitsing per sector maakt, blijkt dat het grootste risico voor waardeverlies bij de zuivelindustrie zit. Daar hebben ze niet alleen vee maar ook grote gebouwen en bijvoorbeeld dure melkmachines. Eigenlijk is dat niet zo verrassend, merkt Kortleve op, ‘als je kijkt naar de lange keten van een pak melk versus die van een blik bonen’. Maar het is een waarschuwing voor België en Nederland, waar miljoenen koeien grazen.

Meer dierlijke productie?

Erwin Wauters, expert bij het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), vindt de kwantificering in de Nature-studie een solide basis. Wel merkt hij op dat de auteurs voor hun berekening enkele aannames moesten doen. ‘Ze gaan er bijvoorbeeld van uit dat een daling van de consumptie zich een-op-een vertaalt in een daling van de productie. Het is maar de vraag of dit zo is, en zelfs of dit zo zou moeten zijn.’

‘Sommige wetenschappers stellen voor om in Vlaanderen en andere gebieden in Europa juist meer dierlijke eiwitten te produceren en te exporteren, omdat onze veeteelt efficiënter is en dus een lagere klimaatimpact heeft dan elders in de wereld. Dat scenario houdt dan weer geen rekening met biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling in Vlaanderen als gevolg van stikstof – zaken die, in tegenstelling tot klimaatverandering, een veel lokaler probleem zijn.’

Veggie-alternatieven blijven nodig om ons minder vlees en dierlijke producten te doen eten.

Wauters is voor ILVO betrokken bij het Europese ENFASYS-project, dat kijkt naar de lock-ins die boeren beletten om over te stappen naar duurzamere voedselsystemen. Hij vertelt dat er in een van de focusgroepen een interessante suggestie werd gedaan: ‘VLIF-steun (uit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds met Europese subsidies, red.) wordt altijd gebruikt voor nieuwe investeringen. Waarom zouden we die steun niet kunnen gebruiken om te desinvesteren?’

VLIF-steun heeft in het verleden al geholpen om de landbouw duurzamer te maken, maar heeft volgens Wauters ook de totale investeringen ‘opgepompt’. Hij vindt het een tikje ironisch dat zulke investeringen ‘met de beste bedoelingen’ waardeloos dreigen te worden als er een transitie komt. ‘Een logische aanbeveling op basis van de studie zou zijn dat we de schaal van investeringen in dierlijke productie niet meer laten oplopen – door kritisch te kijken naar wat Vlaanderen en de EU nog zouden subsidiëren, of op andere manieren ondersteunen, en wat niet. Tegelijk willen we niet elke investering ontmoedigen. Voor de veeteelt kan ik me voorstellen dat investeringen die bijvoorbeeld de luchtkwaliteit of het dierenwelzijn bevorderen, nodig blijven.’

Er vloeit jaarlijks samengeteld meer dan vijftig miljard euro als Europese subsidies naar de landbouw, het merendeel naar de veeteelt. Uit een nieuw rapport van de organisatie Foodrise blijkt zelfs dat er in 2020 tien keer meer geld uit de pot bestemd was voor de productie van vlees en zuivel dan voor de groente- en fruitteelt.

Gemiste kans

Professor Joost Dessein van de Vakgroep Landbouweconomie aan de UGent, begrijpt de discussie rond stranded assets goed. ‘Dat gaat ook over het spanningsveld tussen wat op lange termijn nodig is, en de gevolgen op korte termijn voor bepaalde boeren. Dat valt heel moeilijk op te lossen. De lange termijn wordt makkelijk vergeten. Wat we vandaag vooral zien is symptoombestrijding, hier en daar een beetje bijsturen. We hebben een weinig moedige overheid op dat vlak.’

Hij verwijst naar de visie-oefening (2030-2050) die de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) doet op vraag van landbouwminister Jo Brouns (CD&V). ‘Dit is eigenlijk de landbouwsector die een analyse maakt over zichzelf. En hoewel we daar in Vlaanderen anders over lijken te denken, blijkt uit onderzoek dat zelfregulering niet werkt.’

‘Men doet alsof die Landbouwvisie 2050 losstaat van de bredere samenleving. Terwijl dit zou moeten gaan over welk voedselsysteem we willen.’ Een gemiste kans, vindt Dessein.

Het grootste risico voor waardeverlies zit bij de zuivelindustrie. Niet zo verrassend ‘als je kijkt naar de lange keten van een pak melk versus die van een blik bonen’

In de discussie over de eiwitshift in Vlaanderen hoor je vaak: de consument wil niet mee. Maar de crux van het probleem zit volgens Dessein niet bij de consumenten, maar bij het beleid: ‘Daar moeten duidelijke keuzes gemaakt worden. Maar dat gebeurt niet.’

De Nature-studie baseert zich voor haar scenario’s op de rapporten van de commissie EAT-Lancet, die als de referentie geldt voor een gezond voedingspatroon op maat van de planeet en het klimaat. Lees: een dieet met meer groente, fruit, granen, peulvruchten en noten, en slechts bescheiden hoeveelheden vis, vlees en zuivel. Van rood vlees zou je bijvoorbeeld nog maar vijftien gram per dag mogen eten, een klein lapje per week.

Joost Dessein vindt het werk van EAT-Lancet enorm waardevol. ‘De update van 2025 heeft ook een component van sociale rechtvaardigheid. Ons westers dieet mag niet ten koste gaan van anderen. Maar het maakt ook het belang van de eiwitshift wetenschappelijk hard, met een duidelijke richting. Alleen: het zal niet makkelijk worden.’


Gerelateerde artikels

Het groene goud van de toekomst
Dit is een artikel van: Wetenschap Uitgedokterd

Het groene goud van de toekomst

Waarom noemen wetenschappers microalgen wel eens 'het groene goud'? Wel, naast biobrandstoffen en astronautenvoeding kan je er ook zonnecrème mee maken. Zo bevatten deze kleine algen bevatten die hen beschermen tegen zonlicht, wat ook voor de mens van pas kan komen. Helaas maken ze van nature te weinig van die stofjes aan. Elke Vereecke (ILVO - UGent - FWO) onderzoekt hoe we microalgen kunnen telen boordevol van die zonlichtwerende stofjes. Ontdek in deze video hoe ze dat doet!

Drinkwaterbronnen aan de monitor
Dit is een artikel van: Wetenschap Uitgedokterd

Drinkwaterbronnen aan de monitor

Uit onze kranen stroomt schoon en drinkbaar water, maar waar komt dat eigenlijk vandaan?

"In Vlaanderen winnen we ons drinkwater uit diverse ruwwaterbronnen, zoals ondergrondse reserves, kanalen en rivieren. Dit water wordt vervolgens grondig gezuiverd door drinkwatermaatschappijen, zodat het veilig is voor consumptie," legt VITO-onderzoeker Joni Dehaspe uit. "Wij monitoren de kwaliteit van de ruwwaterbronnen continu met sensoren. Zo kunnen we bij ernstige vervuiling, zoals een lozing door een bedrijf, snel ingrijpen. Dankzij geavanceerde computermodellen kunnen we zelfs voorspellingen doen over de gevolgen van vervuiling of langdurige droogte. Zo beheren en beschermen we onze kostbare watervoorraden met behulp van sensoren en data."