Dierentuinen als collateral damage in oorlogstijd

Olifanten die verdoofd worden om explosies niet te horen. Kamelen en emoes die gedood worden door granaten. De oorlog in Oekraïne heeft niet alleen een impact op mensen. Wat zijn de gevolgen voor dieren, en hoe ging het eraan toe in dierentuinen tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Beeld: Een emoe doolt door het verwoeste ecopark in Yasnohorodka, 40 kilometer ten noorden van Kiev.

Vlak na de inval van Rusland op 24 februari besloten vijftig medewerkers van de zoo van Kiev in de dierentuin te blijven. Sommigen namen hun familieleden mee. Het leven gaat er sindsdien zo goed mogelijk verder, alleen zijn er geen bezoekers. Tijdens bombardementen vluchten de mensen in de schuilkelders onder het vogelhuis en het aquarium.

De dieren kunnen niet weg. Ze schrikken op van het luchtalarm, de granaatontploffingen en beschietingen. Daarom krijgt de zeventienjarige Aziatische olifant Horace iedere nacht gezelschap van een van de verzorgers. Als hij gestrest raakt, krijgt hij fruit en praten ze tegen hem. Soms verdoven ze het dier, schreef The Washington Post in een reportage.

De gruwelijkheden van een oorlog meten we vaak af aan het aantal mensen dat gedood of ontheemd is. Maar ook dieren hebben flink te lijden. Dieren in het wild sterven door bombardementen of verliezen hun leefgebied. Huisdieren blijven noodgedwongen achter. Dieren in gevangenschap kunnen nergens heen. Die situatie gaat vandaag op voor Oekraïne, maar geldt voor zowat elke oorlog.

Credit: Tamzak

Strategisch gebied

Zodra steden veranderen in oorlogsgebied, raken dierentuinen in het conflict betrokken. Dikwijls liggen ze op een plek die gunstig is voor de oorlogsvoering. Het Ouwehands Dierenpark in de Nederlandse stad Rhenen ligt op de Grebbeberg; tijdens de Tweede Wereldoorlog een militair strategisch gebied. En tijdens de Slag om Arnhem lag ­Burgers’ Zoo in de vuurlinie tussen de Duitsers en de geallieerden. De bommen en granaten vlogen letterlijk over het park.

Dierentuinen worden vaak centraal in de stad aangebouwd. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog lag de Rotterdamse Diergaarde (nu Diergaarde Blijdorp) aan het spoor, op de plek waar nu het centraal station is. Ook de Zoo van Antwerpen ligt vlak naast het station. De dierenparken waren geen militair doelwit, maar de nabijgelegen sporen en stations wel.

‘Met de kerst van 1944 kwamen de Duitsers in Arnhem vele kippen, eenden, fazanten en duiven vorderen voor hun feestmaal’

Ook als ze geen bommen en granaten opvangen, krijgen dierentuinen met allerlei problemen te maken. Op dit moment trekken de parken in Oekraïne geen bezoekers en hebben ze dus ook geen inkomsten. Verschillende dierentuinen, zoals de Mykolaiv Zoo in het zuiden van het land, vragen de bevolking om e-tickets te kopen en op die manier het park te steunen. De Europese vereniging van dierentuinen en aquaria (EAZA) begon onlangs een inzamelactie voor de Oekraïense collega’s. Op 22 april stond de teller op bijna 1,2 miljoen euro.

Tijdens de Duitse bezetting tussen 1940 en 1945 bleven veel Nederlandse dierentuinen gewoon open. Heel wat dagelijkse bezigheden konden doorgaan, en tussen alle somberte door had de bevolking behoefte aan een verzetje. ‘Naar het strand konden ze niet. Dat hielden de Duitsers bezet voor als de Engelsen zouden aanvallen. Maar de treinen reden gewoon, dus ze maakten uitstapjes naar bijvoorbeeld dierentuinen’, vertelt Bas Lukkenaar van Burgers’ Zoo.

‘Tot aan de coronapandemie was Burgers’ Zoo nog nooit een dag dicht geweest’, zegt Lukkenaar. ‘De hele oorlog was het park gewoon open, zelfs in de winter van 1944-‘45. De mensen bleven ook komen – met uitzondering van die laatste winter.’

In 1943 beleefde Ouwehands Dieren­park wat bezoekersaantallen betreft zelfs zijn meest succesvolle jaar sinds de oprichting elf jaar eerder. En in Rotterdam kochten in dat jaar 825.560 mensen een kaartje om naar Diergaarde Blijdorp te gaan.

Burgers’ Zoo in Arnhem, april 1945. Britse soldaten leveren vers water aan voor de ijsbeerpopulatie in de dierentuin.

Paard in een sloot, bizons op het perron

De gesloten Oekraïense dierentuinen kunnen met het ingezamelde geld van EAZA voedsel en medicijnen kopen maar ook eventuele evacuaties bekostigen. De organisatie laat weten dat het dierentuinen tot nu toe nog lukt om aan voldoende eten te komen. Als ze iets niet kunnen krijgen, zijn andere parken dichtbij de Oekraïense grens, zoals in Warschau, vaak bereid het op te sturen.

De vraag is hoe lang dat nog goed gaat. Veel dieren hebben verse groenten nodig en die zijn moeilijker te krijgen in oorlogstijd. Een Aziatische olifant eet al gauw 150 kilo voedsel per dag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de giraffen, antilopen en herten in Diergaarde Blijdorp op een dieet van gestoomde aardappels gezet, die in kuilen rondom de stad lagen opgeslagen. Ook afgekeurd voedsel, zoals bonen en havermout, ging naar de dierentuin.

Maar naarmate de oorlog vorderde, werd het steeds moeilijker om aan voldoende voedsel te komen. De Duitsers haalden alles wat eetbaar is van de boerderijen en uit de woonhuizen. Toen daar niets meer te halen viel, kwamen ze steeds vaker in de dierentuinen kijken. Geregeld gingen er beesten vermist. ‘Met de kerst van 1944 kwamen de Duitsers in Arnhem vele kippen, eenden, fazanten en duiven vorderen voor hun feestmaal’, zegt Lukkenaar.

Zodra steden veranderen in oorlogsgebied, raken dierentuinen in het conflict betrokken

Vooral voldoende vlees vinden voor de roofdieren bleek een zware opdracht. Kort nadat de bezetting begonnen was hadden de parken van Rotterdam, Antwerpen en Rhenen al nauwelijks roofdieren meer. De Nederlandse en Belgische legerleidingen waren bang dat de dierenverblijven bij beschietingen of bombardementen werden geraakt, en het risico dat de tijgers en leeuwen daarna door de stad zouden lopen was te groot. Vele katachtigen en beren werden daarom gedood.

In de oorlogsjaren die volgden kocht Ouwehands Dierenpark nieuwe roofdieren aan, maar in 1944 vonden de Duitse militairen, net als de Nederlanders een paar jaar eerder, dat de dieren dood moesten.

In Burgers’ Zoo bleven de roofdieren leven. Reinier van Hooff, de schoonzoon van oprichter Johan Burgers, runde met zijn vrouw ­Lucie Burgers de dierentuin. ‘Reinier maakte een geïmproviseerde witte vlag van een oud hemd en trok daarmee de omliggende weilanden in, op zoek naar kadavers van paarden en koeien’, zegt Lukkenaar. ‘Alleen zo kon hij de roofdieren eten geven. De Duitsers verklaarden hem gek, het was levensgevaarlijk.’

Overigens was het geen gekke gedachte van de militairen dat dieren weleens konden ontsnappen. Nederland was vijf dagen in oorlog met de Duitsers, van de inval op 10 mei in Rotterdam tot de overgave op 14 mei na een groot bombardement. Daarna volgde de vijfjarige bezetting.

Bij een bominslag op 12 mei werden twee zeeleeuwen uit Blijdorp uit hun bassin getild door de kracht van de explosie. Ze vlogen door de lucht en belandden in de nabijgelegen singel. 

Het bombardement op 14 mei veroorzaakte een vuurzee waardoor de oppassers in Blijdorp de deuren van de hokken openden om de dieren in veiligheid te brengen. De volgende dag sprong er een hert rond in de binnenstad, een przewalskipaard was in een sloot beland en de bizons stonden met verschroeide ruggen op het perron van station Delftse Poort.

Trauma

Overvliegende vliegtuigen, ontploffingen, langssuizende raketten: een oorlog brengt veel lawaai met zich mee. Dat is niet zonder gevolg voor dierentuinbewoners. ‘De eerste reactie van dieren is om te vluchten’, zegt gedragsbioloog Claudia Vinke van de Universiteit Utrecht. ‘Daarbij kunnen de dieren zichzelf verwonden doordat ze tegen de hekken oplopen.’ Bij de zebra’s in de zoo van Kiev gebeurde dat al.

‘Als vluchten niets uithaalt, is een dier extra gevoelig voor het oplopen van een mentaal trauma. Vluchtdieren als antilopen en zebra’s zijn sowieso al snel angstig. Zij zijn waarschijnlijk het kwetsbaarst.’

Vinke verwacht dat meerdere Oekraïense dieren een posttraumatische stressstoornis zullen overhouden aan de oorlog. ‘Dieren kunnen door vuurwerk al getraumatiseerd raken. Oorlogsgeluid – dikwijls gekoppeld aan lichtflitsen en bevingen – is nog vele malen erger.’ Zo’n stoornis uit zich op dezelfde manier als bij mensen, legt de bioloog uit. ‘Je loopt het op door een bepaalde prikkel, bijvoorbeeld geluid. Die prikkel zal vanaf dan altijd weer een hevige reactie oproepen, zelfs als er geen onmiddellijke gevolgen meer aan verbonden zijn, zoals pijn.’

De aandoening kan een leven lang blijven en zelfs verergeren. ‘Ze kan veralgemenen. Dat betekent dat ook andere prikkels de reactie kunnen opwekken. Het is heel moeilijk te behandelen.’

Ook tijdens de oorlog blijft directeur Kyrylo Trantin op post in de Kiev Zoo. Hij verzorgt er onder meer de twee jaar oude lemuu

Opmerkelijke evacuatie

Voor sommige dieren lijkt evacuatie de beste optie. ‘Oekraïense dierentuinen hebben ons niet om hulp gevraagd om dieren te verplaatsen. We weten wel dat twee parken inmiddels dieren hebben geëvacueerd’, laat EAZA weten.

‘De XII Months Zoo in de buurt van Kiev werd enige tijd omringd door Russische troepen. Het Feldman Ecopark bij Kharkiv is tijdens de invasie op verschillende tijdstippen door bombardementen getroffen. Die beide dierentuinen besloten gebruik te maken van een korte periode van rust en evacueerden enkele dieren’, aldus EAZA. De organisatie geeft aan niet te weten om welke soorten het gaat.

In het Vlaamse Natuurhulpcentrum van Oudsbergen kwamen op 8 maart twee leeuwen aan die geëvacueerd werden uit Kiev. De tweelingmannetjes Tsaar en Jamil, geboren in januari 2021, zouden eigenlijk in mei naar België worden overgebracht. De Oekraïense autoriteiten hadden hen in beslag genomen van particuliere eigenaren die hen hadden mishandeld, meldt persbureau Reuters.

Door de Russische invasie moest de overdracht ineens veel eerder plaatsvinden. De dieren verbleven in Kiev en hadden veel last van stress door het oorlogsgeweld. Ook liepen ze verwondingen op doordat ze tegen hun kooien sprongen.

Een van twee uit Kiev geëvacueerde leeuwen wordt overgebracht naar een nieuw verblijf in het Natuurhulp-centrum van Oudsbergen.

Op de Grebbeberg voltrok zich begin 1945 een opmerkelijke evacuatie. Toen de laatste verzorgers van Ouwehands het park moesten verlaten – het gebied eromheen was al maanden geëvacueerd – vertrokken ze niet alleen. Ze laadden een kar vol met voedsel en vogels in kooien en namen zoveel mogelijk dieren loslopend mee. De olifanten moesten ze achterlaten met het laatste voedsel.

Zo vertrokken de verzorgers met een stoet waterbuffels, schapen, pony’s, kamelen en lama’s richting Veenendaal, hopend dat ze een nieuwe verblijfsplek zouden vinden. Uiteindelijk streken ze met vijftig dieren neer op een particulier landgoed, waar ze de oorlog uitzaten. Toen de verzorgers nadien terugkeerden naar de dierentuin, troffen ze er de olifanten dood aan.

Evacuaties kunnen een grote impact hebben. Zelfs onder normale omstandigheden is het niet eenvoudig om dieren te verplaatsen. Het transport kan negatieve gevolgen hebben voor het welzijn, schrijft wetenschapper Samantha Ward van Nottingham Trent University in een stuk voor The Conversation. Dieren kunnen tijdens het vervoer uitdrogen, vermoeid raken, er kunnen gedragsveranderingen optreden en ze kunnen stress ervaren.

Gedragsbioloog Vinke beaamt dat. ‘Transport is voor ieder dier een ramp, zelfs gezelschapsdieren vinden het al akelig. Normaal gesproken trainen verzorgers dieren om bijvoorbeeld te wennen aan de transportkist, maar daar is onder deze omstandigheden natuurlijk geen tijd voor.’

Onderzoek heeft ook aangetoond dat dieren relaties aangaan met hun verzorgers. Als dieren naar nieuwe locaties worden verplaatst en daar hun verzorgers moeten missen, kan dat tot veel stress leiden, schrijft Ward. ‘Als het enigszins te doen is, zou ik de dieren op hun vertrouwde plek laten blijven en de oorlog daar laten uitzitten’, zegt Vinke.

Vermoorde verzorgers

Dat vraagt veel van de verzorgers. Die blijven, zoals in de dierentuin van Kiev, ter plekke, met gevaar voor eigen leven. Op 22 april berichtte EAZA dat twee lichamen waren gevonden in het Feldman Ecopark. De dierenverzorgers waren vermoord door Russische bezettingstroepen. ‘Deze medelevende en toegewijde mensen kozen ervoor om te blijven om voor de dieren te zorgen, ondanks de gevaren voor hun veiligheid’, schrijft EAZA. ‘Geen van de doden in het Feldman Ecopark had enige connectie met de oorlog.’

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen slachtoffers onder de verzorgers. Lukkenaar: ‘Twee verzorgers die in Burgers’ Zoo bleven om voor de dieren te zorgen werden gedood door een granaat.’

De verzorgers moeten naarmate een oorlog vordert soms lastige beslissingen maken. Vlucht je en neem je dieren mee, zoals in Rhenen? Blijf je doorzoeken naar voedsel tussen de bominslagen door, zoals in Arnhem? Of moet je op een gegeven moment zelfs besluiten dat dieren laten inslapen het beste is dat je kan doen? Vinke: ‘Het lijkt me een verschrikkelijk dilemma.’

Meer weten over dierentuinen in oorlogstijden? Lees het boek Een aap op de wc. Een dierentuin in oorlogstijd van Joukje Akveld over Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, of bekijk de aflevering ‘Ouwehands Dierenpark’ van het tv-programma Andere Tijden.