Maan beïnvloedt aardbevingen niet

17 januari 2018 door DDC

Komen er meer aardbevingen voor tijdens bepaalde maanstanden of periodes in het jaar? Dat blijkt een mythe.

 

Soms lijken zware aardbevingen vaker voor te komen tijdens bepaalde maanstanden of in bepaalde periodes in het jaar. Dat is louter toeval, besluiten wetenschappers in Seismological Research Letters.

De onderzoekers keken wanneer 204 aardbevingen met een kracht van acht of meer op de schaal van Richter zich voordeden en wat op dat moment de positie van de aarde ten opzichte van de maan en de zon was.  Daarvoor gingen ze tot in de 17de eeuw terug. Om groepering van bevingen om andere redenen te vermijden, beperkten de wetenschappers  zich tot zware bevingen. Lichtere bevingen zijn namelijk vaker een naschok van een zwaardere.

Hoewel de aardbevingen soms gegroepeerd leken voor te komen, bleek dat louter op toeval te berusten. Wanneer de wetenschappers de data van de bevingen willekeurig door elkaar haalden, leverde dat soortgelijke patronen op. Zoals je ook wel eens een paar keer na elkaar een zes gooit bij het dobbelen, aldus de onderzoekers.

Jaar van de aardbeving?

Dat er een verband zou zijn tussen de maancyclus en aardbevingen is zo gek nog niet, zegt geoloog Manuel Sintubin (KU Leuven). Niet alleen water, maar ook de vaste aarde ondergaat getijden. Dat wekte uiterst kleine getijdespanningen op in de aardkorst. Als een breuk kritisch gespannen staat, dan kan zon klein extraatje voldoende zijn om een beving te veroorzaken. Maar daar blijkt dus geen systematiek in te zitten. Als het gebeurt, is het zuiver toeval.

Zelfs het hoogste aantal aardbevingen dat op één dag voorkwam, maar liefst 16, bleek louter toeval. De bevingen kwamen er bovendien zeven dagen na nieuwe maan, net wanneer de getijdenkracht zwak is. Een verband met de maancyclus houdt in dit geval dus geen steek, besluiten de onderzoekers.

Aardbevingen blijken echter niet helemaal willekeurig voor te komen, merkt Sintubin op. Hij verwijst naar een vorig jaar gepubliceerde studie die een verband vond met fluctuaties in de rotatiesnelheid van de aarde, die zich voordoen in periodes van ongeveer dertig jaar. Periodes met een trage rotatiesnelheid vallen samen met piekperiodes van gesynchroniseerde zware aardbevingen, zegt Sintubin. Tijdens zon periode komen meer zware aardbevingen voor dan gemiddeld: 2 à 3 bovenop het gemiddelde van 15.

Op dit moment staan we aan het begin van zon periode met vertraagde rotatiesnelheid. 2018 werd daarom al uitgeroepen tot het jaar van de aardbeving. Overdreven, verduidelijkte Sintubin eerder al in een blog. Het wordt geen rampjaar. Maar als de wetenschappers gelijk hebben, is de kans op een zware beving de komende vijf jaar wel iets groter dan normaal.