Tijd dringt voor Vlaamse wetlands

Drie kwart van de Vlaamse natte natuur is de voorbije halve eeuw door de intensivering van de landbouw en verstedelijking verloren gegaan. De toenemende droogte door klimaatverandering zet de rest onder druk. Mogelijkheden tot gedeeltelijk herstel zijn er, maar die zijn dan weer nefast voor de landbouw.

Het gaat niet goed met de Vlaamse natte natuur, zoals natte graslanden, moerassen, vennen, natte heide en broekbossen. ‘Ooit was Vlaanderen een van de meest waterrijke gebieden in West-Europa’, zegt Kris Decleer van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. ‘Maar de mens probeert al sinds de middeleeuwen natte gebieden zo veel mogelijk droog te leggen. Hoeveel natte natuur precies verdwenen is, weten we niet goed. Maar voor de laatste halve eeuw hebben we wel cijfers.’

Sinds de jaren 1950 en 1960 gingen bijna 180.000 hectare of 75 procent van onze wetlands verloren. Zo’n 68.000 hectare blijft over. 37.000 hectare van de natte natuur is verdwenen door verstedelijking, maar het grootste deel door intensievere landbouw (ongeveer 142.000 hectare). Ondergrondse buisdrainage, drainagesloten, pompen, grondwaterwinning en verminderde infiltratie door onder andere bodemverharding hebben zo veengebieden en andere waterrijke natuurgebieden drooggelegd en op vele plaatsen omgezet in productieve landbouwgrond en weiland.

Op die manier verdween ook een strook natte kustpolders van bijna 40.000 hectare tussen Knokke en De Panne, zo vertelt Natuurpunt-
veteraan John Van Gompel. Hij getuigt over hoe deze natuur er in de vorige eeuw uitzag: ‘Ik heb de kustpolders in mijn jeugd nog gekend als één groot nat grasland. In de winter stonden die volledig onder water. De graslanden vielen droog in het voorjaar, soms pas in de zomer. Naast een paar kleine stukjes overgebleven natuur zien we dat de rest drooggelegd werd om er akkers en productief soortenarm grasland van te maken.’

Van Gompel leidt ons rond in de Uitkerkse Polder, een van die overgebleven stukken natte natuur aan de kust. Het 1.400 ha grote natuurgebied ligt net buiten Blankenberge en vormt een Habitat- en Vogelrichtlijngebied (dit zijn richtlijnen van de Europese Unie die aangeven welke soorten en welke typen natuurgebieden beschermd moeten worden door de lidstaten, red.). In de winter strijken duizenden ganzen neer om te overwinteren in het met plassen en grachten doorspekte landschap. In het voorjaar broeden hier verschillende zeldzame soorten weidevogels, zoals de grutto, de tureluur en de veldleeuwerik. Ons bezoek viel juist tussen deze twee periodes in, zodat we beide situaties konden meepikken.

‘De Uitkerkse Polder is een onvervangbaar broedbiotoop voor deze vogels’, zegt Van Gompel. ‘Maar de laatste jaren gaan de populaties sterk achteruit. Klimaatopwarming zorgt voor een bijkomende verdroging, in die mate dat het ook voor de landbouw problematisch wordt. Plassen drogen in het voorjaar sneller op en verzilting wordt een steeds groter probleem.’

Naast vogels herbergt de Uitkerkse Polder ook unieke soorten zilte vegetaties, zoals de kortarige zeekraal, zeeaster en kweldergrassen. ‘Ze lijken op schorrevegetaties, maar zijn toch niet helemaal hetzelfde’, legt Van Gompel uit. ‘In heel Europa bestaan maar enkele tientallen hectares van dergelijke binnendijkse zilte vegetaties.’

Opkrikken van grondwaterstanden

Natte landschappen zoals de Uitkerkse Polder spelen een belangrijke rol als habitat voor unieke soorten dieren en plantenvegetatie. ‘Ongeveer de helft van de bedreigde fauna en flora in Vlaanderen is afhankelijk van natte natuur’, zegt Decleer. Om die te behouden, moet het landschap in de eerste plaats natter worden. ‘Hydrologisch herstel komt bijna altijd neer op het opkrikken van de grondwaterstanden’, zegt Erwin De Meyer, beleidsmedewerker Water bij het Agentschap voor Natuur en Bos. ‘Die liggen momenteel vaak te laag voor heel wat natte vegetaties.’

‘Natte natuur levert ook tal van ecosysteemdiensten aan de samenleving. Denk aan koolstofopslag, buffering tegen overstromingen en droogte, waterzuivering en recreatie’, aldus Decleer. ‘Het herstel van natte natuur is dus zowel een doel op zich om de biodiversiteit te herstellen, als een middel voor het bereiken van andere beleidsdoelstellingen zoals klimaatmitigatie (maatregelen die de omvang of snelheid van de opwarming van de aarde beperken, red.) en –adaptatie en waterberging’, zegt De Meyer. ‘Het herstel van wetlands kan de waterhuishouding in een regio verbeteren.’

Er is nood aan meer buffercapaciteit voor water in ons landschap om drogere periodes te overbruggen en piekregens op te vangen. Natte natuur kan dienen als een spons om water vast te houden. ‘Verschillende types natte vegetatie kunnen in mindere of meerdere mate water vasthouden’, zegt De Meyer. ‘Intacte veengebieden zijn hierin kampioen.’ Hoe langer water op een bepaalde plek blijft, hoe meer tijd het ook heeft om te infiltreren in de bodem. Dit komt uiteindelijk de grondwaterstand ten goede, met alle voordelen van dien voor vegetaties die daarvan afhangen.

Veengebieden spelen ook een belangrijke rol in de strijd tegen klimaatverandering. ‘Intacte veengebieden hebben een grote capaciteit om koolstof op te slaan in de bodem’, vervolgt De Meyer. ‘Actief veen neemt C02 op uit de lucht en slaat die als koolstof in de bodem op.’

Veen is wel een van de meest veeleisende types natte natuur. Zo goed als heel het jaar door moet het grondwater tegen het maaiveld staan, anders droogt het veen uit en wordt de opgeslagen koolstof weer omgezet in CO2 dat weer vrijkomt in de atmosfeer. Verdrogend veen is dan ook een belangrijke bron van broeikasgassen volgens De Meyer. Andere types natte vegetatie kunnen ook, maar in mindere mate, koolstof opslaan.

De Uitkerkse Polder is een broedbiotoop voor zeldzame vogels, zoals de grutto. Credit: Bigstock

In het kader van beleidsplannen om meer ruimte te geven aan rivieren, zoals het geactualiseerde Sigmaplan (plan dat sinds 2005 natte natuur ontwikkelt, door overstromingsgebieden aan te leggen waarbij het ritme van eb en vloed wordt nagebootst, red.), wordt er natte natuur aangelegd. Aangelegde overstromingsgebieden herbergen verschillende types natte natuur, afhankelijk van hoe vaak en hoe lang een plek onder water staat. ‘Dit was de eerste keer dat we op zo’n schaal getijdennatuur hebben aangelegd’, zegt De Meyer. ‘We hebben er dan ook veel uit geleerd voor volgende projecten.’

Minder pompen

Sowieso moet een gebied nat genoeg zijn om de ontwikkeling van vochtige tot natte vegetaties mogelijk te maken. In de meeste gevallen moet de grondwaterstand hoger staan dan momenteel het geval is om een verschil te kunnen maken voor bedreigde natte natuur. Meerdere ingrepen zijn mogelijk om dit te bereiken.

In een polder of watering wordt water weggepompt om het grondwaterpeil laag te houden zodat er aan intensieve landbouw gedaan kan worden. Stop je daar met pompen, dan komt het grondwater op een natuurlijke manier terug omhoog.

Een netwerk van grachten maakt dat op vele plaatsen in Vlaanderen hemelwater te snel afstroomt naar de grotere stromen en vervolgens naar zee. Hierdoor kan dat hemelwater niet infiltreren in de bodem en het grondwater aanvullen. ‘We zetten schotjes of kleine stuwtjes in de grachten om het water tegen te houden’, zegt De Meyer. ‘We maken de grachten ook minder diep zodat ze minder draineren. Waar mogelijk dempen we de drainagegrachten helemaal of leiden we ze om het natuurgebied heen.’

Een andere methode om een perceel te vernatten, is de toplaag van de bodem weg te graven. Zo komt het maaiveld dichter bij het grondwaterpeil. ‘Omdat je die afgegraven grond ergens kwijt moet, is dit een erg dure maatregel. We kunnen dus niet overal zomaar à volonté percelen afgraven’, zegt De Meyer.

Microreliëf met groot effect

Natuurpunt heeft de Uitkerkse Polder stelselmatig uitgebreid door de aankoop van landbouwpercelen. ‘We hebben zo bijna zevenhonderd hectare aangekocht en ongeveer zestig hectare akkers opnieuw omgezet in grasland’, zegt Van Gompel. ‘De terreinen worden nog steeds door landbouwers gebruikt. Zij hebben een gebruiksovereenkomst gesloten met Natuurpunt’, zegt Decleer.

Sommige percelen werden in het verleden opgehoogd met onder andere bouwafval. Waar mogelijk werden de percelen afgegraven om het microreliëf van de graslanden te herstellen. Het microreliëf bestaat uit ondiepe greppels en poelen die zorgen voor een waterrijk landschap en het gevolg zijn van vroegere turfwinning in de polder.

Er is nood aan meer buffercapaciteit voor water in ons landschap om drogere periodes te overbruggen en piekregens op te vangen

In het gebied van de Uitkerkse Polder werd aan het begin van de vorige eeuw ook klei gedolven. Van Gompel toont ons een brede put die het resultaat is van die kleiwinning. Water blijft in deze plas voor een lange tijd op peil, en wordt nog aangevuld door een kleine pomp die stroom krijgt van een zonnepaneel. ‘We hebben achttien van die pompen verspreid over het natuurgebied, maar die kunnen maar 36 hectare plassen nat houden’, verduidelijkt Van Gompel.

De Uitkerkse Polder is eigenlijk het resultaat van honderden jaren interactie tussen natuur en mens. Vroeger lag hier een slikken- en schorrengebied, maar naarmate de middeleeuwse mens meer land won op het water, evolueerde dit naar een nat polderlandschap. De plassen en geultjes die het landschap verzadigen met water, zijn het resultaat van klei- en turfwinning.

Natuurherstel kost geld

Momenteel staan er verschillende projecten in de steigers om natte natuur te herstellen, aan te leggen of te beschermen, of zijn ze al een tijdje aan de gang. Geld daarvoor komt onder andere van de Vlaamse overheid. ‘Droogtebestrijding en waterbeheer, waar natte natuur een onderdeel van vormt, staan nu volop in de belangstelling’, zegt De Meyer. ‘Investeren in vernatting verdient zich op termijn ook terug’, zegt Decleer.

De Blue Deal is een plan van de Vlaamse overheid om de negatieve gevolgen van de toenemende droogte zoveel mogelijk te bestrijden. Naast maatregelen zoals ontharding en het verminderen van watergebruik krijgt het herstel van natte natuur een prominente plaats toebedeeld. Natte natuur fungeert immers als een spons: het houdt water lang vast en geeft die ook weer trager vrij.

De Vlaamse overheid is via het Klimaatadaptatieplan van plan om tegen 2030 20.000 hectare natte natuur te herstellen of significant te verbeteren. Er zou veel meer mogelijk zijn op het vlak van wetlandherstel in Vlaanderen: volgens onderzoek van Kris Decleer samen met andere Vlaamse wetenschappers zou tot 147.000 ha natte natuur die de voorbije halve eeuw verdween, hersteld kunnen worden. ‘Tot 50.000 hectare daarvan bevindt zich al binnen zones die een vorm van natuurbescherming genieten’, aldus Decleer. ‘Een volgende regering zou dit als insteek kunnen nemen voor een meer ambitieus plan voor het herstel van wetlands’, merkt De Meyer op.

Wat met de landbouw?

Daar veel landbouwgebieden gevormd zijn uit drooggelegde natte natuur, lijkt het logisch dat bij het herstel van wetlands een conflict kan optreden met de landbouw. Herstel van een hydrologisch systeem moet daarom op landschapsschaal worden aangepakt. Een stijging van het grondwaterpeil in een natuurgebied kan dus vooral in vlakke gebieden gevolgen hebben voor de landbouwers.

PEILIMPACT is een onderzoeksproject van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedselonderzoek om de impact van een stijging van het grondwaterpeil op akkerbouw in te schatten. ‘We hebben een tool ontwikkeld die rekening houdt met de complexe interactie tussen bodem, gewas, klimaat en grondwaterpeil’, zegt Sarah Garré, een van de betrokken onderzoekers.

Een hoog grondwaterpeil kan voor sommige gewassen negatief zijn. Maar het project toonde aan dat het complexer is dan dat. ‘Als klimaatverandering in de toekomst zorgt voor droogtes, kan een hoger grondwaterniveau op dat moment net goed zijn voor de landbouw’, zegt Garré. Omgekeerd, als het veel regent, mag de bodem ook niet te nat zijn of planten krijgen niet meer voldoende zuurstof om te groeien. Ook het inzaaien of oogsten wordt moeilijk als het te nat is. Garré stelt dat in landbouwgebieden dynamisch waterbeheer de toekomst is. ‘We moeten kunnen inspelen op de omstandigheden. De pompen stoppen als het te droog is, en deze opstarten als het te veel regent.’

Volgens Garré gebeurt een dergelijk dynamisch waterbeheer het best in samenspraak met zowel de boeren als de natuurbeheerders. Door een balans te zoeken tussen landbouw en natuur, en het waterpeil te monitoren doorheen het jaar, kunnen er volgens haar meer kansen gecreëerd worden om natte natuur aan te leggen, maar ook voldoende ruimte te houden voor landbouw in Vlaanderen.

Veel winst kan al geboekt worden met het herstel van natte graslanden uit akkerland in overstromingsgebieden. Die natte graslanden zijn ook nog bruikbaar voor landbouwers. Die kunnen zelf proactief maatregelen nemen op perceelsniveau om meer water in de bodem vast te houden. Zo kunnen ze stuwtjes plaatsen om de drainage door grachten te stoppen of te vertragen, of ze kunnen houtsnippers inwerken. Toch is het moeilijk om als individuele landgebruiker een grote impact te hebben op de vochtigheidsgraad van je grond, omdat je afhankelijk bent van wat de andere landgebruikers doen.

Polderconflicten

Ook de overgebleven stukken natte natuur, zoals de Uitkerkse Polder, zijn afhankelijk van hoe landbouwers in de omgeving omgaan met de watertoestand. Verschillende drainagegrachten gaan zo bijvoorbeeld van de landbouwpercelen naar een centrale vaart die ook door het natuurgebied stroomt. ‘Die grachten zijn dan ook nog eens te diep gegraven, waardoor er te veel water wegstroomt’, zegt Van Gompel. ‘Het oppervlaktewaterpeil is te laag waardoor de plassen sneller verdwijnen.’

In principe is er ook een waterbeheersovereenkomst tussen Natuurpunt en de landbouwers in de omgeving, maar de samenwerking loopt niet van een leien dakje. ‘Het polderbestuur is bevoegd voor het waterbeheer in de Uitkerkse Polder, maar werkt enkel vanuit het belang van de landbouw’, klaagt Van Gompel aan. ‘Zij houden het grondwaterpeil te laag voor natte natuur, waardoor deze unieke natte natuur dreigt te verdwijnen. Het lukt ons niet om tot een akkoord te komen om het grondwaterpeil te verhogen.’

Dit artikel verscheen eerder in Eos Wetenschap.