Eos Blogs

Verkapte karper en gemixte paling: hoe maken we ons waterbeheer visvriendelijker?

De pompen die overtollig water over onze dijken pompen, sleuren alles wat in het water leeft mee. Ook vissen draaien erdoor, zoals fruit in een mixer. Dat gebeurt elke dag. Hoog tijd om ons af te vragen hoe het visvriendelijker kan.

Mijn zoontje van vijf doet niets liever dan spelen met water: schuifjes opendoen, sluizen vullen met water, aan het waterrad draaien. Wat voor hem een leuk spelletje is, verschilt niet zoveel van wat waterbeheerders in ons land dagelijks doen. Zij besturen kleine en grote stuwen, sluizen, terugslagkleppen en pompen, en regelen zo continu het waterniveau in onze beken, rivieren en kanalen. Daardoor kunnen we aan landbouw doen, schepen laten varen en houden we onze voeten droog in tijden van watersnood. Spelen met water is dus niet alleen leuk, maar best ook onmisbaar.

Toch heeft het ook een heel donkere kant. Veel pompen in ons land zijn uitgerust met schroeven die de vissen in stukjes hakken of minstens zwaar verwonden. In ons land zouden ze naar schatting één derde van de palingsterfte per dag veroorzaken. Een ongezonde smoothie voor de natuur. Het stelt me gerust dat mijn zoontje zich niet bewust is van deze gruwelijke massacre, wanneer hij gezapig verder draait aan de radjes en schuifjes van zijn AquaPlay. Maar als hij later waterbeheerder wil worden, dan ga ik hem toch eerst grondig inlichten.

Wat is een pompstation en waar moet het voor dienen?

Een pompstation is een gebouw dat waterpompen bevat. Die pompen verplaatsen water van de ene naar de andere beek of rivier. We bouwen en gebruiken ze op natte plaatsen die we willen verdrogen om er bijvoorbeeld aan landbouw te doen. Dat kunnen sloten en plaatsen zijn die lager liggen dan het omliggende land, of beekjes die uitmonden in getijdenrivieren.

Pompstation Spiedam (Foto David Buysse; INBO).
Getijdenrivieren

Getijdenrivieren zijn rivieren die onder invloed staan van de getijden van de zee. Het water in deze rivieren stijgt en daalt twee keer per etmaal. Een sloot die water naar een getijdenrivier afvoert mag dus niet in open verbinding staan met de rivier als we willen dat het land naast de rivier ook bij hoog tij droog blijft. Om het water van de sloot toch af te voeren moeten we het vervolgens over de afsluiting pompen. De Schelde is ons mooiste voorbeeld van een getijdenrivier. Veel van de poldergebieden langs haar dijken worden drooggemaakt door sloten en pompstations.

Motoren van de pompen in een pompstation (Foto David Buysse; INBO).

De Vlaamse pompstations

Vlaanderen alleen heeft 182 pompstations. Deze zorgen samen voor een geschatte jaarlijkse slachting van tussen de 0,5 en 1,5 ton paling en andere vissoorten. Ze zijn niet allemaal even schadelijk, en slechts 27 van de 182 pompstations zorgen uiteindelijk voor 60% van die totale slachting. Wetenschappers schatten dat de andere pompstations minder schadelijk zijn, maar er zijn er wel veel van. De getallen zijn alleen ruwe schattingen op basis van algemene berekeningen van de productie van vissen per hectare waterloop. Want de precieze schadelijkheid zouden wetenschappers case per case in het veld moeten vaststellen.

Zijn alle pompstations even schadelijk?

De schadelijkheid hangt af van het aantal pompen, het type pompen en hoe vaak we ze gebruiken. De meest bepalende factor is meestal het type van de pomp. Er zijn algemeen vier types:

  • Schroefpompen
  • Centrifugaalpompen
  • Dompelpompen
  • Vijzelpompen

Ongeveer de helft van de 182 pompen in Vlaanderen zijn schroefpompen, nog eens 20% zijn centrifugaal pompen en de overige 25% zijn dompel of vijzelpompen. De schroefpompen zijn de echte vissen mixers en zijn dus doorgaans zeer schadelijk voor vissen.

Een schroef uit een gemaal (Foto David Buysse; INBO).

Tenminste, dat is wat onderzoek ons al leerde, maar eigenlijk weten we nog maar weinig over de schadelijkheid van de verschillende types pompen. Dat is best spijtig, gezien de ernst van de zaak en omdat een oplossing wel eens relatief simpel zou kunnen zijn. Maar niet getreurd, Vlaamse wetenschappers halen hun expertise uit de kast om dit zaakjes verder helder te krijgen: ‘ambtenaren in lieslaarzen to the rescue’.

Onderzoek naar de schadelijkheid van de pompen

Onderzoekers van het Instituut voor natuur- en bosonderzoek (INBO) onderzoeken de schadelijkheid van pompen door vissen die door de pompen draaiden onder de spreekwoordelijke loep te nemen. De onderzoekers bouwen de meest gekke vangstconstructies om die vissen te vangen. Vervolgens inspecteren ze de toestand en de wonden van de dieren.

In het ergste geval zijn de vissen onthoofd of in stukjes gekapt. Ook bloedingen, kneuzingen, snijwonden, beschadigde vinnen en schubverlies komen voor. Bij de meest visveilige pomp types blijft zulke zware schade en sterfte beperkt tot minder dan 5% van alle onderzochte vissen. Maar helaas zijn er ook pompen die bijna alle vissen in mootjes kappen.

Met hun onderzoek bewezen de wetenschappers alvast dat schroefpompen echte vissenmixers zijn. Vissen die door vijzelpompen reizen zouden er dan weer levendiger en ongeschonden vanaf komen. De inzichten in de schadelijkheid gaan ook verder dan het type pomp alleen. Zo ontdekten de onderzoekers dat de pompen niet voor alle vissoorten even schadelijk of veilig zijn.

De verschillen kunnen zo extreem zijn dat palingen vlot een zeker type schroefpomp wisten te passeren terwijl alle karpers er in mootjes uitkwamen. De lichaamsvorm en het gedrag van de vissen zou daar volgens de onderzoekers een rol in kunnen spelen. Dat moeten ze nog verder onderzoeken in toekomstige studies. Ze hebben nog veel werk voor de boeg. Want ook het effect van de besturing van de pompen is nog onduidelijk. En zodra ingenieurs met oplossingen komen, moeten wetenschappers die oplossingen in real life testen.

Droge voeten én een rijk visbestand?

Of we ooit water zullen kunnen wegpompen uit onze laag gelegen gebieden zonder daarbij de natuur schade te berokkenen valt te betwijfelen. Maar we kunnen de huidige impact zeker sterk terugdringen. Tenminste, dat kan als wetenschappers technologen en beleidsmakers de handen in elkaar slaan.

Technologen maken werk van het verder verfijnen van het ontwerp van de pompen. Ze streven naar pompen die zo efficiënt mogelijk water verpompen zonder daarbij vissen te schaden. Zo pasten ze al de vorm aan van de eerste rand van de schoepen van schroef-, centrifugaal- en vijzelpompen. Dat is de rand die de vissen het eerst tegenkomen wanneer ze door de pomp draaien. Wetenschappers hadden namelijk het sterke vermoeden dat sommige vissen gewond raken door een slag van die rand als deze loodrecht op de as van de pomp staat.

Waar precies in de pomp de vissen gewond raken bestuderen de onderzoekers nu verder met sensoren die gemaakt werden door experten van de Universiteit van Tallin. Zij ontwikkelden tubes van het hardste plastiek in de wereld die meten hoe de druk verandert tijdens de doortocht door een pomp en het pompgebouw, en waar precies een slag wordt toegediend. De onderzoekers ontdekten recent dat ook in het pompgebouw zelf de sensoren een slag toegediend krijgen op plaatsen waar het water ruw heen- en weer schudt of aan hoge snelheid door bochtige buizen gestuwd wordt.

Waterbeheerders kunnen de nieuwe inzichten gebruiken om pompen in de toekomst veiliger te maken voor vis. Ze kunnen pompen die versleten zijn vervangen door de nieuwste visveiligere pomptypes van technologen. Nieuwe pompstations kunnen ze meteen van bij start visveiliger ontwerpen. En als een pomp niet vervangen kan of mag worden, dan kunnen de beheerders de pomp anders bedienen zodat ze minder schadelijk wordt.

Ook landbouwers, polderbesturen en omwonenden kunnen mee aan de visveilige kar trekken door samen te bekijken welke pompstations doorheen de tijd overbodig werden om de polders en landerijen droog te houden, en of het water in periodes van het jaar niet op een natuurlijke manier naar zee kan vloeien.

Eén iets is zeker: er vloeit best niet teveel water meer naar zee voordat we dit schadelijke tij keren , want onder het wateroppervlak tikt de klok vijf na twaalf voor wat ooit een rijk en gezond visbestand was.