Wolven onder druk: hoe monitoring hun toekomst in Europa bepaalt

In heel Europa groeit de wolvenpopulatie, maar ook de weerstand. Tussen de cijfers, de politiek en het publiek debat dreigt de wetenschap ondergesneeuwd te raken. Een nauwkeurige opvolging van de dieren is cruciaal, niet alleen om ze te tellen, maar ook om te begrijpen hoe bescherming werkt.

Beeld: Shutterstock

Op een koude winterdag arriveert Nuka in het opvangcentrum van The Wolf Conservation Association in het zuidoosten van België. De jonge wolf was vier maanden oud toen hij alleen aangetroffen werd in Beieren. Wat er met zijn roedel gebeurde, dat weet niemand. Zelfs in Duitsland, bekend om zijn strikte natuurmonitoring, kunnen dieren verdwijnen zonder spoor. Het toont aan hoe cruciaal betrouwbare monitoring is. Want zonder harde gegevens over aantallen en oorzaken van sterfte blijft bescherming een gok.

Toch vormt die onzekerheid een scherp contrast met het bredere succesverhaal van de soort. De wolf geldt immers als het grootste herstelproject van de Europese natuurbescherming. In 2023 werd de populatie geschat op zo’n 23.000 dieren, een stijging van 35 procent sinds 2016. Vooral in Centraal-Europa en de Alpen groeiden de aantallen spectaculair. Biologen spreken van ecologisch herstel, maar op het platteland groeit de weerstand. Voor veehouders en jagers is de terugkeer van de wolf niet zozeer een ecologische, maar wel een economische en politieke kwestie.

Ook in Vlaanderen laait de discussie rond de terugkeer van de wolf weer op. Zowel minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) als minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (CD&V) pleiten voor meer ‘flexibiliteit’ in het beheer, terwijl het aantal dieren nog beperkt blijft. Wolvin Emma zwerft in het grensgebied van de Kalmthoutse Heide, en de Limburgse Noëlla vormt samen met haar welpen de bekendste roedel van Vlaanderen. Vader Maurice overleefde vermoedelijk een aanval op een springpaard niet. Maar de zeven welpen zijn, voor zover bekend, in goede gezondheid. Dat weten we dankzij de systematische opvolging door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).

Waarom tellen telt

Sinds de EU de beschermingsstatus van de wolf verlaagde van strikt beschermd naar beschermd, kreeg monitoring een nieuwe strategische betekenis. Niet langer gaat het enkel om ecologische kennis, maar om bestuurlijke macht: wie de cijfers aanlevert, bepaalt de grenzen van het beheer en dus indirect ook van de jacht.

Die data worden systematisch verzameld en gerapporteerd. Om de zes jaar moeten de lidstaten hun natuurgegevens aan de Europese Commissie bezorgen. Ze vormen de wetenschappelijke basis voor het State of Nature-rapport, opgesteld door het Europees Milieuagentschap. België en Nederland werken daarvoor samen binnen CEwolf, een netwerk van wetenschappelijke instellingen dat sinds 2015 de genetische monitoring van de Centraal-Europese wolvenpopulatie harmoniseert. In Vlaanderen voert het INBO de opvolging uit, in Wallonië de Universiteit van Luik.

Opvallend genoeg monitoren landen met kleine populaties vaak zorgvuldiger dan regio’s met duizenden dieren
Elke van de negen Oostenrijkse deelstaten hanteert eigen regels. Die versnippering maakt het onmogelijk om tot één nationaal overzicht van het aantal aanwezige wolven te komen. Credit: Imageselect.

Het monitoringsjaar loopt van 1 mei tot 30 april. Daarna publiceert het INBO een rapport met tabellen en verspreidingskaarten die tonen waar wolven zich vestigen en hoe hun populatie evolueert. Dankzij cameravallen, DNA-analyses en sporenonderzoek ontstaat zo een steeds scherper beeld van de Vlaamse wolven.  

DNA als kompas

Binnen CEwolf worden DNA-analyses gestandaardiseerd, ringtesten uitgevoerd en genetische gegevens uitgewisseld tussen laboratoria in Duitsland, Oostenrijk, Polen, Luxemburg, Denemarken en de Benelux. Die samenwerking zorgt ervoor dat genetische data betrouwbaar en vergelijkbaar zijn, en populaties als één samenhangend geheel kunnen worden beheerd. De gezamenlijke rapportage levert bovendien essentiële informatie voor EU-rapporten.

Toch loopt de aanlevering van data niet altijd vlot. Voor de editie van 2026 van het State of Nature-rapport dienden niet alle landen hun cijfers op tijd in. Zelfs Duitsland, dat nochtans deel uitmaakt van CEwolf en vaak als voorbeeld wordt aangehaald, liet op zich wachten. Een maand na de deadline verklaarde Berlijn dat de wolvenpopulatie zich in een gunstige staat van instandhouding bevindt, wat de deur opent naar gereguleerde jacht.

Natuurorganisaties vinden die conclusie voorbarig: ‘Een gunstige staat van instandhouding kan pas worden aangenomen wanneer het merendeel van de geschikte leefgebieden is gekoloniseerd. Dat is allerminst het geval; echte verspreiding bestaat alleen in grote delen van Saksen, Brandenburg, Saksen-Anhalt en Nedersaksen.’

Duitsland gidsland?

In Duitsland valt natuurbeheer onder de verantwoordelijkheid van de deelstaten of Länder, die zelf gegevens verzamelen. Elk jaar komen de verantwoordelijken samen om waarnemingen te valideren, dubbels te vermijden en grensoverschrijdende roedels te herzien. De resultaten verschijnen op het nationale wolvenportaal.

Net als België en Nederland gebruikt Duitsland het Europese raster van tien bij tien kilometer voor de monitoring. Een rastercel geldt als ‘bezet’ zodra er minstens één hard bewijs (C1, zoals DNA of een camerabeeld) of drie bevestigde waarnemingen (C2) zijn geregistreerd. Onbevestigde meldingen (C3) worden niet meegeteld, maar blijven onderwerp van verder onderzoek. Op basis van roedels, geurmerkende paren en solitaire dieren wordt de populatie jaarlijks ingeschat. De meest recente telling meldt 219 roedels, goed voor ongeveer 1.600 wolven in Duitsland. Het land geldt daarmee niet alleen als toonbeeld van succesvolle terugkeer, maar ook als waarschuwend voorbeeld van hoe snel bescherming onder druk kan komen te staan zodra het beleid versoepelt.

Wolven­monitoring is als een legpuzzel, waarbij cameravalbeelden, DNA-analyses, meldingen van burgers en observaties van wildwachters gecombineerd worden. Credit: Roobert Bayer

Dode hoeken in de data

In buurland Oostenrijk ligt dat anders. Daar is de staat van instandhouding allesbehalve gunstig, maar de jacht op wolven wordt steeds vaker gedoogd. Onder het motto schießen, schaufeln, schweigen (schieten, begraven, zwijgen) kwamen in drie jaar tijd minstens 45 wolven om. Volgens professor Kurt Kotrschal (Universiteit van Wenen) wint de jacht snel terrein als doodsoorzaak, naast rivaliserende roedels en verkeer. ‘Het probleem is dat elke van de negen deelstaten eigen regels hanteert. Die versnippering maakt het bijna onmogelijk om tot één nationaal overzicht van het aantal aanwezige wolven te komen.’

Om dat te verhelpen werd het Österreichzentrum Bär Wolf Luchs (ÖZ) opgericht, dat gegevens verzamelt, kuddebeschermingshonden certificeert en internationale samenwerking coördineert. Toch leverde Oostenrijk voor het komende State of Nature-rapport nog geen volledige dataset aan, officieel wegens ‘technische problemen’.

‘Veel mensen denken dat de jacht opnieuw legaal is’, waarschuwt Kotrschal. ‘Maar zolang we niet eens weten hoeveel wolven er zijn, kunnen we onmogelijk spreken van een gunstige staat van instandhouding.’ Oostenrijk telt momenteel slechts drie voortplantende roedels. Vooral in de Alpenregio is de wolf niet welkom, waar illegaal afschot doorgaans onbestraft blijft.

Juridische lat

Hoewel de beschermingsstatus in de EU werd verlaagd, blijft de wolf beschermd onder de Habitatrichtlijn en de Conventie van Bern. Dat betekent dat de soort haar gunstige staat van instandhouding moet behouden. Wat ‘gunstig’ precies betekent, blijft voer voor discussie. Grote roofdieren leven immers in lage dichtheden, trekken over grote afstanden en negeren landsgrenzen.

Volgens het Hof van Justitie van de EU betekent een gunstige staat dat een soort duurzaam aanwezig is en haar ecologische rol vervult, los van economische belangen. Bij twijfel geldt het voorzorgsbeginsel: in dubio pro natura. Ofwel, bij twijfel kiest men voor de natuur.

Zonder harde gegevens over aantallen en oorzaken van sterfte blijft bescherming een gok

De Centraal-Europese wolvenpopulatie, gemonitord door CEwolf, maakt deel uit van een groter netwerk. De Karpaten en Dinarische Alpen herbergen elk meer dan drieduizend wolven, Italië heeft de grootste populatie, en in Frankrijk leven er naar schatting 1.100. Daartussen ligt Zwitserland, geen EU-lidstaat, maar wel een belangrijke factor in de dynamiek van de Europese populatie.

Legpuzzel van de Alpen

De Zwitserse populatie groeide in enkele jaren van minder dan honderd dieren tot 320 individuen in 39 roedels. De toename leidde tot spanningen tussen jagers, herders en boeren, waarna de overheid in december 2023 de jachtverordening versoepelde. Sindsdien is preventief afschot van volledige roedels toegestaan, zogezegd om veeschade te beperken. ‘Een vorm van preventief afschot houdt in dat een deel van de pups uit een roedel wordt gedood’, zegt Sven Buchmann van het onderzoekscentrum KORA (Carnivore Ecology and Wildlife Management). Samen met het verwijderen van complete roedels zijn dit de middelen die Zwitserland inzet voor het beheer van de wolvenpopulatie.

Onderzoek van het Institut für Wildbiologie und Jagdwirtschaft toont aan dat het doden van welpen de Duitse populatie alvast sterk onder druk zet. Een toename van de welpensterfte van vijftig naar 76 procent is al genoeg om de groei te doen kantelen. Bij veertig procent sterfte onder jonge dieren en dertig procent bij volwassen dieren raakt de populatie zelfs structureel uit balans. Dit onderstreept hoe essentieel zorgvuldige monitoring is voor een duurzaam beheer van de soort.

‘Wolvenmonitoring is als een legpuzzel’, zegt Buchmann. ‘We combineren cameravalbeelden, DNA-analyses, meldingen van burgers en observaties van wildwachters om één samenhangend beeld te vormen.’ Anders dan binnen CEwolf gebruikt Zwitserland eigen genetische methoden, waardoor uitwisseling van data met buurlanden lastig blijft.

Sleutelrol van genetisch onderzoek

Cameravallen blijven cruciaal om aanwezigheid en voortplanting vast te stellen, maar individuele herkenning is zelden mogelijk, benadrukt Buchmann. ‘Daarom is genetische monitoring zo belangrijk: haren, uitwerpselen en prooiresten worden geanalyseerd om verwantschappen en roedelstructuren te bepalen. Al neemt dat proces vaak meer tijd in beslag dan beleidsmakers willen. Juist daarom blijft het noodzakelijk om ook andere informatiebronnen te blijven integreren.’

De uitvoering van de Zwitserse monitoring ligt bij de kantons, terwijl het Federale Bureau voor Milieu (BAFU) instaat voor de nationale coördinatie. Lokale wildbeheerdiensten plaatsen cameravallen, verzamelen DNA-stalen en evalueren de situatie in hun regio. In kleinere kantons vallen jacht, visserij en bosbeheer vaak onder één administratie. Jagers leveren informatie aan, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de overheid, die samenwerkt met wetenschappelijke instellingen en internationale onderzoeksnetwerken.

In Oostenrijk wordt de jacht op wolven steeds vaker gedoogd. De jacht wint snel terrein als doodsoorzaak, naast rivaliserende roedels en verkeer. Credit: Imageselect.

In Oostenrijk ligt dat anders, zegt Kotrschal: ‘Ongeveer 120.000 Oostenrijkers, ofwel één procent van de totale bevolking heeft een jachtvergunning. Deze kleine groep heeft een buitenproportionele invloed op het natuurbeleid. Veel mensen denken dat jagers de natuur beheren, maar in werkelijkheid draait het vaak om een jachtindustrie. Hun politieke macht maakt hervormingen bijzonder moeilijk.’

Cijfers en sentiment

Volgens de Europese Commissie worden er jaarlijks 65.500 landbouwdieren gedood door wolven in de EU. Dat cijfer voedt het politieke debat, maar zegt weinig over de bredere ecologische realiteit. Wat wel duidelijk is: wolven passen zich opmerkelijk goed aan. Ze leven in gebieden met gemiddeld 38 inwoners per km², dichter bevolkt dan veel natuurparken buiten Europa. Ze delen hun leefgebied met landbouw, infrastructuur en menselijke activiteit. Precies daarom is betrouwbare monitoring onmisbaar, niet alleen om aantallen te kennen, maar ook om gedrag, genetische diversiteit en interacties met mensen te begrijpen.

Een recente studie toonde aan dat in 21 van de 34 onderzochte landen wolven systematisch worden gemonitord, terwijl elders de opvolging versnipperd blijft. Opvallend genoeg monitoren landen met kleine populaties vaak zorgvuldiger dan regio’s met duizenden dieren.

Lessen uit het verleden

De wolf is daarmee uitgegroeid tot een beproeving voor het Europese natuurbeleid. Zijn terugkeer geldt als een zeldzaam succes, maar zonder degelijke data blijft dat succes broos. Het verhaal van Nuka herinnert eraan dat bescherming niet stopt bij cijfers of DNA-stalen: monitoring is geen administratieve verplichting, maar een kompas voor beleid.

Zolang Europa zijn data ernstig neemt, kan de wolf blijven wat hij is: een icoon van wilde natuur én een graadmeter voor de geloofwaardigheid van het Europese natuurbeleid. Maar steeds vaker lijkt hij opnieuw het slachtoffer van politiek opportunisme te worden. En dat doet vermoeden dat Europa weinig heeft geleerd sinds het dit dier ooit uit zijn eigen landschap verdreef.