Het wiskundeonderwijs moet anders

Veel van de misverstanden, vooroordelen en angsten over wiskunde ontstaan op de lagere en middelbare school, zegt Giovanni Samaey (KU Leuven). Hij pleit voor een verandering in het wiskundeonderwijs.

Voor velen staat wiskunde zonder meer gelijk aan werken met getallen en is het studeren de tijd en moeite niet waard. Voor anderen houdt de discipline verband met een bepaalde angst. Wiskunde is voorbehouden voor enkelingen met een bijzonder talent, een ‘wiskundeknobbel’ die zij niet hebben. 

De oorsprong van die misvattingen voert terug naar het onderwijs, schrijft wiskundedocent Giovanni Samaey (KU Leuven) in Eos. Volgens hem is niemand gebaat bij de tempotoetsen, wedstrijdjes ‘tafelkampioen’ of ellenlange lijsten van steeds dezelfde oefeningen die leerlingen daar nog vaak krijgen voorgeschoteld. Ze vervelen de sterke individuen en frustreren de zwakke. Het vak moet anders worden georganiseerd.

Samaey staat een groeimentaliteit voor, waarbij leerlingen open vragen krijgen die gemakkelijk te begrijpen zijn, maar wel enig denkwerk vragen om op te lossen. Leerlingen treden in discussie met elkaar, vergelijken methodes en denken na over de beste strategie. Fouten maken mag; vaak zijn ze een waardevolle stap richting een oplossing.   

De praktijk die Samaey uitdraagt, voert terug op internationaal onderzoek. Onder meer de Britse Jo Boaler, een toonaangevende stem in wiskunde-educatie, pleit voor een didactiek met ‘lage ingang’ en een ‘hoog plafond’. Dat moet het enthousiasme en zelfvertrouwen van leerlingen aanzwengelen.

Lees het volledige artikel in Eos. te koop in de krantenwinkel of bij je thuis geleverd via www.tijdschriftenwinkel.be