Leuvense kosmoloog Georges Lemaître krijgt eerherstel

In ons land is de Leuvense kosmoloog en priester nooit een onbekende geweest. En eindelijk, meer dan negentig jaar na zijn ontdekking van het uitdijende heelal, leert ook het buitenland hem kennen. Als gelijke van Edwin Hubble.

In 1927 rekende Georges Lemaître een oplossing uit van Einsteins veldvergelijkingen die indruiste tegen de toen heersende intuïtie onder kosmologen, namelijk dat het heelal statisch was, dat dit altijd zo was geweest en altijd zo zou blijven. Het heelal van Lemaître – dat dus evengoed gehoorzaamde aan de algemene relativiteitstheorie – dijde echter uit. Bovendien kwam die uitdijing overeen met variaties in de snelheid van enkele sterrenstelsels, opgetekend door astronomen uit de dopplerverschuiving van het sterrenlicht.

Lemaître, die toen hoogleraar was aan de (unitaire) KU Leuven en er al een indrukwekkend internationaal onderzoeksparcours had opzitten, publiceerde zijn hypothese van het uitdijende heelal in Annales de la Société Scientifique de Bruxelles, een toentertijd prestigieus Franstalig vakblad. Toch veroorzaakte de publicatie weinig deining in de natuurkundige wereld, ook al was Brussel met de Solvay-conferenties toen het epicentrum van de theoretische natuurkunde. En dus kon de Amerikaanse astronoom Edwin Hubble twee jaar later hetzelfde idee nog eens publiceren, met meer succes. Sindsdien zegt de Wet van Hubble dat de snelheid waaraan twee sterrenstelsels zich van elkaar verwijderen (door de uitdijing), evenredig is met hun onderlinge afstand.

Na lang gedraal heeft de Internationale Astronomische Unie, dezelfde vereniging die in 2006 Pluto degradeerde tot dwergplaneet, gisteren dan toch beslist om de historische onzorgvuldigheid recht te zetten. Sinds gisteren is het de Wet van Hubble-Lemaître die de uitdijing van het universum beschrijft. Ruim negentig jaar na zijn publicatie krijgt de Leuvense kosmoloog dus eindelijk eerherstel.

Uit de uitdijing van het heelal volgt logischerwijze ook dat het universum een begin moet hebben gehad, een ‘punt’ in de tijdruimte waarin alle massa en energie lag vervat. Het was weer Georges Lemaître die dit idee van de oerknal uitwerkte in een later artikel, gepubliceerd in 1931.

In de verkiezingen van de grootste Belgische wetenschapper, georganiseerd door Eos in 2008 ter gelegenheid van onze 25ste verjaardag, eindigde Lemaître op de derde plaats, na Paul Janssen en Marc Van Montagu.

Lees hier de originele publicatie (in het Frans) van Georges Lemaître, uit 1927.