Eos Blogs

Wat de soundtrack van mensen in asielopvang ons vertelt

Ongeveer driekwart van de asielaanvragers verblijft in Belgische opvangcentra. Via een soundwalk, grafische partituren en protestsongs vertalen ze hun bed, bad en broodervaringen tot schrijnende, soms verrassend komische muzikale portretten.

Openingsfoto: Deze tekening van het gebouw en de tuin van het opvangcentrum was het vertrekpunt voor een muziekcompositie Vlamingstraat 55 nr.1.

Mohammed staat me op te wachten in de polyvalente ruimte van het opvangcentrum. Ik geef hem strookjes papier met vragen: Wat hoor je elke dag? Wat biedt je troost? Welk geluid stoort je? Niet veel later laat hij me alle hoeken van het opvangcentrum zien. Moeiteloos registreert hij met een audio-recorder geluiden uit zijn omgeving. Wat voor mij chaotisch klinkt, vormt voor Mohammed zijn dagelijkse ritme. Zijn geluiden zijn geen willekeurige achtergrond; ze verklanken wat het betekent om te leven in een niemandsland tussen vluchten en papieren. Door te luisteren naar Mohammeds wereld en die van andere bewoners ontdek ik hoe hun klanken verhalen vertellen die anders onzichtbaar blijven. 

Samen op soundwalk 

In de lange gang, ooit een koetshuis van een bourgeoisfamilie, laat Mohammed zijn nieuwe fietswiel draaien voor de klankopname. Hij bootst stampende voetstappen op trappen na, maar zijn kabaal is een peulschil van het werkelijke geluid dat de schoenen van de zestig bewoners in Vlamingstraat 55 maken. Hij slaat de voordeur met een klap dicht. Als we op straat staan, verklapt hij hoe hij ’s nachts naar buiten glipt en op de kerktrapjes tegenover het opvangcentrum gaat zitten. Als hij slapeloos blijft, luistert hij naar muziek en vertrouwt erop dat de papieren morgen wel zullen komen. 
     
In de stadstuin documenteert hij Brugse kathedraalklokken.  De klank van dit religieuze oriëntatiepunt doet hem denken aan de moskee in zijn geboortedorp, van waaruit de adhan de omgeving oproept tot gebed. Hij raakt niet uitgepraat over Cristiano Ronaldo. Hij reageert zich af op de boksbal, elke slag weliswaar in een keurig ritme, want, ah ja, voor de klankopname natuurlijk! 

In de collectieve keuken speelt hij met het microgolfdeurtje en ontlokt het typische piepje wanneer je snelle hap warm is. Hij morrelt aan het slot van een leger frigo’s, maar die geven geen kik. Hij houdt ervan voortdurend salam aleikum te zeggen, want dan zeg ik aleikum salam terug, en dat maakt hem blij. 

In de eetzaal, of zullen we zeggen wachtzaal, zitten mensen onderuitgezakt, even chillen van het eindeloos wachten. Mohammed registreert de dwingende polyfonie van hun YouTube-video’s die de volumeknop van de chaos naar het maximum brengen. De tv werkt niet, dus ze moeten ergens ontspanning vinden. De assistente van dienst is bereid om zijn troetelnaampje af te roepen door de intercom: Hamoudi, receptie, Hamoudi! Alles voor een klankopname! Na onze soundwalk zetten we deze geluiden om in een soundmap: Vlamingstraat 55 nr. 2. 

De soundmap (15’40-18’18) is te beluisteren in de eerste episode van de podcastreeks Bed, Bath, Bread & Beats. Deze episode handelt over The Scratch Band en hun muzikale werk.

Het opvangcentrum als grafische partituur

Getuigen via klank kan ook met grafische partituren. Enkele deelnemers schetsen hun tijdelijk verblijf. Mohammed drukt me op het hart: ‘dit is niet mijn thuis, mijn thuis is in Irak’. De tekening toont het statige herenhuis met huisnummer 55 en de stadstuin. Op basis daarvan componeren ze Vlamingstraat 55 nr. 1.

Ze verdelen de tekst op de tekening over de groep en bij elke lettergreep horen we wringende samenklanken van het begeleidende studentenbandje. Aan elk woord koppelen ze intonatie, en ze wagen zich zelfs aan een klanknabootsing van de inheemse, West-Vlaamse populatie:

 

Wel-kom in de Vla-ming STRAAAAAAAAT!  Vijf en Vijftig ACHT-DUI-ZEND ‘Brughe’

 

Daarna weiden ze uit over de stadstuin en voelen ze zich al echte Belgen door de lokale cuisine:

 

Mooie tuin: planten, bloemen, bomen. Lekker eten: altijd frietjes!

 

Met bodypercussie maken ze een ritme: borst borst klap; het publiek doet mee. Ze bedanken alle assistenten, want zonder hen zijn ze niets. Dank U, Els. Dank U Lisa.

Er moet hen toch iets van het hart:

 

Als ik een bloedneus heb, naar de receptie! Als ik kaakpijn heb, naar de receptie! Als ik voetpijn heb, naar de receptie!

 

Op komische wijze toont een deelnemer de getroffen lichaamsdelen, en de anderen verwijzen haar door naar het epicentrum van hun bestaan: het kantoortje van de assistenten. Een tikkende klok overspoelt de ruimte. Een van hen haalt een arbitersfluitje boven, een knipoog naar een assistent die tuk is op discipline en hen aanmaant om stil te zijn. Ze bedekken hun oren als de klok oorverdovend wordt. Tot slot bootsen ze vogelgeluiden na. Een van hen zegt:

 

Er zijn veel soorten vogels: speelvogels, vrije vogels, roofvogels. Vogels in een kooi kunnen alleen nog zingen: Welkom in de Vlamingstraat 55!

 

Geen PlayStation, maar papieren

Wanneer ik een cadeau voor een jarige wil kopen, vraag ik wat er op het verlanglijstje staat. Gewoon papieren alsjeblieft, hoor ik. Kort daarna schrijven we met een groepje een protestlied:

 

Iedereen is welkom in Brugge! Maakt niet uit wie je vriend is, maakt niet uit welke kleur je huid heeft, iedereen is welkom in Brugge! Iedereen is mooi. Heb respect voor oudere mensen. Wees lief tegen alle kinderen. Sla niemand. Zeg niet: je bent lelijk. Iedereen is mooi. Iedereen heeft rechten. Recht op een veilige thuis, een huis, een dak boven het hoofd. Recht op een knuffel, familie en vrienden. Denk je daar eens over na? Iedereen heeft rechten!

 

Op de tonen van een zeurend deuntje, marcheren ze met megafoons en protestborden, en vechten ze voor wat ze het liefste willen: voor eeuwig Bruggeling zijn. Ik wil hen graag een paspoort geven, maar kan helaas alleen muziek faciliteren. Ze laten hun muzikale protest - waar zelfs Thunberg nog een puntje aan kan zuigen - weerklinken in de kamermuziekzaal van Concertgebouw Brugge. Geen PlayStation als cadeau deze keer, maar wel op audiëntie bij een Brugse concertpubliek.

Deze composities tonen ons het potentieel van muzikale creatie en performance om moeilijke levensomstandigheden aan te kaarten en verandering te vragen. Dit kan onrechtstreekse kritiek zijn via een woordeloze soundmap als participanten zich hierbij veiliger voelen, of een met humor doorspekte songtekst via de omweg van een tekening.

Ervaringen delen in een muzikaal jasje levert dan een nieuwe, muzikale esthetiek. Het verstikkende crescendo naar een oorverdovend kabaal in de soundmap weerspiegelt wat zij dagelijks ervaren in zo’n centrum. Hun songteksten tonen hoe hun levens lijden onder de bureaucratische receptieregels van witte mannetjes in pakken. Deze soundtracks van het wachten wijzen ons in het Globale Noorden op onze privileges en de bijhorende mobiliteitsonrechtvaardigheid.

Gelukkig horen we ook veerkracht, spel en protest. Kwetsbaarheid is hier duidelijk geen inherente karakteristiek, maar opgelegd. Bovendien maken deze muzikale, belichaamde werkvormen het mogelijk dat participanten—ook zonder muzikale ervaring—tot een muzikaal eindproduct komen dat hun boodschap kracht bijzet.

Kortom, meer inzetten op participatieve muziekpraktijken in precaire contexten zoals collectieve asielopvang is geen overbodige luxe, maar faciliteert toegang tot een vorm van verzet voor mensen wiens verhalen onder de radar blijven. Al kunnen ze momenteel alleen maar zingen over de rechten die ze (nog) niet hebben.