We jagen zoals de beesten

06 januari 2014 door Eos-redactie

Afrikaanse jagers-verzamelaars blijken op dezelfde manier gebieden te verkennen als haaien, bijen of mosselen. En ook als je een pretpark bezoekt, volg je een vergelijkbaar bewegingspatroon.

Afrikaanse jagers-verzamelaars blijken op dezelfde manier gebieden te verkennen als haaien, bijen of mosselen. En ook als je een pretpark bezoekt, volg je een vergelijkbaar bewegingspatroon.

Volgens de Lévy walk, genoemd naar de Franse wiskundige Paul Lévy, verkent een dier eerst een bepaald gebied met kleine stapjes. Van zodra dat gebied volledig ‘opgebruikt’ is, maakt het dier een grotere stap naar een nieuw gebied – dat op zijn beurt ook weer volledig uitgekiend wordt. Het opvallende bewegingspatroon werd in 1999 voor het eerst wetenschappelijk beschreven bij jagende albatrossen.

Het Lévy-patroon blijkt de meest efficiëntie wijze te zijn om op zoek te gaan naar voedsel, of om een veilige verblijfplaats te vinden. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat onder meer haaien, pinguïns en bijen op die manier foerageren. Mosselen gebruiken de Lévy walk dan weer om zichzelf in veiligheid te brengen door ‘klompjes’ te vormen met soortgenoten.

In het hele dierenrijk

Voor het eerst hebben wetenschappers aangetoond dat ook mensen die Lévy-vlucht kennen. Meer bepaald de Hadza-stam uit Tanzania, een van de laatste grote jagervolkeren van Afrika. Antropologen van de University of Arizona volgden de Hadza-mannen tijdens hun jacht. Daarvoor moesten 44 van de jagers gps-horloges dragen. Het onderzoek wees uit dat de Lévy walk ook bij de Hadza het dominante patroon is.

‘Daarmee is aangetoond dat zulke patronen het resultaat zijn van algemene foerageerstrategieën, die in het hele dierenrijk terugkeren’, zegt Brian Wood, coauteur van de studie, gepubliceerd in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Pretparken

De gemiddelde mens hoeft tegenwoordig geen ingewikkelde jachtstrategieën meer uit te tekenen om aan eten te geraken: een bezoekje aan de lokale supermarkt volstaat. Maar niet alleen bij de zoektocht naar voedsel of een veilig onderkomen is de Lévy walk alomtegenwoordig, zo blijkt. Onderzoek heeft uitgewezen dat ook mensen die door een pretpark kuieren op een soortgelijke wijze het gebied verkennen.

Daarnaast helpt de Lévy walk ook om stedelijke ontwikkeling te voorspellen. Zo gebruiken stadsplanners de theorie soms om locaties voor nieuwe gsm-masten uit te kiezen.

De antropologen hopen nu te achterhalen waar dat Lévy-patroon precies vandaan komt, en waarom het kennelijk zo verankerd zit in ons brein. ‘Zo kunnen we meer te weten komen over hoe onze vroegste voorouders zich verplaatsten.’ (adw)