Lichtende nachtwolken worden talrijker

14 april 2014 door EE

De toegenomen frequentie lijkt verband te houden met een daling van de temperatuur op grote hoogte in de atmosfeer.

Satellietonderzoek toont aan dat er steeds vaker lichtende nachtwolken ontstaan. De toegenomen frequentie lijkt verband te houden met een daling van de temperatuur op grote hoogte in de atmosfeer.

Lichtende nachtwolken zijn zilverachtige wolkenslierten laag boven de noordelijke horizon die nog oplichten als de zon allang onder is. Dit spookachtige verschijnsel is alleen waarneembaar als de zon niet ver onder de horizon zakt. Bij ons is dat in de periode mei-juli het geval.

Voor het ontstaan van lichtende nachtwolken zijn drie dingen nodig: zeer lage temperaturen, waterdamp en stofdeeltjes (afkomstig van meteorieten of van zware vulkaanuitbarstingen). De stofdeeltjes fungeren als kiemen waaraan de waterdamp kan vastvriezen.

De eerste waarnemingen van lichtende nachtwolken dateren van 1885. Aanvankelijk waren ze vrij zeldzaam en alleen waarneembaar op hoge breedtegraden, maar in de loop van de twintigste eeuw doken ze steeds vaker en ook op lagere geografische breedte op.

Wetenschappers hebben nu vastgesteld dat ook de gegevens van enkele satellieten, waaronder de in 2007 gelanceerde NASA-missie AIM, een toename van het aantal lichtende nachtwolken laten zien. Tegelijkertijd is op de hoogte waar de lichtende nachtwolken ontstaan – 75 tot 85 kilometer boven het aardoppervlak – de temperatuur gedaald.

Over de oorzaak van die daling bestaat nog veel onduidelijkheid. Vermoed wordt dat er een verband is met de enigszins veranderlijke hoeveelheid energie en warmte die de zon in de loop van haar 11-jarige activiteitscyclus uitzendt. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of die variabiliteit inderdaad de verklaring kan zijn voor de afkoeling die de hoge atmosfeer in de periode 2002-2011 heeft vertoond.

Lichtende nachtwolken boven Schotland, op 3 juli 2011. (Adrian Maricic)