De ASPIICS-coronagraaf aan boord van de Proba-3-missie van ESA onthult een wereld van activiteit in de corona.
De zonnecorona, de atmosfeer van de zon, is veel heter dan het zonne-oppervlak. Vanuit de corona stroomt continu plasma naar buiten: de zonnewind. De tragere component van deze wind is bijzonder raadselachtig: hij varieert sterk in snelheid, dichtheid en samenstelling.
Waar exact de trage zonnewind ontstaat in de binnenste corona is al decennialang onderwerp van discussie. Het binnenste deel van de zonnecorona observeren is dan ook moeilijk. Telescopen die de zon en haar lage corona in röntgenstraling en extreem ultraviolet licht waarnemen, kunnen meestal niet ver genoeg naar buiten kijken. Traditionele coronagrafen die de zonneschijf afschermen om de corona zichtbaar te maken, zien doorgaans de binnenste corona niet.
De Proba-3-missie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA maakt gebruik van een unieke techniek om deze leemte op te vullen. Twee ruimtevaartuigen vliegen op precies 144 meter afstand van elkaar. De ene satelliet draagt een schijf die het heldere zonsoppervlak afdekt, de andere een telescoop. Samen vormen ze een gigantische coronagraaf.
‘De eerste waarnemingen laten zien dat het gebied waar de langzame zonnewind ontstaat, vol zit met minuscule, vage, snel evoluerende plasmastructuren die naar buiten stromen, maar soms ook naar binnen, doorheen de corona’, zegt Andrei Zhukov, hoofdauteur van de studie. Deze bewegingen wijzen erop dat de zonnecorona op kleine schaal veel dynamischer is dan eerder waargenomen. Wetenschappers verwachten dat Proba-3 nog zal onthullen hoe de zonnewind echt ontstaat en hoe coronale massa-uitbarstingen vanuit de zon worden gelanceerd.